`Hoe kunnen intellectuelen zo stom zijn?'

Opnieuw, Bolkje, heb je je licht laten schijnen. Het beroep van eurocommissaris biedt tijd en gelegenheid genoeg voor een volwaardige nevenfunctie als essayist des vaderlands, redenaar en nationaal geweten. Het zou een kwaadaardige beschouwer op de gedachte kunnen brengen dat eurocommissaris geen beroep is, maar een luizenbaantje op de rand van de verveling. Gelukkig ben je immuun, Frits, voor kwaadaardige gedachten. Onverstoorbaar ga je je gang. Ditmaal liet je je filosofische licht schijnen op de intellectuelen. Ik gun je deze vrijetijdsbesteding. Maar heb je met je stralen de intellectuelen ook verblind en verschroeid? Ik vrees van niet. Een vuurbaak in het hart van de maatschappij wil je zijn, Frits, en als lantaarnpaal in een openluchtmuseum flakker je. Zwakjes, aandoenlijk. Met geleend licht floep je aan en uit.

De intellectuelen deugen niet, luidt je stelling. ,,Na Auschwitz was het met de intellectuele aantrekkingskracht van het nationaal-socialisme gedaan'', zeg je. En: ,,De markt is per definitie anti-intellectueel.'' Goeie god, Frits, wat laat je de intellectuelen daarmee schrikken. Na zonsondergang was het met lezen zonder lamp gedaan. De weersvoorspelling is per definitie anti-intellectueel.

De duivel van het intellectualisme stel je tegenover de god van de politiek. Politiek is jouw heilige ideaal. Als deserteur uit de Nederlandse partijwereld zocht je de hogere politiek van Brussel op. Toen ik vorig jaar als broeder in de pedanterie enkele kanttekeningen plaatste bij het verraad van de politici onder mijn generatiegenoten, liet je vanuit Brussel weten: ,,Komrij woont helemaal in Portugal. Wat voor verstand heeft hij van Nederland?'' Ik kan je verzekeren, Frits, Portugal ligt dichter bij Nederland dan Brussel.

Intellectuelen lieten zich gretig verleiden door totalitaire systemen, dis je ons nog maar eens op. Intellectuelen zien zichzelf te veel als profeten en koningen. Intellectuelen laten zich graag benevelen door hun eigen goeie bedoelingen. Allemaal volkomen waar, Frits. Geleend licht hoeft geen vals licht te zijn. Je hield in je openbare lezing voor de SLAA-reeks `Het idee van mijn leven' een pleidooi voor de politiek die ,,concrete situaties moet beoordelen die steeds veranderen''. Waar het om gevolgen en resultaten gaat. Waar praktijk en ervaring tellen. Ook deksels mooi gezegd.

Het probleem is, Frits, dat je zelf zo'n lachspiegel vormt van wat het publiek zich bij de gemiddelde intellectueel voorstelt. In je pleidooi citeer je onbedaarlijk uit Wells, Koestler, Orwell en een assortiment Fransen, je sleept er Plato en de kwantumtheorie bij, het regent Latijnse spreuken, en schreef je niet ooit een toneelstuk over Floris de Vijfde? Op rijm? Ziedaar het profiel van de Hollandse topintellectueel.

Je probeert de politicus in je te verdedigen tegen de intellectueel in je, meer niet. Je probeert de opportunist te verdedigen tegen de originaliteit.

Je zei de intellectueel in je vaarwel en koos voor de politicus. Het lijkt me een voor de hand liggende keus. De politiek wordt goed betaald. Als intellectueel stelde je toch al niks voor.