'Wij offeren ons leven voor Muqtada'

De Iraakse stad Kufa, bolwerk van de radicale Iraakse geestelijke Muqtada Sadr, staat volledig onder controle van zijn militie. Muqtada Sadr zat er tot vanochtend zelf ook, maar is om veiligheidsreden naar Najaf verhuisd.

De strijders van Muqtada Sadr in de Iraakse stad Kufa zijn bereid hun leven te geven voor hun jonge, radicaal anti-Amerikaanse geestelijk leider Muqtada Sadr. In Kufa, bolwerk van de ayatollahfamilie van de Sadrs, wemelt het van Muqtada's jonge, zwaargewapende strijders. Zelf zat hij tot vanochtend verschanst in de moskee van Kufa. Maar hij liet in een communiqué weten naar de heilige stad Najaf te zijn vertrokken ,,om bloedvergieten te voorkomen''.

Gisteren maakten de Amerikanen bekend dat er een arrestatiebevel tegen de shi'itische geestelijke is uitgevaardigd in verband met de moord op een gematigde rivaal in de heilige stad Najaf, ongeveer een jaar geleden, waarop de Amerikanen toen hun hoop hadden gevestigd. De aanhouding van een naaste medewerker in verband met dezelfde zaak leidde de afgelopen dagen tot zware onlusten in verscheidene Iraakse steden, waarbij tientallen Irakezen en ongeveer tien Amerikaanse militairen werden gedood.

,,Wij staan klaar om ons leven te offeren voor onze leider Muqtada als de bezettingstroepen hem zelfs maar een haar willen krenken'', verzekert Ali Hussein, 25, voor een van de ingangen van de moskee. Hij heeft een kalasjnikov over zijn schouder hangen. ,,Zij [de bezettingstroepen] moeten goed begrijpen dat hij onze leider is, dat wij van hem houden, dat wij hem respecteren. Daarmee moeten ze rekening houden als ze de spanningen in de shi'itische gebieden willen verminderen.''

Muqtada Sadr heeft vooral veel aanhang onder jongeren en in de laagste klassen van de samenleving. Honderden van hen kwamen gisteren langs in de moskee om hem hun trouw te betuigen. De toegangen tot de moskee, waar Muqtada sinds de val van Saddam Hussein elke vrijdag zijn vlammende anti-Amerikaanse preken hield, worden gecontroleerd door de geheel in het zwart geklede strijders van zijn ongeveer 10.000 man sterke militie, het Leger van de Mahdib.

Muqtada zelf zat tot zijn vertrek in een voor het publiek verboden zijvertrek van de moskee, waar hij volgens een van zijn medewerkers het grootste deel van zijn tijd doorbracht met bidden en reciteren van koranverzen. Alleen enkele bevoorrechten mochten hem opzoeken, zoals een delegatie van stammen in het midden en zuiden van Irak die gisteren was gekomen om Muqtada steun te betuigen.

De muur rond de moskee is beplakt met communiqués met het zegel van Muqtada Sadr. Aanhangers delen onder passanten fotokopieën uit van steunbetuigingen van religieuze hoogwaardigheidsbekleders die de Amerikaanse houding tegenover de jonge geestelijke veroordelen.

In de buurt zijn de muren van gebouwen bedekt met leuzen die de Amerikanen aanvallen. `Nee, nee, tegen Amerika', `Nee, nee tegen Israël, nee tegen de verraders van de regeringsraad' valt er te lezen, naast `nee tegen de bezetting, ja tegen het gewapende verzet'. De leuzen weerspiegelen het gedachtegoed van Muqtada Sadr. De stad Kufa, van oudsher bolwerk van de ayatollahfamilie van de Sadrs, wordt geheel gecontroleerd door Muqtada's strijders, die alle openbare gebouwen inclusief de politiebureaus hebben bezet en gewapend patrouilleren in de straten.

,,De familie-Sadr heeft de grootste mujahedeen [islamitische strijders] voortgebracht en de grootste offers gebracht voor het welzijn van het land'', zegt Ali Hussein in een verwijzing naar Muqtada's vader, de verheven groot-ayatollah Mohammed Sadiq Sadr, die in 1999 in opdracht van Saddam Hussein is vermoord. ,,De Sadrs moeten worden beloond door hun een stem te geven in de situatie in Irak, en niet door hen vijandig te bejegenen.''