Kamerfracties wantrouwen elkaars intenties

Het eerste Kamerdebat over het nieuwe kiesstelsel bracht gisteren veel kritiek, argwaan en verschillende voorstellen. Het kabinet deed één concessie.

De plannen buitelden over elkaar, gisteren in het eerste Kamerdebat op hoofdlijnen over een nieuw kiesstelsel. Een greep: het CDA wil een systeem met dertig districten, waarbij uit elk district een regionaal Kamerlid wordt gekozen. De PvdA wil ook één Kamerlid per regio, maar dan in 75 districten.

De VVD, intern nog sterk verdeeld, opperde zelfs een drietal plannen, waaronder een voorstel om 150 districten in te voeren met elk één kandidaat naast een landelijke stem. Maar ook een voorstel om in elk van de huidige negentien kieskringen verschillende lijsten verplicht te stellen, met steeds dezelfde landelijke lijsttrekker en een regionale running mate. Dan zou `maar' een stem nodig zijn, net als nu, en – zo zei VVD-woordvoerder Luchtenveld met een doorkijkje naar kennelijke ideeën bij zijn partij kan na 2007 de tweede stem wellicht worden ingevoerd voor de gekozen minister-president.

De vernieuwingsgezindheid bij de grote partijen is een opvallend verschil met discussies over hervorming van het kiesstelsel in eerdere jaren, die steeds strandden op weerstand. Maar het aantal verschillende plannen geeft ook aan dat alle partijen koortsachtig de hervorming zoeken waar ze zelf het meest van profiteren. De onderlinge argwaan bleek gisteren groot. Geen van de partijen kreeg steun van anderen. Een speciale rol was er voor minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66). Hij schoot de plannen van de ene na de andere partij af met argumenten die voor de rest de Kamer dan steeds ,,volstrekt overtuigend'' en ,,heel effectief'' bleken. Maar omgekeerd werd ook het plan dat De Graaf namens het kabinet verdedigde door bijna alle partijen afgekraakt behalve door zijn eigen D66 (zes zetels).

Het kabinetsvoorstel is om vanaf 2007 kiezers twee stemmen te geven. De landelijke stem blijft, volgens het principe van de evenredige vertegenwoordiging, bepalend voor de krachtsverhoudingen in de Kamer. Met de tweede stem bepaalt de kiezer wie namens zijn regio in de Kamer komt. Voor de regio's worden maximaal 75 Kamerzetels gereserveerd.

De Graaf wil, in tegenstelling tot CDA en PvdA, dat elke regio meer dan één vertegenwoordiger krijgt. Via een formule van ongeveer 20 districten met elk twee tot zes afgevaardigden, wil hij veiligstellen dat ook kleinere partijen kans maken op regionale zetels. Van de kleinere partijen zelf kreeg hij gisteren – met uitzondering van D66 daarvoor geen steun. GroenLinks, SP, ChristenUnie en SGP vrezen dat zij hoe dan ook de verliezer worden van elke vorm van districtsvertegenwoordiging. Volgens De Graaf geldt dat alleen voor de plannen die CDA en PvdA voorstaan. Met één vertegenwoordiger per regio krijgen de twee grootste partijen, zo toonde hij met doorrekeningen van de Kamerverkiezingen in 1998 en 2002, bijna alle regiozetels veel meer zelfs dan ze zelf volgens de evenredige vertegenwoordiging kunnen bezetten.

In een akkoord tussen CDA en PvdA (samen 86 zetels) over een systeem met één vertegenwoordiger per district schuilt dan ook een ogenschijnlijk gevaar voor de plannen van De Graaf. Maar CDA-woordvoerder Spies maakte gisteren al duidelijk dat de christen-democraten niet ten koste van alles aan de enkelvoudige districten zullen vasthouden. Zij sprak van een ,,duidelijke voorkeur'', maar wil wachten op de ,,argumenten van de minister''. Het riskeren van de verhoudingen met de coalitiepartners VVD en D66 een kabinetscrisis lijkt een te hoge prijs.

Een andere eis van het CDA was wel hard, zei Spies. Net als de VVD wil het CDA per se dat landelijke kandidaten ook op regionale lijsten kunnen staan. De Graaf wilde dat verbieden, maar de partijen vrezen dat belangrijke kandidaten dan door onverwacht verlies in hun district buiten de boot kunnen vallen. De Graaf gaf toe. Zijn verzet tegen de dubbele kandidatuur is ,,niet principieel'', zei hij, al vindt hij deze wel ,,onwenselijk''. Want, zegt De Graaf: ,,Een kandidaat die roept: stem op mij, maar anders kom ik er toch wel in, dat is geen heel sterke en overtuigende campagneboodschap''.

Politiek is deze concessie van De Graaf van belang. CDA kreeg gisteren steun van VVD, GroenLinks, ChristenUnie, LPF en SGP voor een motie om de dubbele kandidatuur op landelijke en regionale lijsten toe te staan. Daarmee bleken de kleine partijen voor het eerst bereid mee te onderhandelen over een kiesstelselhervorming met districtsvertegenwoordiging. PvdA en D66 willen ook zo'n hervorming voor 2007.

Maar de Kamer is er nog niet aan toe om geheel mee te werken aan één plan. VVD, CDA en PvdA vroegen De Graaf toch nog extra alternatieven uit te werken op zijn eigen voorstel. Voor een deel lijken die bedoeld om de interne discussie bij de intern verdeelde fracties van VVD en PvdA af te ronden. De Graaf komt binnen twee weken, en ,,wellicht eerder'', met een notitie waarin hij al zijn bezwaren tegen de andere alternatieven voor zijn voorstellen nog eens op een rijtje zet. Dan gaat de Kamer nog eens debatteren over alle voorstellen op hoofdlijnen, terwijl De Graaf op zijn ministerie de uitwerking van zijn eigen plan tot wetsvoorstel inmiddels in gang heeft gezet.