Prijs van woningen stijgt gestaag door

De gemiddelde prijs van een koopwoning is in het eerste kwartaal gestegen met 6,4 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Een gemiddeld huis kostte 216.000 euro. Toch werden, met name door de lagere hypotheekrente, woningen betaalbaarder.

Dit blijkt uit cijfers over het eerste kwartaal die vanmorgen zijn vrijgegeven door de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2003 stegen de huizenprijzen met 1,2 procent. Ondanks de hogere woningprijzen zijn huizen betaalbaarder geworden. De NVM schrijft dit toe aan de verdere daling van de hypotheekrente en de beperkte loonstijging.

De ontwikkeling van de huizenprijzen is in de afgelopen kwartalen licht opwaarts vertekend, omdat per 1 januari de rente op de hypotheek niet langer aftrekbaar is voor het deel dat ook met de overwaarde van een verkocht huis had kunnen worden gefinancierd. Omdat woningkopers die maatregel vóór wilden zijn, ontstond tijdelijk een betere markt. Het opwaartse effect op de huizenprijzen wordt door de NVM geraamd op 0,3 procentpunt van de 1,2 procent die de prijzen in het eerste kwartaal stegen. Met name voor de duurdere woningen was het effect, met 1 procentpunt, merkbaar.

Aan het eind van het eerste kwartaal stonden volgens de NVM 75.900 woningen te koop. Dat is een kleine 700 woningen meer dan in het vorige kwartaal. Het is het derde achtereenvolgende kwartaal dat het aantal te koop staande woningen met slechts 1 procent toenam.

De NVM geeft niet langer het aantal dagen dat woningen gemiddeld te koop staan, maar maakt wel melding van een tweedeling. Enerzijds staan de woningen die te hoog geprijsd zijn langer te koop, anderzijds worden woningen met een reëlere vraagprijs snel verkocht. Het gemiddelde verschil tussen vraagprijs en verkoopprijs bedroeg aan het einde van het eerste kwartaal 4 procent, na een piek van 4,3 procent in januari.

De prijs van vrijstaande woningen steeg in het eerste kwartaal het meest, met 1,7 procent ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Hoekwoningen stegen het minst in prijs, met 1 procent. Regionaal deed Rotterdam het het best, met een prijsstijging van 2,8 procent. Almere was de enige regio waar de prijzen daalden, met 2,1 procent.

Voor alle woningconsumenten werd de betaalbaarheid van woningen beter, dankzij een geringe loonstijging en een dalende hypotheekrente. Voor startende éénverdieners op de woningmarkt blijft een gemiddeld huis onbetaalbaar. Zij komen 16 procent van een hypotheek van 100 procent op een gemiddelde woning te kort.