Maken JSF wordt duurder

De totale kosten van het ontwikkelingsprogramma van het Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) gevechtstoestel vallen ruim 22 procent hoger uit dan was gepland. Dat heeft het Amerikaanse ministerie van Defensie gisteren bevestigd tegenover het persbureau Reuters.

De stijging met 45 miljard dollar tot in totaal 245 miljard dollar van het JSF-programma heeft vooral te maken met hogere arbeidskosten, vertraging in het programma en gewichtsproblemen van het toestel. De JSF wordt door het Amerikaanse bedrijf Lockheed Martin ontwikkeld in samenwerking met een aantal andere landen, waaronder Nederland.

Door de kostenoverschrijding komt de Nederlandse deelname in het JSF-progamma verder onder druk. Het kabinet besloot twee jaar geleden om 800 miljoen dollar te steken in ontwikkeling van de beoogde opvolger van de F-16, zodat Nederlandse bedrijven de kans zouden krijgen opdrachten voor het project binnen te halen. Voorwaarde was wel dat meedoen met het programma niet duurder mocht zijn dan het `van de plank' kopen van kant en klare vliegtuigen. In een zogeheten `business case' werd op grond van een groot aantal aannames geconstateerd dat dit het geval was. Zo zou Nederland korting krijgen op de aanschafprijs, en kunnen profiteren van `royalties' bij de verkoop van JSF's aan landen die niet hebben meegedaan met de ontwikkeling. Bovendien zou het bedrijfsleven een deel van de beoogde miljardenomzet terugstorten in de staatskas. Minister Zalm (Financiën) noemde de aannames van toen ,,behoedzaam''.

De aannames uit de business case zijn het afgelopen jaar evenwel verslechterd. Zo loopt het verstrekkken van orders aan het bedrijfsleven minder goed dan verwacht. Bovendien bevestigde Defensie in september vorig jaar dat Nederland waarschijnlijk minder toestellen zal aanschaffen dan waarvan aanvankelijk was uitgegaan. Daarnaast zullen de stijgende kosten van het programma negatieve gevolgen hebben op de stuksprijs en het totaal aantal te produceren en te verkopen vliegtuigen.