`Servicekunst' in Venetië, opwinding in Rotterdam

Het bioscoopje dat kunstenaar Erik van Lieshout heeft neergezet op de binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen is niet waterdicht. Dikke druppels vallen door het dak van Perzische tapijten op de houten bankjes – grove replica's van de Rietveld-stoel. Toch is de keet afgeladen. Scholieren, op hun verplichte ckv-uitje naar het museum, kijken naar de film Respect, een parodie op gangsta-rapvideo's die zich afspeelt in Rotterdam-Zuid. Er wordt meegedeind op de zware bastonen en er klinkt gejoel als er iemand wordt afgetuigd. Wanneer aan het eind van de film twee mannen elkaar tongzoenen, slaken de jongeren kreten van afschuw.

Hoe anders waren de omstandigheden een maand of tien geleden, tijdens de opening van de Biennale van Venetië. Erik van Lieshout was daar een van de vijf kunstenaars die hun werk lieten zien op de presentatie We Are The World in het Nederlandse paviljoen. Toen, in de zengende hitte, werd zijn bioscoopje bevolkt door een deftig en gereserveerd kunstpubliek en waren de reacties lauw. Hier in Rotterdam lijkt het werk beter op zijn plaats. ,,Nog een keer!'', brullen de jongeren schaamteloos als het filmpje is afgelopen.

We Are The World kreeg destijds in de Nederlandse pers veel kritiek te verduren. Toch wordt de tentoonstelling nu in haar geheel herhaald in Museum Boijmans. Samensteller Rein Wolfs wil, zo zegt hij in het persbericht ,,de discussie ditmaal in eigen huis aangaan''. Ook wil hij mensen die niet in de gelegenheid waren naar Venetië te reizen, de kans geven om de Nederlandse inzending alsnog te zien en zich er een oordeel over te vormen.

Kenmerkend voor de vijf bijdragen aan de tentoonstelling is het milde idealisme dat eruit spreekt – `politics lite' noemt Wolfs dat. Zo vraagt Alicia Framis met haar kledinglijn Anti_dog, een serie jurken van kogelvrije stof, aandacht voor mishandelde vrouwen. Jeanne van Heeswijk bouwde een bak met 3500 kilo Hollandse klei en verleidt het publiek tot een ouderwets spelletje landjepik, in de hoop dat er daardoor over de definities van grenzen wordt nagedacht. En Carlos Amorales wil met zijn installatie Maquiladora Factory laten voelen hoe het is om tegen een hongerloontje te werken in een zogenaamde sweatshop. In zijn nagebouwde schoenenfabriek liggen patronen, lappen leer en naaigereedschap klaar voor de bezoekers.

Met name dit aspect van publieksparticipatie zorgde destijds voor veel kritische reacties. Een cynische journalist vergeleek het Nederlandse paviljoen met een kindercrèche, een ander sprak van servicekunst.

Het voornaamste probleem met dit soort sociale kunstprojecten is dat ze alleen werken als de toeschouwer zich er ook echt in verdiept of eraan deelneemt. Maar op een mega-evenement als de Biennale, waar nog honderden andere kunstwerken om aandacht schreeuwen, nemen de meeste bezoekers daar de tijd niet voor. Met als gevolg dat de subtiele speldenprikken van de Nederlanders in de Venetiaanse chaos ondergesneeuwd raakten. Eigenlijk bruiste het Nederlands paviljoen alleen tijdens de openingsdagen van de biënnale. Toen vloeide er rijkelijk gemberwodka uit de bar van kunstenaar Meschac Gaba en hield Alicia Framis indrukwekkende modeshows. Maar op het moment dat de kunstenaars en hun aanhang Venetië weer verlieten, bleven de kunstwerken zielloos achter.

Datzelfde probleem is ook op de remake in Rotterdam goed zichtbaar. Gaba's bar staat er in de entreehal van het museum verlaten bij – geschonken wordt er slechts in de weekeinden. In de schoenenfabriek van Amorales steekt alleen een plichtsgetrouwe suppoost zijn handen uit de mouwen.

De kleibak van Jeanne van Heeswijk blijft onaangeroerd. Haar installatie maakt misschien nog wel het beste duidelijk dat dergelijke sociale kunst zich niet goed thuisvoelt in het museum. Op een monitor is een videoverslag te zien van Van Heeswijks project Langs de Lijn, dat onder andere bestond uit een multiculturele spelletjesdag in Gorinchem. Je kijkt naar de hilarische beelden van een breakdance-wedstrijd, luistert naar het uitzinnige gejuich van de plaatselijke jeugd en je beseft dat je erbij had moeten zijn om net zo uit je dak te kunnen gaan.

Wat dat betreft had Erik van Lieshout al onmiddellijk voorzien dat zijn kunst niet erg museumfähig was. Hij bouwde liever zijn eigen hangplek. Het dak mag dan aan alle kanten lekken en de stoelen zijn er niet erg comfortabel, maar er wordt in zijn krot wel optimaal van kunst genoten.

Tentoonstelling: We Are The World. T/m 23 mei in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di t/m zo 10-17u. Inl.: www.boijmans.nl of 010-4419475.

Op 24 april organiseert Museum Boijmans Van Beuningen een debat over publieksparticipatie.