Kritiek op Manifest

In NRC Handelsblad van 30 maart beklaagt Bart Jan Spruyt, de directeur van de Edmund Burke Stichting, zich erover dat het op het door de Stichting vorig jaar gepubliceerde `Conservatief Manifest' geen inhoudelijke kritiek is gekomen. Als sprekend voorbeeld voert hij aan dat ik de Burke Stichting zou hebben vergeleken `met radicale moskeeën die met Saoedisch geld worden gefinancierd'.

De feiten zijn deze. Ik heb bij verschillende gelegenheden in de afgelopen anderhalf jaar met Spruyt, zowel als met zijn toenmalige mededirecteur Livestro, in het openbaar gedebatteerd. Aan zijn uitnodiging om vorig jaar juni deel te nemen aan een drietal discussies over buitenlandse politiek heb ik slechts in één geval gevolg kunnen geven. Ik herinner mij een aardig gesprek, ondanks het geringe aantal minder dan tien aanwezigen, niet in de laatste plaats dankzij de aanwezigheid van mr. J.L. Heldring. Op het in het najaar van 2003 verschenen `Conservatief Manifest' heb ik inhoudelijk gereageerd in mijn column in Het Parool (`Conservatieve politiek', 23 oktober 2003). Net als de door Spruyt genoemde critici Schuyt en Woldring vond ik het manifest een benedenmaats stuk, niet omdat het zo conservatief was, maar vanwege de abominabele argumentatie. Op deze kritiek heeft de Burke Stichting nooit gereageerd. Dat maakt gejeremieer over het uitblijven van discussie even ongeloofwaardig als de ad hominem aanvallen op critici door Spruyt ondernomen in onder andere zijn bijdrage aan NRC Handelsblad van 30 maart.

Dieptepunt in dit opzicht zijn wel zijn recente beweringen dat ik medeschuldig ben aan een klimaat waarin hij sinds januari vorig jaar aan lijfelijke bedreigingen bloot zou staan. Beweringen waarvoor hij niet alleen geen flard van bewijs aanvoert, maar die ook niet in overeenstemming zijn te brengen met het feit dat Spruyt naar eigen zeggen al bedreigd werd ver voordat ik ooit iets over de Burke Stichting heb gepubliceerd.