De gerechtigheid op het gras

Tien jaar na de genocide wacht Rwanda nog steeds op gerechtigheid. Traditionele rechtspraak leidt tot nieuwe trauma's, niet tot verzoening.

Onwennig legt Angel Musabyeyezu haar hand op een van de honderden schedels bij het monument hoog in de Bisesero-bergen. ,,Misschien is dit mijn oma.'' Ze schrikt bij de gedachte. ,,Laten we gaan, ik word bang. Dit soort gedenkplaatsen is voor scholieren.''

Boertjes in kaplaarzen, met ouderwetse hoeden en wandelstokken, hebben zich bij het monument verzameld. Allen zijn Tutsi's. En mannen. De zon verwarmt de koude berglucht. De mannen nestelen zich op het gras tussen de paarse bloempjes. ,,De moordenaars ontmenselijkten ons'', klaagt de jongen Narcissi Kabanda. ,,We willen weten wie de daders zijn en daarna zullen ze ons om vergiffenis moeten vragen. We willen gerechtigheid, we willen weer worden gezien als mensen.''

In de westelijke Bisesero-bergen was de genocide tegen de Tutsi's het hevigst. Hier woonden vrijwel uitsluitend Tutsi's. Leraren, artsen, negentig procent van de 80.000 Tutsi's werd afgeslacht. ,,Ik vond na veel zoeken in een andere regio een echtgenote, maar wel een Hutu'', vertelt Narcissi. ,,Soms ben ik bang dat ze me zal vergiftigen.''

Gerechtigheid is na een genocide nauwelijks mogelijk. Hutu's en Tutsi's wonen gemengd. Er zijn weinig gebieden zoals Bisesero waar ze in homogene groepen leven. Om aan gerechtigheid te werken organiseerde de overheid in het hele land een vorm van traditionele rechtspraak, de zogeheten gacaca. Als onderdeel van de gacaca komen overlevenden, ooggetuigen en vermeende daders bijeen op de plaats waar de misdaden plaatsvonden. Alle aanwezigen praten over wat er voorviel, waarna negentien door de bevolking gekozen amateur-rechters een vonnis vellen. ,,In Bisesero is het onmogelijk om een gacaca te houden, want onze moordenaars kwamen uit andere delen van het land'', zegt Narcissi. ,,Er is hier slechts één partij van het conflict aanwezig.''

Aan de rand van Bisesero, in de valleien en op de heuvels, wonen wél veel moordenaars. Angel volgt de gacaca-zittingen daar in haar gehucht Rusenyi. ,,Er zijn zoveel daders'', zucht ze. ,,Alle Hutu's deden mee.'' Het is moeilijk onafhankelijke rechters te vinden. ,,We moesten al een paar keer rechters ontslaan omdat zij in 1994 hadden meegedaan.'' Soms vindt er tijdens de zittingen een eruptie van onthullingen plaats, maar doorgaans wil niemand praten. Bewoners blijven liever weg.

Veel Hutu's willen niet meedoen omdat er zoveel Hutu's in het gevang zitten. In hun visie is hun groep collectief schuldig bevonden. Daarnaast lopen er nog tienduizenden verdachte Hutu's vrij rond. Zij weerhouden Tutsi's ervan vrijuit te spreken. En ten slotte zijn er nog de Hutu's die het opnamen voor Tutsi's. Zij vrezen voor wraak van stamgenoten als zij hun verhaal vertellen. De waarheid is niet in ieders belang.

Doel van gacaca is om de rechtsgang te versnellen. Direct na de genocide belandden 130.000 verdachten in overvolle gevangenissen. De overheid berechtte er 5.600. In dit tempo zou het honderd tot tweehonderd jaar duren om alle zaken af te handelen. Vorig jaar liet de regering 20.000 gevangenen vrij en vorig maand opnieuw eenzelfde aantal. Zij maken gebruik van de regeling dat ze strafvermindering krijgen als ze bekennen. Van de nog ongeveer 90.000 gevangenen zou inmiddels een kwart hebben bekend.

De 11.000 sinds juni 2002 opgerichte tribunalen voor gacaca – wat in het Kinyarwanda `gerechtigheid op het gras' betekent – zijn bij niemand populair. De overlevenden vinden dat de daders er te licht vanaf komen. Hutu's menen dat er eenzijdig recht wordt gesproken omdat alleen genocidemisdaden aan bod komen, niet de misdrijven door Tutsi-soldaten van het huidige regeringsleger. ,,Gacaca heeft zijn beperkingen maar het is de enige manier om pragmatisch met het enorme probleem om te gaan'', zegt een professor aan de universiteit van Butare.

De regering verdeelde de gevangenen in vier categorieën. De eerste categorie omvat de planners en leiders van de moordpartijen. Zij vallen niet onder gacaca, maar onder de nationale rechtspraak en kunnen de doodstraf krijgen. De gacaca-rechtbanken opereren op vier niveaus: van buurt tot provincie. Zij kunnen gevangenisstraffen uitdelen. De verdachten in de laagste categorie – zij die plunderden – krijgen sociaal werk te verrichten.

Tijdens de gacaca-zittingen wordt iedereen aangemoedigd zijn verhaal te doen: de waarheid moet naar buiten komen, waarna verzoening kan beginnen. In eerste instantie, zo leert de ervaring, leidden de zittingen in de dorpen en op de heuvels tot nieuwe trauma's en wantrouwen. Er vinden nieuwe aanklachten plaats: door gacaca zal een extra half miljoen misdadigers ontmaskerd worden. De gevangenissen gaan weer volstromen. Daarvoor was gacaca nou juist niet bedoeld.