Depressies in dans verbeeld

Hoe geef je een winterdepressie vorm in dans? De van origine Portugese choreograaf Bruno Listopad zocht zijn heil in kunstlichttherapie, net als jaarlijks zo'n vijf procent van de Nederlanders. Dat wil zeggen, Listopad kon terecht bij Dance Works Rotterdam en de kunst zelf. Voor lichtontwerper Niko van der Klugt zou het thema een mekka moeten zijn, maar het moet maar meteen gezegd: van Seasons of the mind kreeg menig bezoeker een acute seizoensongebonden depressie.

Listopad debuteert in de grote zaal. Dat wreekt zich bij het typische detailgewoel dat in de intimiteit van een kleine zaal zowel heerlijk persoonlijk als formeel kan worden, maar nu in de lege ruimte naast het live spelende Ives Ensemble, onder leiding van Richard Rijnvos, hopeloos verdwijnt. Wie vooraan zit, proeft de wanhoop in de opeenvolgende poses van de dansers, maar op afstand krioelt er iets in een flubberend lijnenspel over de dansvloer.

Daarbij is er vaak nauwelijks iets te zien want voor Van der Klugt zijn depressies vooral grijs en donker. Af en toe duikt er een danser tevoorschijn in de gatenkazen van het licht of deelt hij als een schoktherapie een overdosis wit licht toe. De bedoelingen en de metaforen liggen voor de hand maar ze overtreden een belangrijke theaterwet: rode rozen moet je niet rood verven.

Listopad maakt de laatste jaren afwisselend ijzersterke en mislukte dansvoorstellingen, maar een echte ontwikkeling lijkt in zijn werk niet te bespeuren. De overgang naar de grote zaal heeft in elk geval niets nieuws aan zijn jonge oeuvre toegevoegd.

Routinier en artistiek leider van Dance Works Rotterdam, Ton Simons, is altijd de choreograaf van de wiskundige helderheid en de schoonheid van de pure vorm. Die kunst leerde hij van zijn grote leermeesters Merce Cunningham en (muzikaal gezien) John Cage. Simons' 16 Dances is min of meer een ode aan hen want Cunningham gebruikte Cage's compositie Sixteen Dances for Soloist and Company of Three (1950-1951) ooit zelf. Simons' choreografische antwoord op de zestien muzikale fragmenten blijkt echter weinig verrassend. Cage, toch ooit de voorhoeder van de nieuwe plinkploink-muziek, krijgt onder leiding van dirigent Richard Rijnvos een ongevaarlijk lieve uitvoering gepresenteerd. Dat dit werk bijna nooit gespeeld wordt, zegt genoeg, want contrast en spanning ontbreken. Simons laat zijn verjongde ploeg van ijzingwekkend mooie dansers keurig hun solo's en trio's doen. Die vormdwang ontneemt Simons de troef van het magische lijnenspel. Het Ives Ensemble zit keurig in de hoek en braaf en voorzichtig gaan de dansers op en af.

Het ritme is voorspelbaar en zelfs in het contrast van Kees van Leeuwens lichtontwerp sluipt verveling. Hij tovert nog paarse en groene achterwanden en wit knipperlicht tevoorschijn, maar het ritme van dans, muziek en licht is te voorspelbaar. Er blijft weinig over dan te genieten van de technisch o zo mooie dansers.

Voorstelling: Dance Works Rotterdam/ Ives Ensemble (o.l.v. Richard Rijnvos). Tournee t/m 28/5. Inl. 010 4364511, www.danceworksrotterdam.nl.