Baerveldt ontsnapt aan bloedgravin met braafheid

Het beeld stribbelt tegen. Op de video Pièta van Erzsèbet Baerveldt uit 1992 worstelt de kunstenares met een beeld van natte klei. De levensgrote mensfiguur ligt languit op een tafel (die evengoed een baar zou kunnen zijn) en gedurende tien minuten probeert ze, indachtig de titel van het werk, die massa op te richten, neer te zetten, in haar armen te nemen, misschien wel. Maar als het beeld na veel gesjor rechtop zit, laat Baerveldt het even alleen – en meteen stort het in. Een moment van oprechte tragiek is dat, hoewel er onmiskenbaar iets slapstickachtigs in het filmpje zit, al is het maar door het piepende achtergrondmuziekje dat Baerveldt uit een film van Andy Warhol haalde. Maar die toets van relativering maakt het filmpje alleen maar beter: Pièta is een prachtige verbeelding van onmacht en beheersing. Een allegorie op het kunstenaarschap misschien wel. Het zegt in ieder geval veel over het kunstenaarschap van Baerveldt.

Erzsèbet Baerveldt (1968) begon haar carrière in het spoor van de Hongaarse Erzsèbet Bathory (1560-1614). Door die gravin, onder andere beroemd als eerste vrouwelijke vampier, was Baerveldt zo geobsedeerd dat ze haar voornaam overnam en aanvankelijk haar hele oeuvre in haar teken leek te gaan stellen. Op Baerveldts nieuwste, kleine expositie in De Lakenhal in Leiden wordt echter duidelijk dat Baerveldt de bloedgravin achter zich heeft gelaten. Ze heeft haar thema verbreed: de geschiedenis in het algemeen is nu haar onderwerp, en dan vooral de manier waarop we die geschiedenis verwerken in het leven van alledag. De twee kernwerken op deze tentoonstellingen zijn niet voor niets twee beelden van Spinoza en Descartes die ze voor Leiden vervaardigde.

Niet dat Baerveldt daarmee haar neiging tot bloederigheid en mystiek volledig kwijt is, al blijkt dat vooral uit de overige werken op expositie. Mooi is de foto die Baerveldt maakte, vermoedelijk in de Scuola Anatomica in Florence, van het hoofd van een zeker honderd jaar oude wassen pop. Het hoofd doet denken aan Davids beroemde Dood van Marat, maar doordat het duidelijk een foto is ontstaat er een intrigerend anachronisme. Haar mystieke kant leefde Baerveldt uit in twee forse bronzen `leeuwen', sfinxen eerder, met haar eigen gezicht en op rug en poten bedekt met runentekens, die in de Lakenhal als oude wachters de overige werken in de gaten houden.

De hoofdwerken op deze expositie zijn echter de beelden van Spinoza en Descartes. Beide filosofen verbleven enige tijd in Leiden en zijn in de vorm die Baerveldt ze heeft gegeven in de zeventiende-eeuwse Lakenhal goed op hun plaats – te goed misschien wel. Bij enigszins obscure onderwerpen als een bloedgravin, een oude wassen pop of mythische sfinxen verschaft Baerveldt zichzelf relatief veel vrijheid; bij Descartes en Spinoza lijkt ze verlamd te zijn geraakt door hun statuur en intellectuele grootheid. De buste van Descartes is slechts afwijkend doordat-ie in aluminium is uitgevoerd, het beeld van Spinoza valt vooral op door de iele, goudkleurige beentjes waarop de denker rust. Zijn hoofd en lijf zijn verder tamelijk `klassiek' op wat kabbalistische symbolen aan de achterkant na. Kijkend naar deze tamelijk brave beelden is de verleiding groot om nog eens een blik te werpen op de video Pièta waar we Baerveldt ongegeneerd zien worstelen met het lijf van de Verlosser. Het is jammer dat Baerveldt zich in de respectvolle Spinoza en Descartes-beelden niet op een soortgelijke wijze tot dit tweetal heeft durven verhouden. Baerveldts bescheiden eerbetoon is begrijpelijk en mooi, maar haar kunstenaarschap floreert bij de afwijking.

Tentoonstelling: Erzsèbet Baerveldt. De Lakenhal, Oude Singel 28-32, Leiden. T/m 23 mei. Inforormatie: 071-5165360.