`De tijger ontwaakt en toont z'n klauwen'

In het opstandige Sadr City valt het onderscheid tussen onschuldige burgers en strijders steeds moeilijker te maken. Amerikaanse militairen schieten 's nachts op alles wat beweegt. De bevolking is vervuld van haat.

Het lichaam van Ali Hussein Hashem bleef de hele nacht liggen in de modderige steeg nabij het Rafadein politiebureau. Zijn geblokte Arabische hoofddoek aan stukken geschoten.

Voor de Amerikaanse militairen, die iedere nacht vijandelijk geweervuur uit de omgeving moeten doorstaan, is een ieder die in die steeg wordt gedood lid van het Leger van Mahdi, de verboden shi'itische militie. Daarover zei een Amerikaanse commandant gisteren dat hij die zal ,,vernietigen''.

,,Wanneer mensen voortdurend gewapend een steeg binnenwandelen, dan moeten we schieten'', zegt eerste luitenant John Gilbreth van de Comanche Company van het tweede bataljon van het vijfde regiment cavalerie dat het verlaten bureau heeft ingenomen. ,,Als we een vent zien met een kalasjnikov of een granaatwerper maakt hij een doelwit van zichzelf.''

Maar overdag blijkt het onderscheid tussen burger en strijder moeilijk te maken in Sadr City. In de vervallen wijk waar de militie is ontstaan, vervaagt ieders loyaliteit en is de verwarring voor de lokale bevolking net zo groot als voor de Amerikanen die uit hun geschutstellingen turen.

Hashem werd gedood toen hij zich rennend naar een huis begaf dat onder vuur was genomen door een helikopter - óf, aldus enkele buren, nadat hij een raketwerper op zijn schouders had gezet. Wat het ook is geweest, het verandert de mening van de bewoners amper.

,,Het Leger van de Mahdi is het volk'', zegt Abu Raja Kinani, een stamleider in de wijk. Zijn stem slaat over van boosheid: ,,Zij zijn de zonen van de stad.''

Onder een bevolking die klem is komen te zitten tussen het geweld van de bezetter en een inheemse guerrillamacht, is het onmogelijk de complete waarheid achter die uitspraak van Kinani te achterhalen. Maar in gesprekken met de inwoners van de vervallen stadswijk, waar twee miljoen mensen wonen, worden de slogans van Kinani telkens opnieuw, zij het in andere bewoordingen, herhaald. Het vernietigen van het Leger van de Mahdi, zeggen ze, is alleen mogelijk wanneer Sadr City met de grond gelijk wordt gemaakt.

,,Natuurlijk zijn we allemaal van het Leger van Mahdi'', zegt de 25-jarige Whalid Johi Minshid vanaf een gehavend dak dat bij een aanval door een Apache-helikopter is doorboord. Het bevindt zich vlak bij de plek waar Hashem werd gedood. ,,Want dit is ons geloof, dit zijn onze religieuze leiders.''

De leider waarover Minshid spreekt, is Muqtada Sadr, de fundamentalistische geestelijke die door het Amerikaanse civiele bestuur wordt gezocht en waarmee het sinds het begin van de bezetting in een schaduwgevecht is verwikkeld. De jongste zoon van een gerespecteerde shi'itische ayatollah die waarschijnlijk in opdracht van de toenmalige Iraakse president Saddam Hussein werd vermoord, heeft zijn familienaam ingezet om een beweging op te zetten tegen de Amerikaanse bezetting, die veel strijdlustiger is dan veel oudere en gematigde shi'ieten zich zouden wensen.

De dreiging is vanaf zondag gewelddadig geworden toen milities van Sadr een patrouille van de Comanche Company aanvielen. De strijd die daarop volgde bracht meer dan duizend Amerikaanse militairen naar de stadswijk die door een van de bewoners ,,de slapende tijger'' wordt genoemd. ,,Nu is de tijger ontwaakt'', zegt Ahmed Abdulkarim. ,,En hij laat zijn klauwen zien.''

Als andere mannen zich rond Abdulkarim verzamelen om te praten over de gevechten, geven ze blijk van hun vechtlust, maar ook van hun ongerustheid. Als volgelingen van Sadr willen ze graag de strijd aangaan met de Amerikaanse troepen, die volgens hen niet langer welkom zijn. Maar als vaders en zonen hebben ze ook zorgen over de gevolgen voor hun buurt. ,,Als we het bevel krijgen, zullen we ze met huid en haar verslinden'', zegt een man die Hassan heet. ,,Maar wat het lastig maakt, is dat we hiér niet kunnen terugvechten, want onze families en onze huizen zijn hier.''

Het gevaar is niet ver weg. Iedere nacht vliegen helikopters boven de wijk die de daken naspeuren op sluipschutters. Op straatniveau schieten schutters zelfs op mensen die de doden weghalen.

Het lichaam van Hashem bleef onopgeeïst totdat een schutter van de Comanche Company een salvo vuurde op een autoband die de steeg was binnen gerold om na te gaan of het veilig was. Pas in de vroege ochtend werd het lijk weggehaald.

Volgens functionarissen van de twee grootste ziekenhuizen in Sadr City zijn sinds zondag 64 doden geteld en 268 mensen gewond geraakt. Boven de ingang van het Shahid Sadr ziekenhuis hangt een zwart spandoek waarop in witte letters staat geschreven: `Beter een eervolle dood dan een vernederend leven'.

Verderop zit een groep mannen zwijgzaam in plastic stoelen die langs een kleurige tent staan opgesteld. De tent is daar neergezet om de rouwenden te ontvangen na de begrafenis van Hashem eerder die morgen. Een van hen is Jawad Kadhim, een stevige man van middelbare leeftijd, wiens gezicht de wereld rondging toen Amerikaanse tanks bijna een jaar geleden voor het eerst Sadr City binnenreden.

Khadim werd gefilmd toen hij, lopend op straat met een schoen in de hand een meegedragen portret van Saddam Hussein bewerkte. Een jaar later komt hij zijn medeleven betuigen tegenover de familieleden van zijn omgekomen neef Hashem. ,,Hij was net als wij in het begin'', zegt Khadim over Hashem. ,,Hij was blij met de bevrijding van Irak en hij verwelkomde de Amerikanen. Maar na wat we van ze hebben meegemaakt de beledigingen is niet alleen hij, maar zijn wij állen anders tegen hen aan gaan kijken. We beginnen ze steeds meer te zien als imperialisten.''

© The Washington Post