Met geheime wapens op weg naar de Griekse zee

Over de kleur van de medaille is geen discussie. Voor niets anders dan goud varen Tornado-zeilers Mitch Booth (41) en Herbert Dercksen (31) deze zomer uit voor de kust van Athene. ,,Wij laten niets aan het toeval over.''

Ruzie aan boord? Zelden of nooit, benadrukt de jongste van het tweetal. ,,We zijn het vaak eens, bijna altijd eigenlijk, maar zo heel af en toe willen we wel eens een klein verschil van inzicht hebben.'' Maar ruzie komt in de beste huwelijken voor en dus soms ook in dat van Tornado-zeilers Herbert Dercksen en Mitch Booth.

Aan de taakverdeling ligt het niet. Die is helder aan boord van de enige catamaran die kan pronken met de olympische status. Dercksen is de jonge en energieke hond die de zeilen hijst en trimt, en de boot van snelheid moet voorzien. Of, in de woorden van zijn kompaan: ,,Herby neemt in z'n eentje de machinekamer voor zijn rekening''. Booth, de door de wol geverfde Australiër die acht maanden geleden in het bezit kwam van een Nederlands paspoort, is het tactische brein, de man die het roer in handen heeft en voor wie geen zee te hoog is.

De kleine, gedrongen Aussie is dan ook een wandelende zeilbijbel, die op zijn tiende al eigenhandig zijn eerste boot bouwde, inmiddels negen wereldtitels achter zijn naam heeft staan en nu in voorbereiding is op alweer zijn zevende Olympische Spelen. Twaalf jaar geleden won hij de bronzen medaille, vier jaar later de zilveren. ,,En dus het is eigenlijk logisch dat Mitch nu eindelijk die felbegeerde gouden plak aan zijn verzameling toevoegt'', grijnst Dercksen.

Al zeven jaar zeilen ze nu samen, sinds 1998 werken ze aan hun `Athene'-project. Dercksen praat inmiddels met een zwaar Australisch accent. ,,Ik kon ook naar Sydney, maar daar had ik niets te zoeken. Het materiaal, de voorbereiding, het was het allemaal net niet. Ik wilde alleen met Mitch, maar ja, die had z'n Nederlandse pas toen nog niet. Prima, kon ik mee leven. Dan maar even geduld betrachten. Ik sla liever één keer over om vervolgens echt toe te slaan dan dat ik straks tegen mijn vrienden moet zeggen: jongens, kijk eens, drie Olympische Spelen achter mijn naam, drie keer middenmoot.''

Ze vormen ,,een zeer hecht, maar nog niet perfect team'', weet Booth. Is vriendschap een voorwaarde voor succes? ,,We zijn vrienden, that's for sure. Het gaat om onvoorwaardelijk respect en vertrouwen, en dat zijn de twee belangrijkste pijlers van vriendschap. Neem van mij aan dat die twee ingrediënten bij ons aanwezig zijn. Herby en ik zitten 245 dagen per jaar bovenop elkaars lip, achttien uur per dag. Ik zie hem helaas vaker dan mijn eigen vrouw en kinderen. Geloof me: dan heb je genoeg aan een half woord of een oogwenk.''

Acht jaar geleden, bij zijn olympisch debuut op de wateren voor Georgia met collega Ron van Teylingen, rommelde Dercksen nog maar wat aan. ,,Het was kinderspel, als ik nu terugkijk. We waren toentertijd zo heerlijk naïef om te denken dat we een medaille konden winnen. Met de kennis die ik nu heb, weet ik het zeker: in geen honderd jaar waren wij op het podium beland. Eén plus één was bij ons toen twee en niet drie, zoals nu met Mitch het geval is.''

Hun olympische campagne kost 300.000 euro op jaarbasis. Dat is een fors bedrag, dat grotendeels bijeen wordt gebracht door het Nederlandse Watersportverbond, sportkoepel NOC*NSF en hun nieuwe privé-sponsor, levensverzekeraar Zwitserleven. Maar het is elke eurocent waard, stelt Dercksen, en maar net toereikend om straks een serieuze gooi naar eremetaal te doen. ,,Alles gaat op, geen cent verdwijnt in onze eigen zakken'', zegt de voormalige Europe-zeiler uit Reeuwijk, die in zijn levensonderhoud voorziet met de verkoop van zelfontworpen (zeil)horloges.

