Een valse tegenstelling

Robert Kagan, schrijver van Of Paradise and Power, heeft een aanvulling op zijn vorig jaar veelbesproken essay geschreven. Eigenlijk is het een zelfstandig essay. Het heet America's Crisis of Legitimacy; het staat in het laatst verschenen nummer van Foreign Affairs, het is even helder en prikkelend geschreven en het is gebaseerd op dezelfde halve vergissing. Toen verklaarde Kagan dat de Europeanen van Venus komen en de Amerikanen van Mars. Europa vertrouwt op een Kantiaans wereldbeeld waarin internationaal recht en internationale organisaties de beste waarborg zijn voor de wereldorde. Amerika weet dat Hobbes gelijk heeft. Het laatste woord wordt gesproken door de machtigste. Voor dit, door mij grof samengevatte inzicht voert Kagan dan een groot aantal historische argumenten aan. Vaak heeft hij gelijk. Maar, dunkt mij, niet als zijn aap uit de mouw komt. Uiteindelijk gaat het hem om de verklaring en rechtvaardiging van de oorlog tegen Irak.

Zo is het ook in dit aanvullend essay. De strekking daarvan is, dat Amerika met deze oorlog wel het fundamenteel gelijk aan zijn zijde blijft houden, maar dat het, door de legitimiteit te verwaarlozen, door unilateralistsch zijn gang te gaan (zij het met een een paar trouwe vrienden), de zaak van de liberale democratie geen goed heeft gedaan.

Het bewind van Bush had zich, in eigen land en daarbuiten, van een ruimere steun, en dus van legitimiteit moeten verzekeren, voordat het aan de invasie begon. Het anti-Amerikanisme verklaart Kagan dan vooral uit het overheersend gevoel in Europa dat men hier de greep op Washington verloren heeft. Met andere woorden: de invasie zelf was wel in orde, maar met de Amerikaanse diplomatie die eraan vooraf is gegaan, had het aanmerkelijk beter gekund. Nu, schrijft hij, houden `veel' Europeanen er rekening mee dat de gevaren uit de `As van het Kwaad' weleens geringer zouden kunnen zijn dan die van de ontketende Amerikaanse Leviathan. Dit zijn voor hem de lessen van Irak. Mij lijkt het pure, en hier en daar gevaarlijke, onzin.

Dat de aanval van 11 september voor Amerika in zijn geheel een schok met blijvende gevolgen heeft veroorzaakt, is een gemeenplaats die nog lang zijn geldigheid zal houden. Toen daarop Afghanistan werd aangevallen, was met de legitimiteit nog alles in orde. Geen Europeaan die eraan twijfelde dat Amerika het recht had de Talibaan op te ruimen. De legitimiteitscrisis is pas begonnen toen het duidelijk werd dat Washington een andere vijand in het vizier had: Saddam Hussein. Daarop volgde het drama in de Verenigde Naties, het vergeefse zoeken naar de massavernietigingswapens, enzovoorts. In de transatlantische discussie – als we het zo nog kunnen noemen – ging het om twee zaken: de legitimiteit én het objectieve nut, het uiteindelijk effect van de oorlog. Ik denk dat daarbij de legitimiteit ondergeschikt was.

Over de onguurheid van Saddam bestond en bestaat transatlantische overeenstemming. Maar de tegenstanders, in Europa en Amerika, waren en zijn van mening dat de voordelen van de regime change niet tegen de kosten opwogen. Ze waren bang dat de kosten wel eens zouden kunnen tegenvallen: de materiële van de wederopbouw en de bezetting, en de politieke, bestaande uit het effect van de invasie in de regio. Ze geloofden dat het een illusie was, te denken dat de wederopbouw van Irak te vergelijken zou zijn met die van Duitsland en Japan, na de Tweede Wereldoorlog (zoals onder anderen Condoleezza Rice toen opgewekt verklaarde). Die twee landen hoorden ook toen tot de hoogst geïndustrialiseerde culturen; Irak nu niet. De tegenstanders waren er nog niet zo zeker van of de stammen en volken in het bevrijde land eendrachtig een moderne democratie zouden stichten. In Washington bestond daarover geen twijfel.

En nog een illusie. Het relatief snel tot democratie omgevormde Irak zou het voorbeeld voor het hele Midden-Oosten moeten worden. In plaats daarvan zagen de tegenstanders het risico dat zo'n formidabele westerse machtsontplooiing in een Arabisch land de anti-westerse krachten zou versterken. Het terrorisme zou er garen bij spinnen. Nee, hoorde men uit Washington. Ze hebben daar alleen respect voor de harde hand. Waar had ik het meer gehoord? Ik dacht aan de tijd dat wij `Soekarno gingen halen'.

Al deze argumenten en tegenwerpingen hebben niets met Venus en Mars of Kant en Hobbes te maken. Het gaat uitsluitend over de doelmatigheid van deze of gene politiek. De tegenstanders waren voor het beproefde containment, dat, in

tegenstelling tot wat de regering in

Washington wilde doen geloven, sinds de eerste Golfoorlog goed had gewerkt. ,,We voeren daar een oorlog tegen de Flintstones'', schreef een jaar geleden New York Times-columnist Thomas Friedman, die zelf voorstander was. Of de oorlog doelmatig was, zou pas na de oorlog kunnen worden bewezen. Wat denkt u op het ogenblik zelf?

Met zijn boek Against All Enemies (meeslepende lectuur) heeft de voormalige oppercoördinator van de geheime diensten, Richard A. Clarke, het begin gemaakt met het debat over de prioriteiten van de Amerikaanse veiligheid. Hij schrijft dat al vóór 11 september de obessie met Saddam heeft verhinderd voldoende aandacht aan Al-Qaeda te besteden. Morgen komt mevrouw Rice daarover onder ede op de televisie voor de commissie van onderzoek een eenmalige verklaring van ten hoogste tweeëneenhalf uur afleggen. Ook dit alles heeft niets met links of rechts, conservatief of liberal te maken. Het gaat allemaal over goede of verkeerde diagnoses, sprookjes, misleidingen, leugens of goede trouw met onverwachte resultaten. Een meubelmaker timmert óf een stoel waarop je kunt zitten, óf een die wiebelt en waar je doorheen zakt. Hij doet het goed, of niet. Geen stoel voor Venus of Mars, Kant of Hobbes, progressief of conservatief.

De tegenstellingen over Irak te zien in een ideologisch perspectief is misleidend. Legitimiteit kan haar verdienste hebben. Wie het plan heeft, een oorlog te voeren, blijft het liefst binnen de grenzen van het legitieme. Maar er is ook een oorlog denkbaar, legitiem of niet legitiem, maar zo eigenaardig, onvakkundig gevoerd dat je alle woordkunst nodig hebt om er een goed einde aan te breien. Die mogelijkheid wordt door Kagan niet besproken. Morgen eens horen wat mevrouw Rice ervan zegt.