Peter Grimes: golvend drama op hoog niveau

Voor het eerst en – helaas – het laatst herhaalt de Nederlandse Opera de voortreffelijke en indringende voorstelling van Benjamin Brittens opera Peter Grimes in de enscenering van Francesca Zambello uit 2000. De plaats van dirigent Edo de Waart wordt in het Amsterdamse Muziektheater nu ingenomen door de Brit Mark Wigglesworth, vijftien jaar geleden in het Amsterdamse Concertgebouw de winnaar van het Kirill Kondrasjin Concours voor dirigenten.

Mark Wigglesworth heeft sindsdien een belangrijke internationale carrière gemaakt, vooral ook als operadirigent. Met het uitstekend spelende Residentie Orkest, de zeer goede solisten en het gedreven zingende koor van de Nederlandse Opera zorgt Wigglesworth voor een uitvoering op zeer hoog niveau, de absolute bevestiging van zijn destijds op 25-jarige leeftijd gelauwerde muzikale talent.

Het fascinerende van Benjamin Brittens opera Peter Grimes (1945) is de overeenkomst met Alban Bergs Wozzeck (1920), een opera die Britten in de jaren '30 via de radio hoorde, waarna hij bij Berg wilde gaan studeren. Beide opera's zijn gebaseerd op verhalen uit het begin van de 19de eeuw. Britten en Berg waren geobsedeerd door schijnbaar onoverbrugbare tegenstellingen tussen samenleving en enkeling, tussen massa en individu. Beide titelpersonages, de soldaat Wozzeck en de visser Grimes, zijn eenlingen, zonder veel binding met hun omgeving. Ze zijn maatschappelijke misfits.

De hardhandige Grimes heeft slechts zijn droom: genoeg geld om te trouwen met de onderwijzeres Ellen Orford, vrijwel de enige die zich zijn lot aantrekt. Dat is bijna alles wat we van Grimes te weten komen. Als personage is de gevoelige bruut Grimes even duister als `ships that pass in the night'. Hij heeft een schimmig verleden en al even mistig is de dood op zee van zijn twee hulpjes, scharminkelige ondervoede jongens uit het weeshuis. In het wraakzuchtige vissersdorp wacht Grimes een volksgericht en hem rest niets anders dan de zelfgekozen dood op zee.

Met een kwetsbare hoge stem weeklaagt Grimes: ,,Welke haven biedt vrede, ver van de getijden, ver van de storm? Welke haven kan verschrikkingen en tragedies omarmen?'' Ook de dood zal Grimes geen zielenrust verschaffen. De dorpsbevolking, eerder kolkend van collectieve woede, blijft er apathisch onder en valt weer uiteen in eenzame personages. Ze zijn allen even eenzaam als Grimes, allen hebben ze hun eigen immorele of kwestieuze karakters.

Dat einde van Peter Grimes is hoogst ongemakkelijk, het zweeft, zonder eenduidige conclusie. Het is in zijn achteloze terloopsheid even schokkend als het einde van Wozzeck. Daar heeft het kind na de dood van Wozzeck en Marie niets anders te doen dan wat te spelen met zijn hobbelpaard: `Hop, hop.'

De enscenering van Peter Grimes door Francesca Zambello combineert op zeer aansprekende wijze analytische abstractie met bescheiden naturalisme. Het decor is klassiek opgebouwd met coulissen, de zee wordt zeer suggestief verbeeld met een reeks dalende doeken als aanrollende golven in de grijsgrauwe branding met witbruisende schuimkoppen. De pub bestaat uit een golf van bier met een schuimrand.

Er wordt zeer goed gezongen door de cast met veel kleine rollen. De tenor Kim Begley, soms met bijna brekende stem, is opnieuw in zijn treurigste momenten een aangrijpende Grimes. Philip Joll (Captain Balstrode) en Della Jones (Auntie) komen net als in 2000 tot zeer overtuigende prestaties. De onderwijzeres Ellen Orford wordt nu door Brigitte Hahn mooi gezongen en invoelend gekarakteriseerd.

Als geheel is deze Peter Grimes, minder beknopt dan Wozzeck, een onontkoombaar opgebouwde voorstelling. De visuele kwaliteiten en de golvend-choreografische uitbeelding van de intimiderende dorpsbevolking, worden door Wigglesworth krachtig uitgebouwd tot een heen en weer golvend drama met gematigd moderne muziek, soms ijl en wazig, dan weer dreigend en massief of schril en schrijnend. Zaterdagavond is dat live te horen via Radio 4.

De vier tussenspelen, die zich in de concertzaal transformeren tot Brittens `zeesymfonie' Four Sea Interludes, klinken hier als expressieve hoogtepunten temidden van de overige, even sterk gespeelde en gezongen scènes. Diezelfde expressiviteit ziet men in de dramatische donkere vegen op het achterdoek. Het lijkt wel van de Vlaamse schilder Permeke.

Voorstelling: Peter Grimes van Benjamin Britten door de Nederlandse Opera en het Residentie Orkest o.l.v. Mark Wigglesworth. Decor, kostuums: Richard Hudson; regie: Francesca Zambelli. Gezien: 7/4 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 2/5. Res 020 6255455. Radio 4: 9/4 20 uur.