Chinezen zien weinig van Balkenende

Premier Balkenende en minister Bot brachten deze week een bezoek aan China. Met Chinese leiders zijn ze het eens: het wapenembargo moet worden opgeheven. De Tweede Kamer denkt er anders over.

Het bezoek van premier Balkenende aan China is in de Chinese media vrijwel onopgemerkt voorbijgegaan. Op televisie werd gerefereerd aan de door de Chinese president Hu Jintao uitgesproken hoop dat de toch al goede banden tussen de Europese Unie en China onder het Nederlands voorzitterschap van de EU in de tweede helft van dit jaar verder zouden verbeteren, maar heel veel meer werd er in de Chineestalige pers niet gemeld. De Engelstalige overheidskrant de China Daily kwam gisteren wel met een iets uitgebreider bericht, maar daarin werd niet gerept over wat het belangrijkste onderwerp was in de gesprekken tussen Balkenende en zijn Chinese ambtsgenoot Wen Jiabao: de mogelijke opheffing van het wapenembargo van de Europese Unie tegen China.

De opheffing van het embargo, dat in 1989 werd ingesteld na het neerslaan van de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede, stuit in de Tweede Kamer nog steeds op verzet in verband met de voortduring van ernstige schendingen van de mensenrechten in China. Een meerderheid van de fracties heeft echter ook aangegeven dat Nederland niet in zijn eentje een veto moet uitspreken, als de andere EU-landen het wapenembargo wel willen opheffen.

Ook in andere Europese parlementen is er verzet tegen opheffing, maar de regeringsleiders zijn, onder aanvoering van Frankrijk, vóór opheffing van het embargo. Voor opheffing is een unaniem EU-besluit nodig. De EU vindt daarbij de Verenigde Staten op zijn weg. Amerika is sterk gekant tegen het leveren van militaire technologie aan China, en Washington stelt ook dat de mensenrechtensituatie er sinds vorig jaar niet is verbeterd maar juist verslechterd. Balkenende verdedigt zijn standpunt daarentegen met het argument dat de mensenrechten in China wel degelijk verbeterd zouden zijn.

Het was vooral China dat het wapenembargo bij Balkenende en bij meereizend minister Bot (Buitenlandse Zaken) ter sprake bracht. China, zo lichtte Bot eerder deze week tijdens een persconferentie in Peking toe, ziet een opheffing van het embargo vooral als een politiek gebaar. ,,Het gaat ons erom dat wij erkenning willen voor het feit dat er nu een heel nieuw regime zit, en dat wij niets meer te maken hebben met de politie en met die legertoestanden van destijds'', zo parafraseerde Bot de uitlatingen van zijn Chinese gesprekspartners, die niet beschikbaar waren voor ontmoetingen met de westerse pers.

Officieel diende het werkbezoek vooral om een Europees-Chinese top voor te bereiden, die op 8 december in Den Haag moet plaatsvinden. Aan die top wordt de dag erna ook een zakentop gekoppeld. Vermoedelijk is zowel de EU als China erop uit om het wapenembargo vóór die tijd van tafel te hebben. Ook de situatie op Taiwan, waar steeds onenigheid bestaat over het antwoord op de vraag of de huidige president Chen Shui-bian de verkiezingen nu wel of niet rechtmatig heeft gewonnen, is ter sprake gekomen.

Balkenende benadrukte vooral de `open en ontspannen sfeer' waarin hij met zijn Chinese gastheren sprak. Op het gebied van de mensenrechten noemde hij als positieve ontwikkelingen het feit dat China de bescherming van de mensenrechten sinds kort in de grondwet heeft opgenomen, en dat China VN-rapporteurs op het gebied van de mensenrechten toelaat. Balkenende bracht verder zelf de vrijheid van godsdienst, de situatie in Tibet en een aantal individuele gevallen op het gebied van de mensenrechten ter sprake bij zijn Chinese gastheren.

Naast de officiële besprekingen was er opvallend veel tijd ingeruimd voor wat met een mooi woord 'culturele programma-onderdelen' werden genoemd: Balkenende en Bot brachten niet alleen een bezoek aan de Grote Muur, maar ook aan de Verboden Stad, aan twee tempels en aan oude keizerlijke graven.

De Muur bezochten zij op een idyllische, afgelegen plek die zelfs voor het begeleidende Chinese politie-escorte moeilijk te vinden bleek. De 66-jarige Bot klauterde er samen met Balkenende dapper over een wankel hoopje stenen en een steil paadje naar boven, om daar tussen bloeiende fruitboompjes uit te kijken over de ruïnes van de voormalige verdedigingslinie van het grote Chinese keizerrijk. Balkenende is de eerste Nederlandse premier die China sinds 1995 bezoekt.