Sjeik Yassin

Kenmerkend voor de mening van meerdere van zijn Europese collega's over de liquidatie van Sjeik Yassin is de mening van de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw: de actie zou illegitiem zijn. In zijn artikel `Mag een vijand worden gedood?' (NRC Handelsblad, 22 maart) verwijst F. Kuitenbrouwer naar dat begrip.

De voorgangers van Jack Straw hebben destijds ook de Israëlische luchtaanval op de Iraakse atoomreactor in Osiraq in juni 1981 scherp veroordeeld. Achteraf gezien heeft Israël van het westen gelijk gekregen. Stel je eens voor, Saddam Hussein met nucleaire wapens. Ook nu geldt dat de verwijdering van de ,,peetvader van het Palestijnse terrorisme'' op de lange termijn gunstig zal blijken te zijn voor de vrede.

In de huidige strijd tegen de internationale terreur, veelal van Arabische of moslim-oorsprong, is de formele legitimiteit van maatregelen tegen terroristische moordenaars eigenlijk niet zo relevant. Waar het nu om gaat is het redden van levens van burgers en het beschermen van de Israëlische (en overigens ook de westerse) samenleving. De bestaande nationale en internationale wetgevingen zijn echter nog steeds niet tegen terreur en terroristen opgewassen. Dat betekent dat de Israëlische regering voorlopig niet anders kon dan andere dan zuiver juridische criteria gebruiken. De Europese leiders, kortgeleden in Brussel bijeen n.a.v. de aanslag in Madrid, gaan zich nu op effectieve (wetgevende?) maatregelen bezinnen. Van diezelfde leiders moet de joodse staat de opdrachtgevers van terreurdaden echter ongemoeid laten. Gelukkig denkt de regering-Sharon daar anders over.