Maatstaf Rwanda

Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, zei het gisteren bij de herdenking van de genocide tien jaar geleden in Rwanda in ronde woorden: de internationale gemeenschap faalde destijds jammerlijk in een effectief optreden tegen deze slachtpartij. In honderd dagen tijd werden bijna een miljoen mensen afgemaakt. Wekenlang werd het nieuws uit Afrika's heart of darkness ontkend of als onbelangrijk afgedaan. Politieke leiders wilden toen het moorden al begonnen was, maar één ding: zich niet committeren. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kromp de Rwandese vredesmacht in tot een schamele 270 man. Het korps was slecht getraind, onvoldoende bewapend en daardoor nauwelijks gemotiveerd. Later trokken de VN zich helemaal terug en kwam de volkerenmoord pas echt op gang. De internationale pers had wekenlang moeite om accuraat te rapporteren over de omvang ervan. Negenduizend doden per dag, in totaal 937.000 vermoorde Tutsi's en gematigde Hutu's: het grootste menselijke drama van de jaren negentig deed de wereld af met een schouderophalen – dat niet ongewoon is als het om Afrika gaat. Er zijn geen geostrategische of economische belangen mee gemoeid en dus is het onbelangrijk. In zo'n klimaat kunnen slechtwillenden moeiteloos hun gang gaan.

Het wegkijken van de Verenigde Staten hoefde niet te verbazen. Bob Dole, destijds leider van de Republikeinen in de Senaat, was duidelijk toen hij zei dat wat hem betreft de zaak `klaar' was met het vertrek van Amerikanen uit Rwanda. ,,We hebben hier geen enkel nationaal belang.'' Maar dat maakte de desinteresse niet minder laakbaar. Net zo kwalijk was het dat landen die Afrika vanouds door en door kennen – België en Frankrijk – ook niets deden of tegen beter weten in de moordenaars bleven steunen. Later kwamen er mondjesmaat excuses, maar toen was het inderdaad al te laat. Waarmee niet is gezegd dat deze of andere landen primair verantwoordelijk waren voor de genocide. Het moorden was het werk van Hutu-milities, geschiedde met voorbedachten rade en onder verantwoordelijkheid van de toen zittende Hutu-regering. Maar alertheid van de wereldgemeenschap, gekoppeld aan het tijdig sturen van een stevige en goedbewapende veiligheidsmacht had zonder twijfel veel ellende kunnen voorkomen.

VN-chef Annan zei gisteren: ,,Bovenal moeten wij [de VN] en de regeringen in de wereld onszelf plechtig beloven om handelend op treden als waarborg dat zo'n ontkenning van ons gemeenschappelijk mens-zijn nooit meer mag gebeuren.'' Natuurlijk heeft hij gelijk. Maar het voorkomen van `een tweede Rwanda' is makkelijker gezegd dan gedaan. Is de wereld sinds Rwanda beter voorbereid op de moordpartijen die zich op dit moment in West-Soedan voltrekken? Weten we daar meer vanaf, staat de Veiligheidsraad op scherp, is bij wijze van spreken al een vredesmacht voor de poorten van Soedan gelegerd, `om handelend op te treden'? Het tegendeel valt te vrezen. Moordpartijen zijn van alledag. Volkerenmoord is dat niet, gelukkig, maar als het om Afrika gaat meet de wereld met twee maten.