De technicus achter de kunstenaar

KM is zo'n blad waar je in de kiosk makkelijk overheen kijkt. Al is het maar door de ondertitel: `Materiaaltechnische informatie over beeldende kunst' – wie zit daar nu op de wachten, behalve wat restauratoren en een enkele eierklutser uit Oost-Groningen? Mis dus, want kM is zeer lezenswaardig voor de mensen die inhoudelijk in beeldende kunst zijn geïnteresseerd, en de vaktechnische feiten daarbij niet schuwen. Daar krijgen ze ook nog eens allerlei prachtige uitdrukkingen bij cadeau als `implosie- of kabinetlicht' of de `merkwaardige reacties in de zilverhalogenide-kristallen' – daarmee krijgt kunst weer iets van het alchemie-aura die het ooit gehad moet hebben.

Dat effect wordt in de nieuwste kM nog versterkt doordat de redactie samenwerkte met restaurator Frederika Huys en stafmedewerker Eva Wittocx van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent. Aan de hand van werken uit het SMAK worden de overwegingen besproken van een kunstenaar bij het maken en de consequenties voor een restaurator bij het herstellen van een werk. Daarbij koos de redactie terecht voor kunstenaars die materiaaltechnisch heel verschillend werken, onder wie Ann Veronica Janssens, Joëlle Tuerlinckx, David Claerbout en Franky D.C.

De intrigerendste van het stel is echter Dirk Braeckman, de fotograaf van wie op dit moment werk is te zien in zowel het Gem in Den Haag als in De Pont in Tilburg. Braekman maakt mooie, spanningsvolle foto's waarbij de techniek een belangrijke rol blijkt te spelen. Zo komt de manier waarop hij zijn beelden rechtstreeks vanaf de negatieven selecteert aan de orde, maar ook de nadelen van het barietpapier dat hij gebruikt – overwegingen die ook veel over de inhoud van zijn werk zeggen.

Pascal Marthine Tayou, die vaak met `gebruikte' materialen werkt, stelt zijn installaties bij voorkeur samen uit materialen als bakstenen, sandalen, condooms en gedroogde vissen. Jammer genoeg zijn in het Tayou-stuk de conservatoroverwegingen op de achtergrond geraakt. Juist van hem zou je graag weten hoe hij inhoudelijk denkt over het vervangen van de ene sandaal door een andere.

Veel preciezer is het verslag van het interview dat SMAK-restaurator Monique Kontzen had met Luc Tuymans. Kontzen wilde weten hoe Tuymans bepaalde dingen deed, om dat in geval van restauratie exact te kunnen reproduceren. Het verslag is vooral bijzonder omdat je je als buitenstaander maar moeilijk kunt voorstellen dat Tuymans aan het begin van zijn carrière nauwelijks aandacht schonk aan sommige technische zaken. Zo bekent hij dat hij aanvankelijk vaak spieramen van inferieure kwaliteit gebruikte, waardoor die doeken nu nogal eens krom trekken – en dat voor een schilder die tegenwoordig alom als een van de grootste levende kunstenaars wordt beschouwd. Dat is het aardige aan deze kM: dat zelfs de grootste sterren weer even scheppende mensen worden.

kM, nr.49, voorjaar 2004, Uitg. Stichting Kunstenaarsmateriaal, 48 blz. Inf. 020 3054504 of www.kunstenaarsmateriaal.nl