De toon van het debat

Uit het hoofdartikel `De toon van het debat' van 31 maart blijkt dat de taak en de activiteiten van het NPRD bij uw redactie onvoldoende bekend zijn.

Het platform is ingesteld door de minister van Integratiebeleid en heeft als taak uitwisseling en samenwerking tussen de verschillende organisaties en overheden die zich bezighouden met de bestrijding van racisme en discriminatie. Het platform heeft zelf geen uitvoerende taak; die ligt primair bij de leden, zoals de ministeries en overheidslichamen, werkgevers- en werknemersorganisaties en organisaties die zich bezighouden met het bestrijden van discriminatie. Het platform dient jaarlijks aan de minister zijn `bevindingen' mee te delen, zowel in algemene zin als in het bijzonder met betrekking tot het Nationaal Actieprogramma tegen racisme (NAP); dit is onlangs gebeurd.

Wie deze stukken leest, ziet dat het platform zich wel degelijk bezighoudt met discriminatie en met de vraag hoe dit bestreden zou kunnen worden. Daarvoor draagt het platform concrete beleidsvoorstellen en -aandachtspunten aan. Momenteel worden op beperkte schaal drie experimenten uitgevoerd (met geld van minister Verdonk) over het tegengaan van discriminatie op de werkvloer, in het onderwijs en in de `buurt'. Diverse leden doen ook geregeld wat u suggereert, nl. ,,bewezen discriminerend gedrag aan de orde stellen''.

In onze `bevindingen' van dit jaar hebben wij daarnaast onze zorgen geuit over de verharding van het klimaat jegens bepaalde etnische/culturele groepen. Wij vinden dat de `boodschap' over deze burgers te eenzijdig problematiserend is. Het zou niet in ons hoofd opkomen om mensen als Hirsi Ali en Cliteur de mond te snoeren, zoals u suggereert. Ook wij hechten sterk aan de vrijheid van meningsuiting. Wij stellen slechts dat het de taak van de overheid is om, gegeven de eenzijdige toon van het huidige debat, de noodzakelijke nuance aan te brengen en de nadruk te leggen op elementen als respect, gelijke rechten en dialoog. U noemt het een klassiek misverstand om te denken dat wat mensen zeggen belangrijker is dan wat mensen doen. Inderdaad zijn daden belangrijker dan woorden, maar woorden kunnen wel een grote rol spelen bij het creëren van een klimaat. Een klimaat dat `het doen' van mensen beïnvloedt, vandaar de door ons uitgesproken verontrusting.