Condi getuigt voor toekomst Bush én Rice

Morgen getuigt de nationale veiligheidsadsviseur van president Bush, Condoleezza Rice, in een hoorzitting over hoe alert de regering was voor 11 september. Er hangt veel van af.

Condoleezza Rice heeft morgenochtend om negen uur een afspraak met de nationale commissie die de `terroristische aanvallen op de Verenigde Staten' onderzoekt. In de tweeëneenhalf uur dat zij getuigt voor de 911-commissie staat vooral de toekomst van haar werkgever op het spel, en die van haarzelf.

De nationale veiligheidsadviseur van Amerika's 43ste president heeft ruim drie jaar kans gezien zichtbaar maar ondoorgrondelijk te blijven. Competent, loyaal, slim, persoonlijk zeer bevriend met het echtpaar Bush. Het werd allemaal aangenomen zonder tegengeluiden. Maar wát zij de president adviseerde, wáár zij precies stond inzake Irak, het Midden-Oosten, Noord-Korea, dat bleven goedbewaarde geheimen.

Het harnas van onbesprokenheid liep een eerste deuk op toen de wederopbouw van Irak vorige zomer na afloop van de formele oorlogshandelingen goeddeels ongepland bleek. De eerste vragen over Condoleezza Rice's coördinerende prestaties werden toen gesteld. Sommigen vroegen zich af of zij werd overvleugeld door de nogal van zichzelf overtuigde minister van Defensie, Donald Rumsfeld.

In oktober gaf president Bush een schijnbaar helder antwoord door Rice de leiding te geven over de Irak-coördinatie. Sindsdien lijkt er niet zo veel veranderd te zijn. De door de regering geclaimde successen in Irak worden steeds dodelijker ingehaald door de shi'itische intifadah. Of Rumsfeld, Rice of Bremer de bezetting leidt, het blijft voor Bush te hopen dat de Amerikaanse media de weken voor de november-verkiezingen een ander heet onderwerp hebben.

De komst van Condoleezza Rice voor de 911-commissie was niet met zo veel spanning tegemoet gezien als het Witte Huis niet zo lang had geweigerd haar te laten getuigen. Met een hardnekkig beroep op het `executive privilege', het voorrecht van de president om zijn beleidsberaadslagingen in het geheim te mogen voeren, vroeg de president om weerwerk. Dat kwam vooral van zijn eigen voormalige chef terrorisme, Richard Clarke, die in een boek en een getuigenis voor de commissie munitie aandroeg voor de stelling dat de net aangetreden regering-Bush zich in de eerste acht maanden van 2001 over van alles druk maakte, behalve over Al-Qaeda.

Dat verwijt ondermijnt Bush' centrale claim voor herverkiezing, zijn leiderschap tegen het terroristische gevaar dat Amerika bedreigt. Wie was de felste verdediger van de president in de twee weken dat `Clarke' woedde in de Amerikaanse media? Condoleezza Rice, dezelfde die niet mocht getuigen om de ter verklaring van 9/11 ingestelde commissie antwoord te geven op vele klemmende vragen.

Het onweersproken gerucht gaat dat de stafdirecteur van de commissie het Witte Huis een foto heeft voorgehouden van admiraal William Leahy, stafchef van de presidenten Roosevelt en Truman, die in november 1945 getuigde voor een commissie die de toedracht van de Japanse aanval op Pearl Harbor onderzocht. Die historische parallel pakte niet in het voordeel van het Witte Huis uit.

Bush koos een week geleden eieren voor zijn geld en gaf `op grond van de unieke omstandigheden', `mits het geen precent zou worden' toestemming aan Rice om te getuigen. Politiek heeft hem dat nu al merkbaar een voor het Witte Huis verkwikkende hoeveelheid stilte gekocht. Hij haalt nu het nieuws weer met zijn opbeurende economische campagnetoespraken.

Het was niet het eerste moment dat de president zijn verzet opgaf tegen onderzoek naar het hoe en waarom van de ramp der rampen. Eerst wilde Bush van geen commissie weten. Toen weigerde hij allerlei stukken te geven. Vervolgens wilde hij alleen met de twee voorzitters praten, nu ontmoet hij samen met de vice-president de hele commissie, achter gesloten deuren en niet onder ede. Intussen houdt het Witte Huis al maanden de overdracht tegen van duizenden stukken van oud-president Clinton.

Als klap op de vuurpijl overviel het Witte Huis de 911-commissie met de mededeling dat haar eindrapport, toegezegd voor eind juli, eerst door de regering moet worden gecontroleerd op nationale veiligheidsaspecten. Rice zal daar morgen zeker geruststellende woorden over spreken, maar het weerleggen van de verdenking dat het Witte Huis politieke schadebeperking nastreeft ten koste van de families van nabestaanden, zal een van de zwaarste opgaven zijn waar zij voor staat.

Rice moet voor de commissie een positieve draai geven aan wat er uitziet als een gebrek aan urgentie dat de president en zijn belangrijkste ministers vóór 9/11 toekenden aan de terreurdreiging. Als zij daar morgen in slaagt, wint Rice beslissende airmiles voor haar baas. Maar ook voor dr. Condoleezza Rice, mocht zij na een verkiezingsoverwinning willen blijven. De meest voor de hand liggende vervolgpost is die van buitenlandse zaken, maar ook defensie wordt genoemd.

Een dergelijk dubbel succes zal afhangen van Rice's vermogen uit te stijgen boven het moment en boven haar imago als hardwerkende toptechnocraat, die een fanatisme voor lichamelijke fitheid deelt met George W. Bush. Als zij politiek talent heeft, is de hoorzitting van de 911-commissie haar kans. Heel Amerika zal het weten als zij een homerun slaat. Dan is zij opeens het zwarte enig kind uit Birmingham, Alabama, dat de segregatie ontgroeide en vrijwel het hoogste in de natie bereikte.

Rice werd in het raciaal verscheurde zuiden geboren, zes maanden na het historische Supreme Court-vonnis `Brown versus Board of Education', nu bijna vijftig jaar geleden. Die uitspraak betekende een doorbraak voor Afrikaanse Amerikanen die gelijke rechten op onderwijs en ontplooiing eisten. Haar ouders hadden haar altijd ingeprent dat zij ook zonder die strijd haar plaats kon opeisen in Amerika zij was de derde generatie in haar familie die studeerde.

Die vanzelfsprekendheid en ijver brachten haar aan de rand van het concertpodium, tot zij de piano verruilde voor het buitenlands beleid, waarin op de universiteit van Denver haar eerste leermeester Josef Korbel was, de vader van die andere Amerikaanse topdiplomate Madeleine Albright, Clintons minister van Buitenlandse Zaken. Zij was nog geen veertig toen zij financieel bestuurder werd van de topuniversiteit van Stanford, in Californië. En commissaris bij Exxon.

Voor Condi Rice ligt de toekomst open. Mits zij bekwaam afscheid neemt van het recente verleden.