Echtgenoot Peijs: ik wist van kartel

De echtgenoot van minister Peijs deed mee aan verboden afspraken in de cementindustrie. De banden tussen politiek en bouw zijn nooit uitgezocht.

Rinus Platschorre is belangrijk in de Nederlandse bouw. Vele jaren stond hij aan het hoofd van, of was hij commissaris bij, bouwbedrijven die nu opduiken in het bouwfraudeschandaal.

Rinus Platschorre is getrouwd met Karla Peijs, sinds vorig jaar minister van Verkeer en Waterstaat. In die functie is zij, sinds de bouwfraude op straat ligt, medeverantwoordelijk voor de nieuwe bouwbeleid van de rijksoverheid.

Nu was haar man niet alleen indirect betrokken bij de bouwfraude, maar ook direct, meldt de Volkskrant vandaag. De krant verwijst naar de veroordeling van de Vereniging Nederlandse Cementindustrie (VNC) door het Europese Hof van Justitie. Als voorzitter van deze brancheorganisatie (1982-1994) zou Platschorre persoonlijk bij vergaderingen van het Europees kartel van grote cementbedrijven zijn geweest.

Platschorre geeft desgevraagd toe dat hij in de jaren tachtig één vergadering bezocht heeft waarin ,,werd afgesproken om elkaars landsgrenzen te respecteren'', iets wat volgens de Europese Commissie verboden was. Platschorre: ,,De afspraak vond plaats vanwege de economisch slechte situatie tijdens de oliecrisis. Je praat dan over vormen van overleg waarvan men nu, met terugwerkende kracht, zegt dat ze niet hadden mogen plaatsvinden. Het ministerie van Economische Zaken wist er toen van.''

Ook als topman van bouwconcern TBI Holdings wist Platschorre, naar eigen zeggen, hoe het er ,,in de praktijk aan toe ging''. Platschorre: ,,Het klopt dat ik nooit opdracht tot onderzoek heb gegeven. Want ook over die praktijken is men pas ná 2001 anders gaan denken.'' Platschorre stapte medio 2001 op bij TBI. Hij is nog commissaris en adviseur van beton- en cementbedrijven.

Uit de parlementaire enquête Bouwnijverheid en de daaropvolgende onthullingen is duidelijk dat de héle bouwsector doorspekt was van verboden afspraken en dat zo goed als iedereen in en rond de sector wist wat er aan de hand was.

Wat ook bekend is, is dat opeenvolgende Nederlandse bewindspersonen de bouw protectie boden. Ze voerden een voor Europese begrippen bijzonder bouwvriendelijk beleid. Tot in de jaren negentig streden politici en bouw zij aan zij tegen `Brussel'. Toen het beleid door Europa verboden werd, weigerden de bewindspersonen op te treden tegen de praktijken waarvan iedereen wist dat ze doorgingen. Pas sinds 2001, onder druk van onthullingen, doet de rijksoverheid iets tegen bouwkartels.

Het bericht over Platschorre roept opnieuw de vraag op welke contacten er waren (en zijn) tussen de bouw en de politiek, met ministers en Kamerleden. Hoe zien die netwerken eruit, wie maken er deel van uit? Het werd niet duidelijk uit de enquête bouwnijverheid, of het moest de meer dan strikt zakelijke relatie zijn die oud-minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken) onderhield met aannemer Koop, inmiddels verdachte in het bouwschandaal.

Slechts een deel van de netwerken is zichtbaar. Zo is Peijs niet de enige bewindspersoon uit een aannemersmilieu. Peijs' collega Sybilla Dekker, als minister van VROM ook betrokken bij de hervorming van het bouwbeleid, komt uit een bouwgezin. Haar vader had een installatiebedrijf in Alkmaar. Dekker zelf werkte van 1990 tot 1996 als directeur van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB), tegenwoordig BouwNed. Juist in die periode was het NVOB betrokken bij de lobby vanuit Nederland in Brussel om het bouwkartel overeind te laten.

Ook bij vertrokken bewindspersonen zijn de lijnen naar de bouw helder. Ruud Lubbers was premier en minister van Economische Zaken (verantwoordelijk voor mededinging). De bouwbedrijven van Lubbers deden mee aan de bouwfraude, bleek uit de Koop-boekhouding. Net als het bouwbedrijf dat mede eigendom is van oud-minister Jorritsma. In de schaduwboekhouding van aannemer Boele & Van Eesteren, gepubliceerd door De Telegraaf, dook nota bene de naam van Annemarie Jorritsma zelf op bij een illegale verrekening. Jorritsma deed het af als ,,bullshit''.

Tot de zichtbare contacten tussen politiek en bouw behoren ook de vele betaalde functies van politici en ex-politici in die sector. De overkoepelende bouworganisatie AVBB stelde oud-minister en CDA-prominent Elco Brinkman aan als belangenbehartigend voorzitter. Politici zijn met hun netwerk in politieke kringen gewild als commissaris of adviseur. De bouw leeft voor een goed deel van overheidsopdrachten.

De enquêtecommissie concludeerde dat de commissarissen gefaald hebben bij het toezicht op de bouwfraude binnen ondernemingen. Volgens de enquêtecommissie maakten de commissarissen weinig woorden vuil aan bouwfraude in hun rapportages. Ook waren ze weinig actief in het verkrijgen van inzicht in de onregelmatigheden. Diverse raden van commissarissen hebben hun verantwoordelijkheid ,,niet ten volle genomen'', concludeerde de commissie.

Niet altijd zijn de lijntjes tussen bouw en openbaar bestuur af te meten aan een adviseurschap of een commissariaat. Meestal niet zelfs. Doorgaans zijn de goede verhoudingen diffuser, slechts waarneembaar voor insiders. Terwijl zulke lijnen wel belangrijk zijn bij het beoordelen van integriteitsvraagstukken.

Het opduiken van de naam van oud-minister Jorritsma in het bouwschandaal leidde overigens niet tot enig politiek tumult, ook al was juist zij tussen 1998 en 2002 politiek verantwoordelijk voor de lakse aanpak van de mededingingproblemen in de bouw. VVD-Kamerlid Pieter Hofstra, woordvoerder bouwfraude, eiste geen opheldering over de rol van Jorritsma. Hofstra bekende wel van de praktijken te hebben geweten. Op 18 februari zei hij in de Kamer: ,,Om een huiselijke mededeling te doen: mijn jongste broer is aannemer en ik ben zelf een tijdje commissaris geweest bij een bouwbedrijf, dus ik weet wel ongeveer hoe het gaat. (..) Ik blijf er bij dat mensen die de sector kennen... en ik ben niet de enige in dit huis, die wel wist hoe het eraan toeging.''