Uitgaven voor AWBZ worden bevroren

Om de uitgaven voor de AWBZ te beperken kunnen verpleeg- en verzorgingshuizen, inrichtingen en thuiszorg dit jaar alleen nog in uitzonderingsgevallen extra geld krijgen voor meer hulpverlening.

Daartoe heeft staatssecretaris Ross (Welzijn) besloten om te voorkomen dat de uitgaven uit de kas van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten met zeker zo'n 800 miljoen euro worden overschreden. Voor dit jaar zijn de AWBZ-uitgaven begroot op ruim 21 miljard euro. Dit is zo'n 1,4 miljard euro meer dan in 2003, waarvan 390 miljoen euro voor uitbreiding van de hulp.

In de eerste twee maanden hebben de instellingen al voor het gehele budget productieafspraken gemaakt met de zorgkantoren (de zorgverzekeraars die met de uitvoering van de AWBZ zijn belast), zo heeft Ross gisteren de Tweede Kamer geschreven. Volgens haar leert de ervaring dat in de loop van het jaar nog voor enkele honderden miljoenen euro's aan aanvullende afspraken worden gemaakt. Ross wil dat het tarievenbureau CTG, dat het budget voor de instellingen vaststelt, alleen in bijzondere gevallen die aanvullende afspraken goedkeurt. Zij geeft het CTG daartoe `een aanwijzing'. Voordat het CTG aan de beoordeling toekomt, moeten de zorgkantoren in hun regio nagaan of er voor de extra gevraagde hulp in andere instellingen nog ruimte is zodat kan worden voorkomen dat er (opnieuw) wachtlijsten ontstaan.

Volgens Ross veroorzaken de instellingen de sterke groei van de uitgaven doordat ze hun klanten almaar duurdere hulp lijken aan te willen bieden. Ze maken daarbij maximaal gebruik van de interpretatieruimte die de nieuwe manier van indiceren biedt. Zo blijkt er sprake van verschuiving van `huishoudelijke zorg' naar de duurdere `persoonlijke verzorging'.

Ross accepteert wel de afspraken die voor 1 maart zijn gemaakt. Ze erkent dat de maatregel een noodgreep is. Ze wil voorkomen dat ook dit jaar, net als in de afgelopen periode, de uitgaven in de AWBZ met zo'n 6 procent stijgen.

Later deze maand wil Ross de Kamer informeren over andere maatregelen voor de `modernisering' van de AWBZ. Daartoe behoort een Wet Maatschappelijke Opvang waarin de huishoudelijke hulp uit de thuiszorg wordt ondergebracht, evenals hulpmiddelen als de rollator. Deze hulp wordt in de nieuwe wet niet meer als `recht' gedefinieerd, maar als `voorziening' waarbij de gemeente een `zorgplicht' krijgt. Ook omvat de `modernisering' een scheiding van de woon- en zorgfunctie. Bewoners van verzorginsghuizen gaan huur betalen waarvoor ze door huursubsidie worden gecompenseerd.