Afscheid van de groenteman

Na een leven als middenstander houdt Henk van Leersum het voor gezien. Culinair Groente en Fruitspecialist noemt hij zich en naar eigen zeggen behoorde hij tot de top-5 van bestlopende groente- en fruitzaken van Den Haag. Vierentwintig jaar heeft hij een winkel gedreven op een voorname, gevarieerde Haagse winkelstraat.

Maar de steeds heftiger concurrentie van een nabijgelegen supermarkt van Albert Heijn heeft hem uit de markt gedrukt. Sinds de winkeltijden zijn verruimd en de AH ook nog eens fors is uitgebreid, daalt zijn omzet met 15 procent per jaar. Dat valt voor een zelfstandige winkelier die werkweken van 80 uur maakt en iedere dag om halfvijf opstaat om naar de inkoopmarkt te gaan, niet vol te houden. ,,Het is oneerlijke concurrentie op basis van openingstijden'', zegt hij.

Uit een overzicht van het Hoofdbedrijfschap voor de Detailhandel blijkt dat jaarlijks gemiddeld 6 procent van de groentehandelaren in Nederland hun bedrijf stopt. Zelfstandige winkeliers hebben vaak geen opvolger, hun kinderen voelen er niets voor om de winkel over te nemen. Als ze vanwege hun leeftijd besluiten te stoppen, gaat de zaak dicht. De financiële situatie, zegt een deskundige van de brancheorganisatie ADN, is vaak dramatisch.

Gebrek aan ondernemerschap valt Van Leersum (59) niet te verwijten. Hij heeft twee keer het Guinness Book of Records gehaald met de grootste fruitmand ter wereld en met het grootste fruitarrangement ter wereld. Jozias van Aartsen, vaste klant en in die tijd minister van Buitenlandse Zaken, heeft hiervan nog de officiële oorkonde uitgereikt. Klanten mochten eens het gewicht van een reusachtige pompoen (113 kilogram) raden, er was de jaarlijkse paasloterij en de bekers boven de toonbank herinneren aan talloze gewonnen fruitshows.

Van Leersum is Nederlands kampioen fruitmanden geweest en telkens probeerde hij nieuwe producten. Toen de notenwinkel aan de overkant er mee stopte, begon Van Leersum een notenrekje en toen Albert Heijn de bloemenman bij de ingang verwijderde, zette hij voorverpakte bosjes chrysanten op de toonbank. Dat werd niets, maar de dagelijkse warme maaltijden die zijn allochtone medewerker bereidde en op straat verkocht, deden het aan het einde van de middag fantastisch. Net als de gevulde kalkoenen met kerst.

In zijn beste jaren haalde Van Leersum een omzet van een miljoen gulden. Hij breidde de winkel uit met een keuken, een diepvries, een oven en snijtafels om kant-en-klare salades en maaltijden te bereiden. Er was ook de verharding van de omgeving. Negen keer kreeg hij te maken met diefstal in de winkel één keer zijn de inbrekers met een scooter dwars door de winkeldeur gereden. Een andere keer werd de bestelbus gestolen waarmee hij de boodschappen bezorgde en maaltijden naar bejaardenhuizen bracht.

De naburige Albert Heijn breidde ondertussen verder uit door panden van andere winkels uit te kopen. Daarna kwamen de langere openingstijden. Op zondag heeft AH dertig man personeel aan het werk en is de verkoop hoger dan op een doordeweekse dag. Van Leersum wil de supermarkt niets verwijten.

Maar de verruiming van de winkeltijden en de veranderingen in het koopgedrag hebben hem zijn omzet gekost. Steeds vaker doen mensen 's avonds en op zondag boodschappen en kiezen ze voor kant-en-klare maaltijden. Jaar na jaar 15 procent minder omzet valt niet vol te houden. Met één medewerkster in vaste dienst, twee parttimers en een allochtone hulp in de keuken zijn de kosten te hoog en het aantal van 150 klanten per dag is niet meer voldoende.

Ja, misschien kan de neergang gekeerd worden als hij zich verder ontwikkelt in de richting van de wensen van de consument. Een

niche-markt, zoals het aanbod van gezond belegde broodjes, maar de winkel is aan een grondige opknapbeurt toe en dan moet hij zich in de schulden steken bij de bank. En hij heeft geen opvolger. De huisbaas deed een aantrekkelijk bod om het contract op te zeggen. Daarop is hij ingegaan. De huur van 2.000 euro per maand zal voor de volgende huurder het dubbele bedragen. Zo'n bedrag valt voor geen beginnende middenstander op te brengen.

In de loop der jaren zijn er heel wat kleine winkels verdwenen in deze straat. Een bloemist, een zelfstandige drogist, een Chinees restaurant, twee delicatessenwinkels, een boekhandeltje, een notenbar, een poelier, een winkel met kunstnijverheid, een schoenmaker, kledingwinkels, een horlogemaker/juwelier.

Hiervoor in de plaats zijn overwegend filialen van landelijke winkelketens gekomen. Drogisterijen, een uitzendbureau, een opticien, belwinkels, fotoshops, een pizzabezorger. Sommige zelfstandige winkels hebben succesvol uitgebreid: de boekhandel, de kantoorboekhandel, de zelfbouwmeubelzaak. Er is een croissanterie gekomen en de stomerij is overgenomen door een sympathieke Turk. Een goede winkelstraat is een afspiegeling van de samenleving en daarom aan permanente verandering onderhevig. Maar naarmate de schaal toeneemt, verschraalt het aanbod.

Er is niets tegen megasupermarkten en ze zijn voor werkende tweeverdieners een uitkomst, maar voor het gevarieerde aanbod in een stadse winkelstraat zijn ze de dood in de pot. Grote supermarkten horen in winkelcentra of in suburbia. Niet in buurten waar kleinschaligheid wordt nagestreefd en waar hun aanwezigheid de huren opdrijft, de komst van aanverwante ketens versterkt en de kleine middenstanders van hun klandizie berooft.

Henk van Leersum vindt het na 43 jaar in het vak mooi geweest. Hij gaat zich toeleggen op de catering en op het beheer van winkeltjes in enkele bejaardenhuizen. Afgelopen zondag stond een fanfare op de stoep en was zijn winkel voor één keer open op zondag. Voor het afscheid.

rjanssen@nrc.nl