Al 500 jaar vis op de markt

Schilder Jeroen Bosch zou nu, vijfhonderd jaar na zijn dood, nog aardig de weg weten in zijn geboorteplaats Den Bosch.

De Sint Jan, de grote kathedraal, steekt nog steeds boven de binnenstad uit. Vanaf daar is het maar een klein stukje lopen naar de Markt. Broodje Flipsen zat hier nog niet tussen 1450 en 1516, toen Jeroen Bosch leefde. Hetzelfde geldt voor de draaimolen. Maar de zeshoekige overdekte waterput midden op de markt herkent hij wel, ook al is het een nagemaakte uit 1979. En in Den Bosch houden ze nog steeds van vis, want hij telt zo één, twee, drie viskarren op en bij de markt.

Bij de VVV op de hoek van de markt weten ze precies waar hij met zijn vrouw heeft gewoond. Hij zou het huis niet hebben herkend. De trapgevel met baksteentjes is vervangen door een witgepleisterde gevel. Beneden zit een schoenenzaak. Schuin er tegenover, aan de oostkant van de Markt, stond zijn ouderlijk huis. Jeroen Bosch kwam uit een echte schildersfamilie: zijn grootvader, zijn vader, twee broers, neven, allemaal schilderden ze. Achter het huis was het atelier, waar ook Jeroen tot aan zijn dood werkte. Hier schilderde hij zijn wonderlijke wereld vol duivels, mannetjes in kruiken, potten met benen, messen die door oren snijden, monsters, vreemde wezens, ridders op vissen en levende muziekinstrumenten.

Nu zit hier De Kleine Winst, een donkergroen geverfde souvenirwinkel met een etalage vol borden met molens, klompjes, heiligenkaarsen, Mariabeelden en vingerhoedjes met afbeeldingen van de koninklijke familie. Er is er ook al een met Amalia, de dochter van Willem-Alexander en Maxima.

Ze zeggen Jeroen Bosch niets, want ze zijn van ver na zijn tijd. Zoals wij niet goed begrijpen wat zijn schilderijen betekenen. Maar ze leggen in het Brabants Museum wel goed uit dat Jeroen Bosch veel dingen uit het dagelijks leven schilderde. Hij herkent in de vitrines de sleutels, potten en messen die hij heeft nageschilderd en die archeologen hebben opgegraven. De middeleeuwers vonden zijn schilderijen wel normaal en begrepen heel goed wat hij bedoelde. Hoe had hij anders al tijdens zijn leven een beroemde schilder kunnen worden? Iedere tijd heeft gewoon zijn eigen codes.