Afgetroefd met literatuur

Old School is in vele opzichten een vervolg op Tobias Wolffs in 1989 verschenen memoires This Boy's Life, een meesterlijk en met wrang zelfinzicht geschreven boek dat summier eindigde met zijn verblijf op een dure school in het noordoosten van de Verenigde Staten, waartoe hij zich toegang had verschaft door middel van vervalste aanbevelingsbrieven. Zijn schooltijd was geen succes, liet hij in dat boek nog doorschemeren, en hij ging het leger in, `where I might still redeem myself'. `Het enige wat ik nodig had was een oorlog', voegde hij er nog aan toe, en die kreeg hij dus, als op bestelling. We schrijven namelijk de jaren zestig, en over zijn periode in Vietnam publiceerde Wolff vervolgens het al even schitterend gestileerde In Pharaohs Army, een thematisch geordende bundel verhalen.

Zijn nieuwste boek Old School valt in zeker opzicht te lezen als het relaas van de tussenliggende periode, en hoewel het in toon en lading nauwelijks van zijn memoires verschilt, is het als roman geafficheerd. De vraag naar het verschil in autobiografisch gehalte van de beide boeken zou secundair moeten zijn, als altijd, maar is in dit geval wel erg intrigerend. Al is het alleen maar omdat Wolff een aantal befaamde Amerikaanse auteurs hier met hun werkelijke namen neerzet en ze bovendien, in hun optreden en taal, overtuigend tot leven brengt. Maar het heeft zo zijn voordelen gestileerde memoires als roman op de markt te brengen: het heeft Wolff al de bekroning als een van de beste romans van het jaar 2003 door de New York Times Book Review opgeleverd, en het staat ook op de shortlist voor de PEN/Faulkner Award, die hij eerder kreeg voor zijn novelle The Barracks Thief.

Wolff is altijd een schrijver van de korte baan geweest. Hij publiceerde behalve de genoemde titels enkele verhalenbundels en ook de genese van Old School is te herleiden tot enkele verhalen die in eerste instantie in The New Yorker verschenen. Old School is geheel gesitueerd op een dit keer niet bij name genoemde prep school in New England. Het is een school waar literatuur in hoog aanzien staat en Wolff schetst een wondermooi, opmerkelijk onkarikaturaal beeld van de jongensgemeenschap waar men elkaar probeert af te troeven in bijdragen aan de schoolkrant – op een manier zo fanatiek die elders en in andere tijden alleen maar op het sportveld te vinden is.

De hoogtepunten van het schooljaar zijn de bezoeken van beroemde schrijvers die uitgenodigd worden om uit hun werk voor te lezen. Maar er is een extra attractie aan verbonden: de winnaar van de periodieke literaire wedstrijd, aangewezen door de aanstaande gast, heeft recht op een privé-audiëntie met hem, of haar. De eerste gast is Robert Frost, die de door hem gekozen bijdrage (een gedicht dat veelzeggend de titel draagt `First Frost') genereus maar ten onrechte als een parodie op zijn werk interpreteert en daarmee de jonge auteur in ontroostbare vertwijfeling brengt.

De volgende beroemdheid veroorzaakt nog meer commotie: een invloedrijke sponsor in het schoolbestuur dringt niemand minder dan Ayn Rand op, de in Amerika nog steeds veelgelezen schrijfster van afschuwelijke, het egoïsme verheerlijkende boeken. De beschrijving van haar optreden (`Jongens, wees nooit volgzaam, want de volgzamen zullen niets anders erven dan een laars in de nek') is in al zijn dodelijke precisie misschien wel het hoogtepunt van dit boek. Desalniettemin is de jonge ikfiguur even in hoge mate onder de indruk van haar proza, vooral van The Fountainhead – totdat hij Hemingway herleest, en van het ene moment op het andere de betovering als een zeepbel ziet uiteenspatten. `Je kunt niet Indian Camp lezen en dan teruggaan naar The Fountainhead. Alles is ineens gezwollen en goedkoop. Het is in dit soort passages dat Wolff een bewonderenswaardige accuratesse ten toon spreidt, een opmerkelijke diepgang waar het de motieven, of op zijn minst het zoeken daarnaar, van zijn adolescente hoofdpersoon betreft. De bewonderde Hemingway is overigens de volgende schrijver op de lijst van uitgenodigde vedetten en de aankondiging van zijn bezoek zet een aantal gebeurtenissen in werking die alweer tot een vorm van bedrog leiden.

Wolff is een schrijver met een bijna ouderwetse toewijding aan zijn handwerk, een uitzonderlijk talent voor het juiste woord op de juiste plaats in de belevingswereld van een adolescent zonder het hindsight van de oudere auteur. Toch heeft in dit boek de begrenzing tot de campus ook zijn nadelen: we leren weinig over de ikfiguur buiten zijn relatie met zijn medescholieren om. Maar des te fraaier en opvallender zijn dan de observaties over die medescholieren – bezitters van `a depth of ease, their innate, affable assurance that they would not have to struggle for a place in the world, that it had already been reserved for them' als we weten dat de ikfiguur niet tot die bevoorrechte soort behoort.

Een genot om te lezen, om langzaam te lezen vooral. Maar is het ook Wolffs eerste roman? Wat mij betreft mag dat begrip opgerekt worden tot de meest uiteenlopende dimensies, maar Old School heeft toch veel meer weg van een seriële verzameling verhalen, een reeks waarvan de ene telkens weer een opvolger lijkt te genereren, met onderweg veel onverwachte wendingen. En terwijl het lijkt alsof het ene verhaal het volgende oproept, zit je als romanlezer soms te wachten op een extra lijn of dimensie – die niet komt.

Tobias Wolff: Old School. Knopf, 195 blz. €24.95