Vorig jaar al verkenden ze de baai van Athene. Het kan spoken in de Golf van Saronië, weet stuurman Booth, met enerzijds een warme, droge landwind en anderzijds een al even verraderlijke zeewind. Maar: ,,Hoe harder de wind, hoe beter het is'', zegt hij op zelfverzekerde toon. Zoveel ervaring heeft het duo inmiddels opgebouwd ook in de aan de Tornado verwante maar niet-olympische Formule 18 dat ze zelden of nooit meer voor verrassingen komen te staan.

Booth introduceerde ook de mentale hardheid, en zo kon het gebeuren dat de doorgaans zo vredige zeilwereld vorig jaar, bij het begin van de strijd om het olympisch startbewijs, werd opgeschrikt door wat al snel The War of The Tornado's ging heten: een verbitterde strijd tussen de twee Nederlandse catamarans, met Booth/Dercksen enerzijds en het duo Sven Karsenbarg/Mischa Heemskerk anderzijds.

Het ging er niet altijd even vriendelijk aan toe, erkent Dercksen, en het regende over en weer dan ook protesten (en verwijten) bij de wereldkampioenschappen in Cadiz. ,,Maar wie wil winnen, zal meedogenloos moeten zijn. Ook dat heb ik geleerd in de loop der jaren. Het is leuk hoor, met alle collega's goed bevriend te zijn, maar het brengt je geen stap verder. Je moet niet bang zijn je ellebogen te gebruiken, als dat nodig is. Nou, dat hebben Mitch en ik dan ook gedaan.''

Zeilen is niet alleen een mentale oorlog en een `ervaringssport' bij uitstek, het is ook een hightech-strijd op het water. Daar weet het Nederlands-Australische koppel alles van. Geen boot waarmee zoveel geëxperimenteerd wordt als de zo vaak als `complex' bestempelde Tornado. ,,Je moet constant op je hoede zijn en openstaan voor nieuw materiaal en dus nieuwe inzichten'', weet Dercksen. ,,Doe je dat niet, ook goed, maar dan verlies je geheid je voorsprong en ben je veroordeeld tot een achterhoedegevecht.''

Innovatie is vooral het specialisme van Booth, de in Sydney geboren maar in Spanje woonachtige zeerot die al 29 jaar in de Tornado zeilt. ,,Elke boot heeft z'n geheimen, maar de Tornado ken ik zo langzamerhand als m'n eigen broekzak.'' Waarmee hij niet gezegd wil hebben dat hij niet openstaat voor nieuwe ideeën. Integendeel: ,,Ik neem alles serieus, alleen: op basis van mijn ervaring ben ik sneller in staat om te beoordelen of iets echt het proberen waard is of niet.''

Nieuw is in elk geval het 35 procent lichtere zeil waarmee de twee sinds kort varen. Dat doek kwam tot stand na intensieve testen in Italiaanse windtunnels (kosten per dag 10.000 euro), en moet het duo in Athene de voorsprong geven op de zestien andere olympische boten. Booth, met gepaste trots: ,,Het is uniek materiaal, waarvoor wij een exclusieve deal hebben gesloten met een bedrijf in Arizona.''

Meer winst hopen beiden, deze week actief bij de Princess Sophia Trophy op Mallorca, de komende maanden nog te behalen door de vorm van het zeil zodanig aan te passen dat sprake is van een optimale `windvang'. Daarbij hoort ook een geraffineerde en vederlichte mast. ,,Een mast die past bij de buiging van het zeil'', legt Dercksen uit. Tot slot zal ,,tot één dag vóór de start in Athene'' driftig gesleuteld worden aan een hydrodynamische kiel, waarvan het model grotendeels is afgekeken van de hypermoderne boten uit de America's Cup.

Het flinterdunne doek brengt ook risico's met zich mee. Vlak voor de start van de voorlaatste race bij het Europees kampioenschap, vorige maand voor de kust van Las Palmas, scheurde het zeil, met als gevolg dat de leidende positie alsnog in gevaar kwam. Booth en Dercksen waren veroordeeld tot een inhaalrace, en wisten de schade na ,,een adrenaline-rush'' uiteindelijk binnen de perken te houden, waardoor de titel een feit was.

,,Niets maar dan ook echt helemaal niets'' willen Booth en Dercksen aan het toeval overlaten. ,,We willen onszelf niet achteraf het verwijt kunnen maken dat we er niet alles aan gedaan hebben'', zegt Dercksen. ,,Lukt het niet, dan heeft het aan ons gelegen en aan niemand anders.'' Die woorden zijn technisch directeur Joop Alberda van NOC*NSF uit het hart gegrepen. Booth en Dercksen passen dan ook feilloos in de `geen excuus'-filosofie, die de sportkoepel propageert.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek. Dercksen, bij het afscheid: ,,Tot bij de medaille-uitreiking in Athene.''