Sir Bobby op voetstuk, behalve in Nederland

PSV speelt morgen tegen Newcastle United van coach Sir Bobby Robson. Als PSV-trainer werd hij voor tactisch onbenul uitgemaakt. Ten onrechte, volgens ondervraagden.

Sir Bobby Robson is 71 jaar, maar nog lang niet versleten. Vorige week verlengde hij zijn contract bij Newcastle United. In de Engelse havenstad staat hij op een voetstuk, sinds hij in 1999 de bekritiseerde Ruud Gullit verving. De Nederlander miste nog al eens een training en waagde het publiekslieveling Alan Shearer aan de kant te schuiven. Gullit kocht voor tientallen miljoenen nieuwe spelers, met wie hij sporadisch successen boekte. Sinds de komst van Robson gaat het financieel slechter, maar sportief beter met de Magpies. Met dank ook aan topschutter Shearer, die elke week scoort.

Over de mens Robson bestaan nauwelijks misverstanden: every inch a gentleman. En toch kon hij keihard uitvallen, wanneer hij achter zijn rug werd aangevallen. Zo pareerde hij kritiek van Harrie van Raaij, de preses van PSV, op zijn functioneren na een verloren wedstrijd ooit als volgt: ,,De voorzitter zou beter kunnen zwijgen, anders schiet ik hem door zijn hoofd.'' En spelers die om uitleg vroegen over de wisselende opstellingen, kregen van repliek: ,,Hitler zei tegen de geallieerden ook niet wanneer hij de bommen ging droppen.''

Robson was beginjaren negentig twee seizoenen actief voor PSV en eindjaren negentig nog een derde seizoen. Hij had zijn sporen verdiend als trainer van Ipswich Town, het nationale elftal van Engeland, Sporting Lissabon, FC Porto en FC Barcelona. Maar toch was hij volgens sommige waarnemers een tactisch onbenul. De trainingen van PSV waren een janboel. En na een dramatische uitnederlaag tegen FC Groningen, die PSV bijna de landstitel kostte, viel hij in de bus op de ringweg van de Martinistad vrijwel meteen in slaap.

,,Die anekdote klopt'', reageert doelman en oud-international Hans van Breukelen. ,,We waren Groningen nog niet uit, of Bobby lag te pitten. Ik had een heel andere beleving en lag na een nederlaag juist uren wakker. Maar daarmee is niet gezegd dat Bobby niet dag en nacht met het spelletje bezig was. Hij kon het alleen beter van zich afzetten. Hij keek puur naar de resultaten en gezien de twee landstitels heeft hij het goed gedaan bij PSV. Al moet ik wel zeggen dat de meeste spelers onder Robson niet veel beter zijn geworden. Tactiek had niet direct zijn belangstelling. Het ging hem om de elementaire zaken. Een linksback moest weten wat hij kon en niet kon. Bobby zweert zijn hele leven bij een 4-4-2-systeem. Waarom moeilijk doen, als het makkelijk kan?''

Verdediger en oud-international Stan Valckx maakte bij PSV en Sporting Lissabon kennis met ,,de man die iedereen als vader zou wensen''. De Limburger kent de verhalen over de tactische beperkingen van de Brit. Valckx: ,,Wij doen in Nederland heel gewichtig over spelsystemen. We vergeten dat een wedstrijd negen van de tien keer door andere zaken zoals strijd wordt beslist. Het probleem voor Robson was, dat bij zijn komst naar PSV door één journalist werd neergesabeld en dat alle collega's dat stuk klakkeloos overnamen. In Nederland drukken we graag een stempel op een coach.''

Frank Arnesen was in de eerste periode assistent-trainer van ,,mijn vriend voor het leven''. In de tweede periode van Robson in Eindhoven was de Deense oud-international gepromoveerd tot manager. Arnesen: ,,Ik verdedig Bobby tot aan z'n dood. Hij is een fantastisch mens én een fantastische trainer. Ga zijn erelijst maar na! Hij heeft overal een prijs gewonnen. De spelers bij PSV gingen voor hem door het vuur, omdat hij 110 procent met zijn vak bezig was en de spelers nooit in het openbaar afviel. Hij liet iedereen in z'n waarde. Bij Robson scoren de spitsen ook altijd: Nilis, Van Nistelrooy en bij Newcastle is Shearer weer zo scherp als een mes. Een kwestie van vertrouwen.''

Wat is er waar van het verhaal, als zou assistent Arnesen de trainingen van PSV hebben geleid, terwijl baas Robson langs de kant stond toe te kijken? Arnesen geeft een genuanceerder beeld. ,,Hij gaf mij inderdaad veel ruimte, omdat hij dat in Engeland gewend was. Daar moest hij de hele club runnen en liet hij het veldwerk aan zijn assistenten over. Bobby was meer een supervisor, maar altijd de baas op het trainingsveld. Hij bepaalde de opstellingen. Hij was de beste die ik heb meegemaakt. Ik ken niemand die zoveel gepresteerd heeft bij zoveel verschillende clubs.''

Volgens Valckx was Robson geliefd in Portugal, waar de trainer middenjaren negentig voor achtereenvolgens Sporting Lissabon en FC Porto werkzaam was. Bij Sporting werd de Engelsman na anderhalf jaar ontslagen, hoewel de club bovenaan stond in de competitie. Valckx, destijds speler van de groenwitten: ,,De zogenaamde vijfde kolonne zat al een poosje aan zijn stoelpoten te zagen. Toen we voor de UEFA Cup heel schlemielig werden uitgeschakeld door Casino Salzburg, betekende dat zijn einde. Terwijl wij dat jaar droomvoetbal speelden, met Figo en Balakov. Twee dagen na zijn ontslag gaf hij een afscheidsdiner voor de staf en de spelers. Eerst hield Bobby een praatje en alle Portugezen begonnen spontaan te huilen, ook de aanvoerder die een speech moest houden. Toen heb ik maar wat gezegd, want die jongen kon geen woord meer uitbrengen. Onvergetelijk!''

Van Breukelen noemt Robson ,,ongelooflijk menselijk'' en ,,de meest sympathieke van allemaal''. De doelman van PSV had eerder bij Nottingham Forest gekeept en kende de verschillen tussen het Engelse en het Nederlandse clubvoetbal. ,,Ik heb hem proberen wegwijs te maken in onze cultuur, maar dat viel tegen'', zegt Van Breukelen. ,,Bobby was gewend dat de spelers hun eigen verantwoordelijk namen. Een avondje stappen moest kunnen, maar dan wel volle bak in de wedstrijd. In Engeland de gewoonste zaak van de wereld, in Nederland helaas niet de praktijk. Sommige jongens bij PSV maakten misbruik van de lossere hand van Robson. Zijn motto was: met minder hard trainen, kun je hetzelfde bereiken, zeker als je zoveel wedstrijden moet spelen als in Engeland. Die overlevingsdrang, die natuurlijke passie missen wij in Nederland. Als wij hier niet hard trainen, hebben we meteen pap in de benen. Bij wie ligt dan het probleem, bij Robson of bij ons?''