Alleen `Boutef' biedt Algerije hoop

President Bouteflika van Algerije wil morgen herkozen worden. Wie niet op hem stemt, kiest op bandieten en voor de chaos, waarschuwde hij de kiezer.

`Boutef, de hoop' staat op de muren geschreven in de hoofdstad Algiers. Morgen kiest Algerije een nieuwe president. Uit gesprekken met Algerijnen blijkt dat president Abdelaziz Bouteflika voor veel kiezers inderdaad nog altijd de hoop op een betere toekomst verpersoonlijkt.

Onder zijn tegenkandidaten is er maar één serieuze uitdager, ex-premier Ali Benflis, die over voldoende geld en de steun van een deel van de legerleiding en het staatsapparaat beschikt.

Benflis is vorig jaar als premier door Bouteflika opzijgezet en kan alleen al om die reden op de sympathie van een deel van de kiezers rekenen. Dat bevalt de zelfverklaarde `president-kandidaat' Bouteflika helemaal niet en het verklaart voor een deel de buitengewoon scherpe toon van de verkiezingscampagne zoals die door le Pouvoir, de macht, wordt gevoerd.

Het is moeilijk vast te stellen of er echt veel enthousiasme bestaat voor de verkiezingsstrijd na een campagne die gedomineerd – en volgens veel Algerijnen ontsierd – is door de bijtende toon van Bouteflika: ,,Je stemt voor mij, voor continuïteit, ofwel voor een bandietenstaat!'' Dergelijke dreigementen en harde aanvallen op oppositiekandidaten en op al wie kritiek durft te uiten, krijgt het publiek bij bijeenkomsten van de `president-kandidaat' te verwerken. De campagnes zijn weinig inhoudelijk, maar kenmerken zich vooral door verbaal geweld jegens tegenstanders. De oppositiekandidaten leiden tot fitna, maatschappelijke chaos, ze willen het land opnieuw laten afglijden naar de afgrond, zegt Bouteflika. De anderen laten zich evenmin onbetuigd, met als gevolg dat de campagne ontaard is in een grote scheldpartij waarvoor iedereen de anderen van alles de schuld geeft.

Er zijn peilingen die voorspellen dat Bouteflika niet meteen in de eerste ronde de meerderheid haalt; in ieder geval behoort een tweede ronde Bouteflika-Benflis, over twee weken, tot de mogelijkheden. Samia Lokman van de onafhankelijke krant Liberté stelt dat het ,,heel waarschijnlijk toch wel weer Bouteflika wordt'', maar ,,voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1962 hebben wij de indruk dat we voor een echte keuze staan en dat niet op voorhand vastligt wie het zal winnen''.

De campagne van Bouteflika vertoont opvallende Amerikaanse trekjes: het draait vooral om de persoon en om geld en invloed. Maar ze wordt ook gekenmerkt door systematisch en massaal gebruik van de staatskas voor de `president-kandidaat', die bovendien ook voluit profiteert van het staatsmonopolie over de audiovisuele media, en zelfs de inzet van de ambtenarij en van de door de staat benoemde imams niet schuwt.

Het is duidelijk dat de zittende president koste wat kost een nieuw mandaat wil. Bouteflika staat voor ,,stabiliteit en ontwikkeling'; die verkiezingsboodschap valt gewoon niet te ontlopen, net zomin als Boutefs brede glimlach. Het verkiezingsdrukwerk van Bouteflika staat op iedere muur, elke vierkante meter die niet te hoog is of te ruw. Overal opereren Bouteflika-teams, groepjes jongeren die verkiezingsaffiches aanplakken, liefst bovenop de veel schaarser biljetten van de andere kandidaten.

Vooral de onafhankelijke Franstalige kranten zoals Liberté die bijzonder kritisch schrijven over het beleid van Bouteflika en die het uitblijven van de beloofde hervormingen op politiek en economisch vlak scherp op de korrel hebben genomen, krijgen al een paar maanden de presidentiële toorn over zich heen. Zowel de pers als de reputatie van de oppositiekandidaten vormt het doelwit van giftige aanvallen in de vrijdagpreken in de moskeeën in het hele land, op de tekst van de minister van Religieuze Zaken, B.Ghlamallah.

Salim Tamani, hoofdredacteur van Liberté, zegt dat de haatcampagne van de machthebbers tegen zijn krant al een paar maanden geleden begonnen is, toen bij de islamitische bedevaart naar Mekka ook tien Algerijnse pelgrims de dood vonden. De politieke cartoonist Dillem had daar een kritische tekening bij bedacht, en dat werd door de regering aangegrepen om de aanval op de onafhankelijke pers te openen via een officiële preek in de moskee.

In die preek werden de gelovigen ertoe aangezet de Franstalige kranten te boycotten. Sommige imams gingen zelfs nog verder; in Constantine riep een imam Liberté uit tot een ,,vijand van de islam''.

,,Je kunt de moskeeën niet als een politiek instrument misbruiken. Dat is volkomen illegaal en bovendien ook onnodig, want de staat heeft voldoende rechtsmiddelen gecreëerd om binnen het kader van de wet tegen kritiek in de vrije media te kunnen optreden. De regering kan kranten sluiten, of schadevergoedingen, boetes of censuur opleggen – zij heeft daar de moskee niet voor nodig'', zegt Tamani.

,,De preek die toen in de moskeeën is voorgelezen en door de officiële media is uitgezonden, heeft gelukkig nauwelijks effect gehad, maar de regering had wel gespeculeerd op een heftige extremistische reactie. Gelukkig willen de gelovigen niet meteen nog eens met een politieke campagne vanuit de moskee meedoen, niet na de tragedie van het moslimextremistisch geweld'', vertelt Tamani.

Afgelopen vrijdag riep de imam van de El-Taqwa moskee in Bab el-Oued de gelovigen op voor Bouteflika te stemmen. Benflis werd in zijn preek voorgesteld als een kandidaat die alleen maar verdeeldheid wil zaaien. In een klimaat waarin de toon gezet wordt door directe aanvallen van de zijde van de president, die de onafhankelijke pers brandmerkt als ,,moordenaars met de pen'', vormde dat niet echt een verrassing. ,,De pers is niet onafhankelijk, maar wordt gevormd door huurlingen in dienst van buitenlandse ambassades en inlichtingendiensten. Schande over die pers die de belangen van ons land verraadt. Voor die collaborateurs is er geen plaats binnen het kader van de nationale verzoening'', aldus president Bouteflika, geciteerd in de krant Le Matin.