Geldmachine van de vier G's grijpt de groei

Het gaat na drie jaar malaise weer wat beter met de financiële positie van ABP, 's wereld grootste pensioenfonds. De vier G's van een geldgigant.

ABP is het pensioenfonds van de grote getallen. Het belegd vermogen van 150 miljard euro maakt ABP het grootste pensioenfonds ter wereld. Een kwart van de Nederlandse huishoudens is nu of straks aangewezen op een uitkering van het fonds voor ambtenaren en leraren. Groot is een van de G's die ABP maken of breken. De G van goed bestuur, de G van de grijze golf en de G van grabbelton.

Eerst het grote geld. Vorig jaar steeg het vermogen, dankzij hogere premies en een rendement op beleggingen van elf procent, met 14,6 miljard euro. De pensioenverplichtingen gingen met `maar' 6 miljard euro omhoog. Het positieve verschil verstevigt na drie achtereenvolgende jaren van daling de financiële positie van het fonds.

De verhouding tussen het belegde vermogen en de pensioenverplichtingen (dekkingsgraad) steeg vorig jaar van 103 procent naar 109 procent. ,,Er lijkt sprake van een kentering'', oppert directievoorzitter J. Neervens.

Op de piek van de millennimum-hausse (eind 1999) was de dekkingsgraad 141 procent. Eind maart 2002 was de dekkingsgraad 99, te weinig om alle toegezegde pensioenen te betalen. Nog een groot getal: ABP verdiende vorig jaar bovenop het geprognotiseerde rendement 3.500.000.000 euro extra. En dat vooral dankzij één beslissing: dollarbeleggingen afdekken tegen de koersval ten opzichte van de euro.

Zoveel geld maakt ABP een invloedrijk aandeelhouder, bijvoorbeeld bij de Koninklijke/Shell, de grootste individuele belegging eind vorig jaar met een waarde (toen) van iets meer dan 1 miljard euro. Shell is de gebeten hond onder beleggers sinds een boekhoudschandaal in januari.

ABP heeft zich ontpopt als dé voorvechter onder professionele beleggers van aandeelhoudersrechten. Directeur beleggingen J.Frijns, die het volgend jaar wat rustiger aan gaat doen, hekelde topmanagers die hun beloning koppelen aan een ``willekeurig groepje Nederlandse topbestuurders''. Nee, namen van bedrijven wilde hij niet noemen.

Hoe transparant is ABP zelf? De vaste salarissen gingen vorig jaar met de CAO-stijging (2,8 procent) omhoog, de kortetermijnbonus wordt uitgelegd in het jaarverslag, de langetermijnbonus niet. Met één cruciale aanbeveling van de commissie Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur maakt ABP geen haast. De commissie pleit voor scheiding tussen uitvoering en toezicht op het gevoerde beleid, maar dat is bij een stichting zoals ABP in handen van één bestuur. Ook staatssecretaris M. Rutte (Sociale Zaken) ziet hier een knelpunt, maar wacht op initiatief van de bedrijfstak. Het ABP-bestuur gaat er wel over praten, vertelde Neervens, maar zijn opvatting is helder. ,,Wij zijn nu best tevreden.''

Dan de G van de vergrijzing. Neervens heeft weinig op met de kabinetsplannen voor een levensloopregeling, die werknemers in staat moet stellen tussentijds, of aan het eind van hun carrière, een tijdje niet te werken en andere dingen (zorg) te doen. Werkend Nederland heeft al meer verlof- en andere dagen dan het kan opmaken. Hij pleitte voor soepeler pensioneringsregelingen, niet meer verplicht op 65, en waarschuwde voor de trend naar individualisering die ook de sociale zekerheid aantast. Hij vreest de invloed van nieuwe Angelsaksische boekhoudregels en de lobby van verzekeraars die werknemers opzadelen met meer beleggings- en inflatierisico's in hun pensioen. Ondertussen groeit de individuele Angelsaksische pensioenregeling die ABP twee jaar geleden introduceerde als kool: van 3 miljoen ingelegd vermogen (2001) naar 11 miljoen (2002) naar 31 miljoen (2003).

Resteert de laatste G: de grabbelton. Ook bekend als: hoe gezond is ABP? De regels voor de boekhouding van pensioenfondsen zijn dusdanig gecompliceerd en onderhevig aan wijzigingen, dat het moeilijk kiezen is. Heeft ABP een dekkingsgraad van 85, van 109 of van 125 procent? Het verschil zit `m in het gebruikte rentepercentage. De eerste is op basis van de reële rente, de tweede is conform het huidige toezicht op pensioenfondsen (vaste rente 4 procent), de derde is op basis van het toekomstig toezicht (marktrente, van 4,9 procent). Financieel directeur D. Sluimers heeft er alle begrip voor dat mensen er horendol van worden. Het bevestigt wel een van zijn kernthema's: de échte risico's voor een pensioenfonds zitten niet in aandelenbeleggingen, maar in rentebewegingen.