Werken bij nacht en ontij

Paul Smit moest zijn loopbaan als loods verplicht beëindigen toen hij 55 werd. Hij had best nog een paar jaar willen doorwerken.

Hoewel het nog nacht is, is de Alexander Carl al van grote afstand zichtbaar. Het 311 meter lange schip, geladen met erts en afkomstig uit Australië, ligt 60 kilometer uit de kust bij Hoek van Holland te wachten op een loods. Voorzichtig zet de helikopter Paul Smit, die het schip naar Rotterdam gaat brengen, aan boord. Hij schudt de Koreaanse kapitein de hand en begint met zijn werk. Bij Hoek van Holland voegen zich vier sleepboten bij de Alexander Carl, waarover Smit eveneens het commando krijgt. Exact om tien over twaalf 's middags, als het water in de haven hoog genoeg staat voor de 18 meter diep stekende boot, `parkeert' Smit het schip aan de ertskade. ,,Soms heb je maar 10 meter aan de voorkant en tien meter van achteren, dat is krap, hoor.''

Het binnenloodsen van de Alexander Carl, op 25 augustus vorig jaar, was Smits laatste taak als zeeloods. De reis is vastgelegd op film, een afscheidscadeautje voor Smit van Loodswezen Nederland. Op 1 september ging hij, nog maar 55 jaar oud, verplicht met pensioen. ,,Ik had nog best een paar jaar willen doorwerken, al werd het wel zwaar om vijf dagen lang 24 uur oproepbaar te zijn.'' Want op welk moment een schip zich precies meldt, is moeilijk te voorspellen. ,,Je ligt thuis in je bed te wachten tot ze bellen en dan slaap je dus slecht. En dat voel je op deze leeftijd.''

Smit haalde zijn kapiteinspapieren op de Hogere Zeevaartschool. Van zijn 19de tot zijn 30ste jaar zat hij op de grote vaart. ,,Gemiddeld voer ik vier tot vijf maanden op één schip. Daarna was ik een maand vrij.'' In 1978 werd zijn eerste kind geboren. ,,Toen ik eens na vierenhalve maand thuiskwam, schrok mijn dochter zó van me, dat ik dacht: ik moet iets anders gaan doen.''

Smit was echter net één maand te oud voor de opleiding tot rivierloods. Hij werd scheepsplanner bij containerbedrijf ECT. Na drie jaar stapte hij over naar de gemeentelijke havendienst waar hij havenloods werd, eerst in de Merwehaven, daarna in Europoort. In 1988 ging hij terug naar zee, om als loods schepen van het verzamelpunt op 13 kilometer uit de kust naar de ingang van de haven te brengen. De laatste acht jaar was hij allround loods, die schepen vanaf het rendez-vouspunt, halverwege Engeland, helemaal tot aan de kade brengt. Een baan met veel scholing, vertelt Smit. ,,Als loods volg je voortdurend opleidingen om hogerop te komen. Bovendien moet je elk jaar op herhaling en krijg je jaarlijks een calamiteitencursus.''

Smit heeft veel zien veranderen in zijn loopbaan. ,,De schepen worden steeds groter. Zo groot, dat je bij mist niet eens de voorsteven ziet of het water onder je.'' De grote schepen leggen een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van loodsen, vindt Smit. ,,Autoboten bijvoorbeeld, een van mijn specialisaties, steken zo'n 45 meter boven het water uit en hebben daardoor een enorme windvang. Daar komt bij dat ze als losbestemming de Brittania-haven hebben en dan moet je met zo'n flatgebouw door de Calandbrug. De doorvaartbreedte is daar slechts 45 meter, dus je hebt maar een paar meter speling. Bij 1 graad koersafwijking – en dat heb je al gauw met zo'n hoge bak – raak je de brug. Je kunt je de economische schade wel voorstellen als de brug zodanig geraakt wordt dat hij niet meer dicht of open kan.''

Het scheepvaartverkeer is drukker geworden, vindt Smit. ,,Terwijl het loodswezen het met minder mensen moet doen, omdat de aanwas gering is.'' Dat maakte dat de officiële werktijd van acht uur vaak uitliep tot tien uur of meer, volgens Smit. In de Rotterdamse haven werken circa tweehonderd loodsen, die dagelijks even zoveel schepen binnenbrengen. ,,Soms is het zo druk dat er wel twintig schepen liggen te wachten in het zogeheten ankergebied, voor de kust.''

Voorlopig geniet Smit nog van zijn vrije tijd. Maar als het ,,weer zou gaan kriebelen'', wil hij best als Noordzeeloods gaan werken (die schepen van Cherbourg of Hamburg naar Rotterdam brengen) of als invalkracht. ,,Het loodswezen heeft al eens laten doorschemeren dat ze me wel als oproepkracht willen. Dat wil ik wel, maar alleen als ik niet in mijn bed hoef te gaan liggen wachten. Maar als ze me bellen met de vraag `kun je nú komen?', dan graag.'' Maar voorlopig houdt Paul Smit het bij zijn eigen, acht meter lange kajuitzeiljacht.

Dit is een wekelijkse rubriek over mensen die vooruitkijken naar of terugblikken op hun loopbaan.