Hartige paaskoekjes

Deze hartige koekjes zijn geschikt voor een paaslunch. Ze kunnen ook als voorgerecht bij een diner of als hapje bij een aperitief worden geserveerd.

Bereiding: kook geschilde aardappels in licht gezouten water gaar. Giet ze af en stoom ze droog. Bak intussen de schoongeborstelde en in plakjes gesneden paddestoelen in boter knapperig en lichtbruin. Voeg tijdens het bakken de knoflook uit de knijper toe.

Doe de paddestoelen in een kom en snijd ze in kleine stukjes. Strooi er een beetje zout op. Prak de gekookte en afgekoelde aardappelen fijn of druk ze door een pureeknijper. Doe de fijngemaakte aardappelen bij de paddestoelen. Voeg de peterselie, een losgeklopt ei en peper toe. Maak er een stevig mengsel van. Mocht het mengsel te vochtig zijn en uit elkaar vallen, roer er dan wat bloem door. Vorm met vochtig gemaakte handen balletjes zo groot als een pingpongbal en druk deze balletjes plat. Uiteraard kunnen van het mengsel ook grotere koekjes worden gemaakt.

Wentel de koekjes door bloem. Verhit een klontje boter met een scheut zonnebloemolie in een koekenpan en bak de koekjes aan beide kanten lichtbruin en knapperig. Verhit in een tweede koekenpan een klontje boter en bak hierin de kwarteleitjes. Schep op elk paaskoekje een gebakken eitje. Bestrooi de eitjes met wat fijngeknipte bieslook.

Maak als volgt een voorgerecht van de koekjes: snijd per persoon een stuk of vijf kerstomaatje doormidden. Bestrooi ze met een beetje zout. Rangschik ze om de paaskoekjes.

Morgen: tomatensaus