Negen jonge componisten

Zeven minuten kregen ze elk, de negen compositiestudenten die deelnamen aan een project van het Asko-ensemble en de conservatoria van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Behalve de duur was ook de bezetting van hun composities van tevoren bepaald. Men had de beschikking over een enkelvoudige blazersgroep (van alle blaasinstrumenten één), aangevuld met piano en slagwerk. Een combinatie die zich, zo leerde de avond, uitstekend leent voor de diversiteit die in een groep componisten van deze omvang vanzelfsprekend aanwezig is.

Antti Auvinens Regions was het eerste werk op het programma. Het begint met een extatisch, veelstemmig gezang in de houtblazers, dat wordt gevolgd door lage, langgerekte akkoorden in het koper. Een verkenning van dit contrast leidt uiteindelijk tot een verstilling van het geheel. De serene rust die zo ontstaat, geeft de fagot ruimte om met een verrassend lyrische solo op de voorgrond te treden.

Auvinens behandeling van het ensemble bleek representatief voor die van zijn collega's: hoge houtblazers werden door de meeste componisten als blok gecontrasteerd met lage koperblazers, met hier en daar ruimte voor een lyrisch tussenspel. Als er iets was dat de deelnemende componisten eensgezind nastreefden, dan was het wel om de leden van het ensemble ergens te laten zíngen, al was het maar voor heel even.

Evrim Demirel overbrugt in Zeybek de kloof die bij enkele collega's hout en koper te sterk scheidt. In deze compositie is het juist de gewaagde combinatie van tuba met hobo en klarinet die zeer sterk uitpakt. Een jazzy trompetsolo vormt hier het lyrische element.

Reza Namavar maakt dit laatste tot structureel `doel' van zijn compositie. In zijn Ja nou kijk, ik bedoel leiden eenstemmige melodieën via een geleidelijk proces van uitdunning naar een oosters klinkende solo op de althobo.

Matijs de Roo onderzocht in zijn Esse est percipe hoe Xenakis' Eonta (1964) tussen de eerste en de laatste maat, die hij hergebruikte, óók had kunnen klinken. Het resultaat is een ensemble dat zeven minuten eensgezind schreeuwt, steunt en gromt, zonder te vervelen.

De leden van het Asko-ensemble speelden niet alleen uitstekend, maar ook met groot enthousiasme. Het contact tussen musici en componisten in de periode voorafgaand aan het concert heeft hier ongetwijfeld toe bijgedragen. Geoordeeld naar de behandeling van de instrumenten is deze samenwerking vooraf ook voor de negen componisten zeer leerzaam geweest. Nu nog loskomen van die blokken.

Concert: Negen wereldpremières van jonge componisten door het Asko Ensemble o.l.v. Bas Wiegers. Gehoord: 5/4 De IJsbreker, Amsterdam.