Bizar en ontluisterend werk

De Amsterdamse schilder Arie Kater heeft een voorliefde voor spiegels. In een van zijn latere schilderijen, Zelfportret met model uit 1972, speelt hij op ingenieuze wijze met spiegelingen. Het werk bestaat eigenlijk uit drie aspecten: de schilder op zijn rug gezien, een naaktmodel dat we ook op de rug bekijken en – in de spiegel – de schilder en face, dus als zelfportret. Het Museum Henriette Polak toont met de expositie Arie Kater, schilder meer dan zeventig schilderijen, waarvan het merendeel uit privé-collecties komt en niet eerder was te zien.

Op suggestieve wijze staat het naaktmodel tussen de schilder en zijn spiegelbeeld in. Aan zijn priemende ogen en de geheven kin is af te lezen dat de kunstenaar zijn model taxeert, haar lijnen analyseert. Rechts van hem staan kwasten en penselen in een lege, rode verfbus. Kater werd in 1922 geboren in een arbeiderswijk in Amsterdam-Oost. Op veertienjarige leeftijd ging hij naar de Grafische School; daarnaast werkte hij op de clichéafdeling van De Arbeiderspers. 's Avonds oefende hij zijn geheime passie uit: schilderen. Hij maakte kennis met de autodidact Melle Oldeboerigter (1908-1976), die zich kortweg Melle noemde. Deze twee vrienden uit de schaduwkant van de stad ontwikkelden zich tot schilders die met bizarre naakten, seksueel vrijpostige thema's en harde, figuratieve expressie een gewaagd oeuvre maakten. Een verregaand voorbeeld van Katers stijl is Paardje rijden, waarop een naakte, lachende vrouw op een lachende man zit. Van beiden is hun mond in een afschuwelijke lach verwrongen. Een extreem seksueel spel.

Kater verzette zich zowel tegen abstracte schilderkunst als de heldere kleuren van Cobra, tot bloei gekomen in de tijd dat hijzelf zijn scheppingskracht en stijl onderzocht. Abstracte kunst vergeleek hij met `een vlek' die gaat vervelen. Hij gaf de voorkeur aan de concrete uitbeelding van onderwerpen dichtbij huis, vaak in de beslotenheid van het atelier. Van begin af aan onderscheidde hij zich door een forse vlakverdeling, strakke lijnen en donkere kleuren als groenblauw, bruin, vaalgrijs. Hij geeft mannen en vrouwen weer als huidkleurige, van elke schoonheid ontdane vlezige vormen met uitstulpende buiken en zwarte oogkassen. Het heeft iets verontrustends in de museumzalen zoveel ontluistering te zien. De vergelijking met vooroorlogse expressionisten als Egon Schiele en Oskar Kokoschka dringt zich op. Maar Kater werkt enkele decennia later.

Het menselijk gezicht en het menselijk lichaam vormden zijn obsessie. Toneelspeler Ko van Dijk zette hij in de hoofdrol van Dantons dood (1960) neer als een man gehouwen uit een brok graniet; alles aan dit portret, dat thuishoort in de Amsterdamse Stadsschouwburg, straalt een explosieve kracht uit. Het olieverf Tribunaal (z.j.) laat een man zien met een reusachtig kale kop, die van marmer lijkt. Hij buigt zich omlaag en wijst in de diepte met een witte, vette vinger. Hier wordt iemand die we niet zien beschuldigd. Het tafereel is als een nachtmerrie, waarin gezichten van de mensen verwrongen zijn. Oude hoeren (1964) laat twee prostituees zien als afgeleefde vrouwen met weke borsten en een gezichtshuid, waaronder een doodskop schemert. Gestalten uit een kwade droom.

Er gloort nauwelijks hoop in Katers wereldbeeld. Het is angstwekkend en illusieloos. In de loop van de jaren verschijnen er steeds meer schedels op zijn werk, soms achteloos op het schilderij geplaatst als een veeg teken. Slechts op een kunstwerk laat hij knallend geel toe, een uit de hemel gezonden flonkering van licht. Het schilderij heet Vrouw op bed met geel vogeltje (1963). Dat vogeltje is een parkiet, neergestreken op haar hand. De halfnaakte vrouw hangt over de spijlen van het bed. In haar ogen schuilt een wellustige, wrede uitdrukking. Gaat ze het weerloze vogeltje kwaad doen? De suggestie is groot. Ondanks het cadmiumgeel is dit Katers zwartste schilderij.

Tentoonstelling: Arie Kater (1922-1977), schilder. Museum Henriette Polak, Zutphen. T/m 6/6. Di-vr 10-17.u; za-zo 13.30-17u. Cat: €12,50. Inl. 0575-516878.