In het integratiedebat zijn links en rechts omgedraaid

Vandaag begint in de Kamer het debat over integratie naar aanleiding van het rapport van de commissie-Blok. Na `integratie met behoud van identiteit' staat nu emancipatie van individuen voorop. Desnoods met dwang.

De parlementaire onderzoekscommissie Blok maakt kans op ten minste een beetje eerherstel, wanneer de Tweede Kamer deze week praat over haar rapport over dertig jaar integratiebeleid. Toen het onderzoek verscheen, begin dit jaar, kreeg de commissie vernietigende kritiek van CDA, VVD, SP en LPF. Zij had moeten erkennen dat de integratie van immigranten in de Nederlandse samenleving is mislukt. Maar voorzitter Blok (VVD) zei dat het met veel immigranten goed gaat, alleen het integratiebeleid is mislukt. Het rapport werd als te weinig concreet, te vrijblijvend en te naïef aangemerkt.

Intussen hebben de meeste partijen eigen rapporten uitgebracht. Daaruit blijkt dat het zwaartepunt van de aandacht alweer verplaatst is. Kritiek van de linkse partijen en D66 op het `wij-zij-debat' is aangezwollen. Alle partijen zoeken naar concrete maatregelen om de integratie te bevorderen en de verzorgingsstaat in stand te houden. Daarmee komen zij een stuk dichter in het spoor van Blok. Alle partijen proberen daarnaast een meer fundamentele visie te geven op het integratiebeleid - zij vinden nog steeds dat het rapport Blok daarin te kort schiet. Maar alleen de LPF bouwt nog volop voort op de these dat de integratie van immigranten eenvoudig is mislukt. Volgens de LPF is Nederland ,,geen samenleving'' meer, omdat geen sprake meer is van een gedeelde taal, waardensysteem en gevoel van eenheid.

De andere partijen bekritiseren, net als Blok, om te beginnen het overheidsbeleid in het verleden. Dat is te vrijblijvend geweest. Het antwoord is een reeks van eisen waarover globaal overeenstemming bestaat: verplichte ingrepen in het huisvestingsbeleid bij gemeenten, om verpaupering in de steden en segregatie van immigrantenfamilies en autochtonen tegen te gaan. Maar ook, en vooral, moeten aan immigranten meer eisen worden gesteld. Inburgeringscursussen worden verplicht, op afhaken komen sancties te staan, vrijwillige immigranten moeten al in eigen land aan opleidingseisen voldoen, inburgering en naturalisatie moet met ceremonieel worden bevestigd. Ook over het nieuwe doel van integratie is consensus gegroeid. Te lang, oordelen de partijen zelfs tot aan GroenLinks toe, is het integratiebeleid gebaseerd geweest op het uitgangspunt van ,,integratie met behoud van eigen identiteit''. De PvdA noemt dat ,,achterhaald''. De VVD noemt dit de ,,misleidende mantra'' van het multiculturalisme en teken van ,,zelfhaat'' van de westerse samenleving tegenover de eigen rechtsstaat.

Met het aanroepen van ,,nieuw zelfbewustzijn'' van de westerse cultuur zetten de liberalen de toon. Integratie moet niet langer gericht zijn op etnische groepen, maar op individuele immigranten, schrijven ook PvdA, GroenLinks en D66. Emancipatie is het nieuwe toverwoord. De individuele zelfbeschikking van vrouwen in traditioneel-islamitische gezinnen word daarbij beklemtoond.

Opmerkelijk is in dat streven de rollen van de linkse en rechtse partijen omgedraaid lijken. In tegenstelling tot in het verleden stelt nu juist de liberale VVD hoop in meer staatstoezicht, dwang en regels om migranten tot de naleving van dat westerse zelfbeschikkingsrecht te dwingen. PvdA en GroenLinks vertolken nu het `liberale' standpunt dat integratie vooral een kwestie is van overtuigen door dialoog en debat - en niet van regels. Ook het CDA streeft naar emancipatie, maar heeft daarbij juist hoop gevestigd op de groeiende rol van democratisch gezinde islamitische groeperingen in de Nederlandse cultuur en rechtstaat. Alle andere partijen staan juist gereserveerd tegenover de rol van islam - met name D66, VVD en LPF waarschuwen voor de rol van de politieke islam. Maar geen partij stelt grondwetsartikel 23 ter discussie, waarin de gelijke financiering van openbaar en bijzonder onderwijs is geregeld.

De LPF gaat verder dan de andere partijen in haar reserve tegenover de multiculturele samenleving. Integratie moet ,,voor een deel zeker het karakter van assimilatie krijgen'', zo staat in het 'Deltaplan' van de LPF - met foto van de Oosterscheldedam op de kaft. LPF is het buitenbeentje, omdat het als enige partij de bescherming van de Nederlandse cultuur voorop stelt. VVD, CDA, PvdA, GroenLinks en D66 hebben andere kernwoorden: behalve emancipatie, zijn dat rechtstaat en sociale samenhang.

Het debat over integratie is de meest concrete vorm geworden van het normen en waardendebat dat het kabinet wil voeren: het gaat over de essentialia van de Nederlandse samenleving. VVD en CDA pleiten voor een herbezinning op de grondregels van de rechtsstaat. De PvdA schrijft: ,,De normen van de Nederlandse rechtstaat stellen grenzen aan de manieren waarop migranten uiting kunnen geven aan hun cultuur en identiteit.'' Tegelijkertijd wordt gesproken over het actief, of zoals de VVD het noemt, klassiek burgerschap. Integreren is meer dan de taal en werk, zeggen alle partijen. Allochtone ouders moeten ook meedoen op school, in de buurt en op de sportclub.

Op de achtergrond van de strengere regels is de gedachte gemeengoed geworden dat Nederland een immigratiesamenleving is. De gevolgen van de grote aantallen immigranten zijn te lang onderschat, vinden alle partijen. Immigratie moet daarom worden beperkt. Breed gesteund is de gedachte dat immigranten de toegang tot sociale voorzieningen zelf geleidelijk gaan verdienen. Deze wending, die met name binnen de PvdA als groot wordt ervaren, geeft aan dat het debat over integratie voor links en rechts niet meer in eerste plaats gaat om de ruimte die andere culturen moeten krijgen, maar om het behoud van de `open' samenleving, cultureel en sociaal-economisch. Dat kan alleen, oordelen de partijen nu, met het opwerpen van barrières. De vraag is nog hoe hoog die worden.