Hbo-fraude raakt minister

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) was als lid van de Tweede Kamer bestuurslid van een hogeschool die zich volgens de commissie-Schutte schuldig heeft gemaakt aan misbruik van overheidsgeld.

Dat bevestigt de minister via haar woordvoerder. De Technische Hogeschool Rijswijk, sinds vorig jaar gefuseerd met de Haagse Hogeschool, heeft volgens de onderzoekers naar de zogeheten hbo-fraude vanaf 1998 ten onrechte een bedrag van 2.287.920 euro ontvangen. Staatssecretaris Nijs (Onderwijs) kondigde vorige week aan dat zij alle ten onrechte verkregen subsidies terugeist.

Van der Hoeven was van april 1999 tot juni 2002 bestuurslid van de Stichting Katholiek Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland, waar de TH Rijswijk onder valt. Toen ze minister werd, trad ze af als bestuurslid. Vanaf 1998 heeft de hogeschool zich volgens de commissie-Schutte aan vijf onwettige constructies schuldig gemaakt. Zo vroeg de school subsidie aan voor 162 studenten die de eenjarige `kopcursus' Topjaar management volgden. Hetzelfde deed de school met 88 Antilliaanse studenten die er alleen een stage volgden en 148 deelnemers aan de cursus Integraal Arbo-management.

Volgens de toenmalige collegevoorzitter van de TH Rijswijk was het bestuur op de hoogte van de omstreden financieringsconstructies. Van der Hoeven had geen specifieke taak in het bestuur. Voorzitter was de in januari 2002 overleden oud-staatssecretaris van Onderwijs A. Hermes. Volgens de toenmalige collegevoorzitter was het een sterk en actief bestuur, dat circa één keer per maand vergaderde. De bestuursleden waren volgens hem goed geïnformeerd over alles wat er binnen de hogeschool speelde, inclusief de financiële constructies.

In de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek staat dat het stichtingsbestuur van een onderwijsinstelling het bevoegd gezag vormt, en daarmee eindverantwoordelijkheid draagt voor de gang van zaken binnen de instelling. De woordvoerder van de minister zegt dat Van der Hoeven pas in april 2002, vlak voor haar aftreden, op de hoogte raakte van het misbruik.

Bij een intern onderzoek, dat alle hogescholen van toenmalig minister Hermans (Onderwijs) moesten uitvoeren, kwamen de misstanden aan het licht. Volgens haar woordvoerder heeft Van der Hoeven ze vervolgens aan de orde gesteld binnen het bestuur. Volgens de woordvoerder zijn alle constructies bedacht en ingevoerd toen Van der Hoeven nog geen bestuurslid was.

Een van de omstreden constructies, de bekostiging voor de eenjarige `kopcursus' management, werd al sinds 1991 toegepast. Deze cursus was bedoeld voor studenten die aan een andere instelling een studie hadden voltooid, maar nog inschrijvingstijd over hadden. De TH Rijswijk werkte hiervoor samen met de Agrarische Hogeschool Delft (nu InHolland), de Hogeschool Leiden en de Economische Hogeschool Rotterdam (nu Hogeschool Rotterdam). Bestuursvoorzitter W.J. Breebaart van de Haagse Hogeschool betwist de bevindingen van de commissie-Schutte over de TH Rijswijk. Volgens hem waren de de regels voor de bekostiging onduidelijk, en is de hogeschool niet in de fout gegaan. Dat Van der Hoeven het als bestuurslid heeft laten passeren, vindt Breebaart niet vreemd.