Massataks op zijn retour

De afgelopen weken deden miljoenen Nederlanders bij de belastingdienst aangifte van hun in 2003 genoten inkomen. Bij het verzenden van hun aangifte zullen weinigen zich hebben gerealiseerd dat grote groepen burgers binnenkort geen inkomstenbelasting (IB) meer betalen.

De IB kent een schijventarief: van vier inkomensstroken wordt een oplopend percentage wegbelast. In 1990 was de eerste schijf – met guldens van toen omgerekend in euro's met de koopkracht van nu – 27.300 euro lang. Daarover was 13 procent belasting verschuldigd en bovendien 14,3 procent premie voor de Algemene ouderdomswet (AOW) en 5,4 procent voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). De AOW is het staatspensioen. Via de AWBZ wordt een groot deel van de uitgaven voor gezondheidszorg gefinancierd: verpleeghuizen, bejaardenoorden en thuiszorg. Beide premies waren uitsluitend verschuldigd over inkomen in de eerste schijf. Rond het midden van de jaren negentig is die in tweeën geknipt. Voortaan moesten de burgers premie betalen over inkomen in eerste twee schijven.

In de periode na 1990 zijn de uitgaven voor de AOW flink gestegen, al slaat de vergrijzing van de bevolking pas echt toe na 2010. De AOW-premie ging stapsgewijs omhoog, om te voorkomen dat in het Algemeen ouderdomsfonds grote tekorten zouden ontstaan. Die lastenverzwaring tastte de koopkracht van lager betaalden het meest aan. Meer bemiddelden betalen over hun inkomen in de derde en de vierde tariefschijf immers geen premies meer. Om aanstootgevende koopkrachtplaatjes te vermijden, verlaagden politici het belastingtarief, naarmate de AOW-premie verder opliep. Nog voor het einde van de jaren negentig dreigde het belastingdeel van het gecombineerde tarief helemaal door de AOW-premie te worden weggedrukt. Daarom is de premie sindsdien gemaximeerd op 17,9 procent.

Geheel volgens verwachting ontstonden door de bevriezing van het premiepercentage vervolgens tekorten in het Algemeen ouderdomsfonds. Deze worden sindsdien aangezuiverd via rijksbijdragen. Dit jaar plempt de overheid uit de schatkist al meer dan 1,1 miljard euro bij. De komende jaren gaat deze rijksbijdrage door de vergrijzing nog fors omhoog.

Sinds 2000 exploderen de zorguitgaven die via de AWBZ worden gefinancierd. Het premiepercentage schoot omhoog en bedraagt dit jaar al 13,25 procent. Door de forse verhoging van de AWBZ-premie bestaat het tarief van de eerste schijf (33,4 procent) dit jaar nog maar voor 1 procentpunt uit inkomstenbelasting. De resterende 32,4 procent zijn premies voor de drie volksverzekeringen: AOW, de AWBZ en de Algemene nabestaandenwet. Als de kosten van via de AWBZ gefinancierde zorg verder stijgen, zijn over de eerste schijf vanaf volgend jaar alleen premies voor de volksverzekeringen verschuldigd.

Zover komt het mogelijk niet. Het kabinet heeft de rode alarmfase afgekondigd vanwege de sterke uitgavenstijging bij de AWBZ. Om het gebruik van de regeling af te remmen zijn dit jaar sommige eigen bijdragen van zorggebruikers verhoogd. Hierdoor verloor de thuiszorg reeds tienduizend klanten. Verder probeert het ministerie de budgetten van de zorginstellingen beter te beheersen.

't Zal niet genoeg blijken te zijn. Hoogstwaarschijnlijk gaat de AWBZ-premie daarom al per 1 juli aanstaande verder omhoog. Deze premieverhoging brengt het einde van de inkomstenbelasting, zoals wij die kennen, weer een stapje dichterbij. Om het belastingdeel van de eerste tariefschijf te redden, overweegt het kabinet drastische ingrepen in de AWBZ. Familie, vrienden en buren moeten straks vaker een handje toesteken in het huishouden van zorgbehoevende ouderen. De besparing die door inschakeling van zulke onbetaalde `mantelzorg' haalbaar is, wordt in Den Haag gemakkelijk overschat. Ook op andere manieren kan het collectief gefinancierde voorzieningenpakket worden uitgedund. Maar een proefballon van voorzitter Hillen van het College voor zorgverzekeringen – ,,Mensen kunnen best zelf hun rollator betalen'' – was in de media en `kwakende kringen' lek geschoten, nog voordat hij het touwtje had losgelaten.

Het te verwachten maatschappelijk verzet tegen afslanking van de AWBZ zal groot zijn. Vandaar dat beleidsmakers in Den Haag zinnen op doorzichtige listen. Allereerst lozen zij een reeks goed verzekerbare voorzieningen uit de AWBZ. Daarvoor moeten mensen straks maar een polis sluiten bij hun zorgverzekeraar. De totale zorguitgaven dalen bij deze aanpak niet, maar dank zij de schuif naar de verzekeraars kan de AWBZ-premie – voorlopig – een stukje omlaag. Verder wil het kabinet een serie welzijnsachtige voorzieningen overhevelen naar de gemeenten. Burgers verliezen hun individuele via de rechter afdwingbare recht op deze tot nu toe ten laste van de AWBZ gefinancierde voorzieningen. Gemeenten krijgen veel vrijheid bij het organiseren van vervangende regelingen. Zo kunnen grote plaatselijke verschillen in voorzieningenniveau ontstaan. Hoewel gemeentebestuurders hun werkterrein graag uitbreiden, staan zij nog niet te trappelen om deze hen door het kabinet toegedachte taken op zich te nemen. Het rijk geeft namelijk onvoldoende geld mee en toekomstige financiële risico's komen volledig voor rekening van de gemeenten.

Floppen de kabinetsvoornemens, dan is het met de inkomstenbelasting gedaan voor mensen die minder dan 17.000 euro per jaar verdienen. Zij wordt weer een taks voor de middengroepen en bemiddelden, zoals dat ook voor de tweede wereldoorlog het geval was. Een `class tax', in plaats van een `mass tax'.