Nederlands bedrijfsleven in strijd tegen aids

Bedrijven in Afrika kunnen geld besparen door hun werknemers virusremmers aan te bieden. Zeker nu de kosten van aidsmedicijnen steeds lager worden. Aidsbestrijding is niet alleen een kwestie van liefdadigheid. ,,Niets doen kost ook geld''.

Uit de zaal klinken geluiden van schrik en afschuw. Dia's van een beschimmelde slokdarm en een borst vol Kaposi sarcoom verstoren de feestelijke stemming. De `vieze plaatjes' zoals de spreker ze omschrijft zijn een duidelijke herinnering dat de zakelijke bijeenkomst in Amsterdam over aids gaat.

De Grote Onderneming (DGO), een platform voor bedrijven die zich willen inzetten voor de aidsbestrijding, organiseerde gisteren voor de derde keer een `netwerkbijeenkomst'. Antony Burgmans, bestuursvoorzitter van Unilever vertelde hoe zijn bedrijf de strijd tegen AIDS heeft aangeboden. Unilever legt in zijn aidsbeleid de nadruk op bewustmaking en preventie. Samen met plaatselijke partners zoals overheden en hulporganisaties zet het bedrijf voorlichtingsprojecten op bij haar 400 vestigingen.

Wat daar precies gebeurt, hangt af van de omgeving. Op een paar locaties, maar lang niet overal, verstrekt het bedrijf aan haar werknemers virusremmers, die maken dat de ziekte in veel gevallen niet langer dodelijk is.

Van de 250.000 werknemers van Unilever werken er 40.000 in Afrika. In sommige gebieden is bijna 30 procent van de beroepsbevolking besmet met hiv, het virus dat tot aids leidt. Actief aidsbeleid heeft naast liefdadigheid ook een duidelijk zakelijke achtergrond.

Robert Weyhenke, directeur van DGO, denkt dat het ,,fifty-fifty'' is. Volgens hem kunnen bedrijven geld besparen door hun werknemers virusremmers aan te bieden. Als ze dat niet doen, lopen ze kans veel - soms goed opgeleide - werknemers aan de ziekte te verliezen. ,,Ik heb gehoord van bedrijven die voor belangrijke jobs zelfs drie mensen aannemen.''

Bij Unilever is het zover nog niet gekomen. Hoeveel werknemers seropositief zijn en hoeveel er jaarlijks aan aids overlijden, weet Unilever niet, vertelt Burgmans. ,,Dat is vertrouwelijke informatie van mensen zelf.'' Bovendien, benadrukt hij, krijgen employees alleen een hiv-test als ze daar zelf om vragen. Burgmans heeft wel het idee dat de besmettingsgraad binnen Unilever-vestigingen lager ligt dan het lokale gemiddelde.

Bernard Luten, die gaat over het gezondheidsbeleid van Unilever bevestigt dat economische motieven een belangrijke rol spelen.

Bij de vestigingen in Afrika, vertelt hij, is begrafenisbezoek de belangrijkste reden waarom mensen niet op hun werk verschijnen. De kosten van aidsremmers in ontwikkelingslanden zijn inmiddels zo sterk gedaald dat het betaalbaar is om werknemers te behandelen. ,,Voordat mensen overlijden aan aids zijn ze drie jaar arbeidsongeschikt. Niets doen kost ook geld.''

Luten denkt dat het juist goed is dat aidsbestrijding niet alleen uit liefdadigheid gebeurt. Liefdadigheid wordt vaak geschrapt, als het moeizaam gaat met een bedrijf. Met aidsbestrijding kan dat niet zomaar. Iemand die aidsremmers slikt, moet dat zijn hele leven blijven doen. Stoppen levert niet alleen een dode patiënt op, maar mogelijk ook virussen die resistent zijn tegen de beschikbare medicijnen.

Dit maakt de beslissing om te beginnen met het verstrekken van virusremmers des te moeilijker.Tot nu toe verschaft Unilever remmers aan enkele honderden werknemers. De oorzaak van ,,dit relatief lage getal'' ligt volgens Burgmans in de gebrekkige medische infrastructuur in veel landen. Niet alleen de beschikbaarheid van de geneesmiddelen moet gegarandeerd zijn. Ze moeten ook worden geslikt: iemand moet controleren dat de patiënt niet besluit de pillen aan zijn buurman te verkopen, als hij zich na drie maanden iets beter voelt.

Bovendien moet er een soort vangnet zijn. Luten vertelt dat Unilever op enkele lokaties niet alleen de werknemers maar ook gezinsleden voorziet van aids-medicatie. ,,Maar als zo'n kind 18 wordt, kunnen wij het niet meer doen. Er moet dan een garantie zijn dat de overheid het overneemt'', vindt Unilevers bedrijfsarts Luten.

Voorlopig blijft de preventie het zwaartepunt van Unilevers aidsbeleid. Burgmans vertelt de zaal dat dat ook helpt. In een onlangs overgenomen fabriek in Zuid-Afrika bleek de besmettingsgraad 50 procent hoger te liggen dan in een fabriek vlakbij, waar Unilever al jaren voorlichting geeft.

De Grote Onderneming richt zich de komende tijd juist alleen op behandeling. Volgens Weyhenke ligt hierin de enige oplossing voor het Afrikaanse aidsdrama. ,,In Botswana is 38 procent van de bevolking besmet. Als je niet behandelt, gaat Botswana dood.'' Hij was gisteren druk aan het netwerken om bedrijven over te halen met geld of expertise een bijdrage te leveren. Intussen was Peter van Rooijen, directeur van het Aids Fonds en nauw betrokken bij DGO, vroeg van de borrel verdwenen. Hij was uit eten met Antony Burgmans. Is Unilever gisteravond deelnemer geworden van DGO? Dat nog niet. Van Rooijen:,,We zijn aan elkaar aan het snuffelen.''