Openbare biecht in parlement over integratie

De Tweede Kamer is nauwelijks nog geïnteresseerd in het integratiebeleid in het verleden. De partijen willen nieuwe ideeën uitvoeren.

Fel was het niet, het eerste debat dat de Tweede Kamer gisteren voerde over de bevindingen van de parlementaire onderzoekscommissie-Blok over dertig jaar integratiebeleid. Of dat beleid nu gelukt is of niet en of de integratie van veel allochtonen nu wel of niet geslaagd is, bleek voor de meeste partijen niet meer zo belangrijk. Het rapport Bruggen Brouwen van de commissie heeft vrijwel alle fracties ertoe gebracht om nieuwe ideeën over integratie en immigratie op papier te zetten. En die ideeën willen ze zo snel mogelijk uitvoeren.

De toon van het debat was gisteren daardoor aanzienlijk gematigder dan de felle kritiek die de commissie-Blok bij de presentatie van het onderzoek in januari ten deel viel. Het onderzoek werd toen als te weinig concreet, te naïef en te vrijblijvend aangemerkt. Gisteren, in het eerste deel van het debat met de commissie dat morgen wordt vervolgd, stonden alleen CDA en VVD nog uitgebreid stil bij de conclusie van de commissie dat de integratie niet zozeer dankzij maar veeleer ondanks het gevoerde beleid voor veel allochtonen geslaagd was. Kamerlid Hirsi Ali (VVD) hield vol dat de commissie daarmee ,,de plank had misgeslagen''. Kamerlid Sterk (CDA) hamerde er op dat nog te veel allochtonen de verkeerde lijstjes aanvoeren: werkloosheid, schooluitval, criminaliteit. Maar zowel LPF, regeringspartij D66 als de oppositiepartijen onderschreven in grote lijnen de conclusie. De LPF, die als enige partij tegen de motie had gestemd om dit onderzoek uit te voeren, prees de commissie voor de wijze waarop het integratiebeleid in het verleden op een rijtje is gezet. ,,Er hoeven nu geen proefschriften meer over geschreven te worden'', meende het Kamerlid Nawijn (LPF).

Voor concrete afspraken over nieuw beleid was het gisteren nog te vroeg. Daarvoor wordt het debat met de regering over het rapport afgewacht, over enkele weken. Het debat tussen de partijen had gisteren daardoor wel iets weg een rituele biechtprocedure. Acht uur lang kwamen – doorgaans jonge – Kamerleden een voor een met bekentenissen, alleen algemeen geformuleerd, dat hun partij in voorbije decennia te vrijblijvend over integratie had gedacht. Alleen de SP (begin jaren tachtig al streng) en de LPF (bestaat nog maar twee jaar) bleven buiten schot.

Soms leidde dat tot felle debatten over oude rekeningen. GroenLinks-leider Halsema zag in de huidige ideeën van de SP over spreiding met enige dwang van kansarme allochtonen een reflex van de vroege jaren tachtig. Toen werd de SP, nog niet in de Kamer, fel bekritiseerd om `racistische' ideeën over buitenlanders. SP'er Kant zei spreiding alleen te willen ,,beïnvloeden''.

Ook het Kamerlid Hirsi Ali (VVD) riep kritiek op, toen zij een voortrekkersrol opeiste voor haar partij, sinds partijleider Bolkestein in 1991 een strenger integratiebeleid voorstelde. Anderen herinnerden eraan dat de VVD als meest constante regeringspartij sinds 1980 ook aan de vrijblijvendheid had meegewerkt. ,,Wij hebben af en toe zitten slapen'', erkende Hirsi Ali.

De scherpste tweedeling in de Kamer werd zichtbaar op het punt van de rol van religie. Het CDA, ChristenUnie, SGP, PvdA en GroenLinks zien in de islam een potentiële hulp bij integratie. VVD, D66, LPF en SP zien daar niets in. De meeste partijen denken niet dat artikel 23 van de grondwet, over de vrijheid van onderwijs, hoeft te worden aangepast om scholen, ook islamitische, te dwingen om een grotere rol te spelen bij de integratie van allochtonen. De commissie-Blok ziet artikel 23 wel soms als een hindernis. De SP vindt dat ook. Kant pleitte daarom voor ,,een moratorium op islamitische en orthodoxe scholen omdat zij geen bijdrage leveren aan gemengd onderwijs''.