Zwarten mochten zwarten ongehinderd uitmoorden

Vandaag tien jaar geleden begon de genocide in Rwanda, met bijna een miljoen doden. Geen enkel land greep in. Morgen zou het opnieuw kunnen gebeuren.

Ze stonden erbij en keken ernaar.

Negenduizend doden per dag, honderd dagen op rij. Nooit in de geschiedenis zijn zoveel mensen in zo'n korte tijd vermoord. Vandaag tien jaar geleden begon de genocide in Rwanda die volgens de laatste telling aan 937.000 Tutsi's en gematigde Hutu's het leven kostte.

De Canadese luitenant-generaal Roméo Dallaire was destijds commandant van de VN-vredesmacht in Rwanda. ,,Als iemand had geprobeerd de Rwandese berggorilla's uit te roeien, was de reactie groter geweest', zegt Dallaire.

Het begon al in 1993 met de povere opzet voor de vredesmissie in Rwanda. Dallaire spreekt over ,,een missie op een koopje'. De meeste van de 2.500 manschappen waren slecht getraind en slecht bewapend. Nog geen vijf procent van de voertuigen die ze van een andere vredesmissie erfden, bleek te rijden. Na een paar maanden waren de medische voorraden op.

De vredesmacht moest toezien op naleving van een vredesakkoord en mocht alleen geweld gebruiken om zich te verdedigen. Maar op het moment dat de VN-militairen arriveerden in Rwanda was het akkoord niet meer dan waardeloos papier. In een legendarische telex en meer dan veertig telefoontjes waarschuwde Dallaire het hoofdkantoor van de VN in New York voor een ophanden zijnde genocide. Hij smeekte om meer militairen. Hij vroeg om uitbreiding van zijn bevoegdheden zodat hij de bevolking desnoods met geweld kon beschermen. ,,Maar de wereld wilde niet luisteren', schrijft Dallaire in zijn boek Shake Hands with the Devil. Rwanda was van geen belang, vertelden hem zijn superieuren in New York.

Toen de moordmachine begon te draaien, vroeg Dallaire opnieuw om meer mankracht. Westerse landen hadden wel wat anders aan hun hoofd. Eerst moesten ze hun eigen burgers in veiligheid brengen. Franse paracommando's evacueerden niet alleen westerlingen, ook veertig kaderleden van de regeringspartij, onder wie organisatoren van de doodseskaders. Het Tutsi-personeel van de Franse ambassade werd achtergelaten voor de slachters. Frankrijk bleef de Hutu-regering steunen toen de slachting al in volle gang was. Frankrijk had het Hutu-leger bewapend en getraind.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties breidde de vredesmacht niet uit, maar kromp haar juist in tot een symbolische omvang van 270 man. Dat gebeurde op initiatief van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, nadat de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Willy Claes zijn Amerikaanse ambtgenoot Warren Christopher om die vriendendienst had gevraagd. België wist niet hoe snel het uit Rwanda moest wegkomen nadat meteen al bij het begin van de genocide tien van de ruim 400 Belgische VN-militairen waren vermoord.

Pas nadat de VN tot terugtrekking hadden besloten, kwam de slachting in alle hevigheid op gang. ,,Zwarten mochten zwarten kennelijk ongehinderd uitmoorden', schrijft de Franse historicus Gérard Prunier in zijn boek The Rwanda Crisis. ,,Een overtuigde militaire interventie zou de genocide hebben gestopt. Ik denk dat er aan hun kant 1.000 tot 5.000 doden zouden zijn gevallen, aan onze kant 20 tot 200. Maar het zou westers geld en ook bloed hebben gekost.' Drie dagen na het begin van de genocide zei de Republikeinse leider Bob Dole in de Amerikaanse senaat over Rwanda: ,,We hebben hier geen enkel nationaal belang. De Amerikanen zijn er weg. Wat mij betreft is het daarmee klaar.'

Tot 21 mei weigerden de Verenigde Staten angstvalling over een genocide te spreken, ook al waren er tegen die tijd al zeker 300.000 Rwandezen vermoord. Net zoals alle westerse landen hadden de VS de Genocide Conventie getekend, opdat de holocaust zich nooit meer zou herhalen. Erkennen van de genocide had Amerika tot ingrijpen verplicht.

Op 16 mei besloot de Veiligheidsraad onder grote internationale druk alsnog een vredesmacht van 5.500 man naar Rwanda te sturen. Maar geen westers land wilde troepen leveren en de VS deden moeilijk over logistieke steun. Tegen de tijd dat die praktische problemen waren overwonnen, was de slachting voltooid.

Een voor een hebben ze hun rol daarna aan onderzoek laten onderwerpen: de VN, Amerika, Frankrijk, België. Een voor een hebben ze het Rwandese volk hun excuses aangeboden. Allemaal hebben ze in meerdere of mindere mate hun falen erkend. Nog het zuinigst was Frankrijk, dat zich ,,op geen enkele manier medeplichtig' achtte aan volkerenmoord.

Al die onderzoeken hebben niet meer dan het tipje van de sluier opgelicht, schrijft Alison Des Forges van Human Rights Watch in Leave None to Tell the Story. Geen van de regeringsleiders heeft zich ooit hoeven te verantwoorden. ,,Omdat er nu eenmaal wetten, regels en praktijken zijn om politieke leiders te beschermen (..).' Bij het onderzoek van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden kwam geen van de regeringsleden opdagen. Een aanklacht tegen de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Willy Claes en minister van Defensie Leo Delcroix liep niet op een rechtszaak uit.

,,Een genocide kan zich zo morgen weer voordoen en onze reactie zou niet wezenlijk anders zijn', zegt Samantha Power, directeur van het Carr Center for Human Rights Policy aan de Harvard University en schrijfster van A Problem from Hell. ,,Regeringsvertegenwoordigers zijn nog even onwillig en slecht voorbereid als toen.' Wat zei president Bush toen hij aantrad? ,,Ik hou niet van genocides. Maar ik zou er mijn troepen niet aan wagen.'

Oud-VN-commandant Dallaire maakt zich geen illusies. Westerse mogendheden zijn nog even apathisch en zelfzuchtig en racistisch als tien jaar geleden. ,,Niet bereid een dode soldaat te riskeren om duizend Afrikanen te redden. Ik vrees dat we niets van de genocide in Rwanda hebben geleerd. Hoe kun je leven met die wetenschap?'