`Chinezen praten bij ons mee'

Grote orders aan het buitenland worden in China nog aldoor eerder op politieke dan op economische gronden gegund. Toch verandert er iets. ,,De komst van buitenlandse bedrijven is goed voor de mensenrechten.''

Premier Balkenende, die nog tot donderdag een bezoek aan China brengt, zal met zijn Chinese ambtsgenoot Wen Jiabao en president Hu Jintao zeker spreken over een mogelijke opheffing van het wapenembargo dat de Europese Unie in 1989 aan China heeft opgelegd. Toen onderdrukte China de studentenopstanden op het Plein van de Hemelse Vrede met geweld, en het internationale bedrijfsleven trok zich massaal uit China terug.

De Nederlandse ondernemer Henk Schulte Nordholt, die inmiddels alweer bijna twintig jaar in China actief is, zat op dat moment voor de toenmalige Amro-bank in Peking. ,,De bedrijven die toen in China zijn gebleven hebben daar later voordeel van gehad. Ze hoefden niet helemaal opnieuw te beginnen, en China heeft hun keuze om te blijven gewaardeerd.'' Schulte Nordholt kwam in 1985 naar China om er voor de bank een kantoor op te zetten, inmiddels heeft hij er zijn eigen bedrijf met 25 werknemers. Dat is de firma Hofung Technology, die technologie en apparatuur levert op (petro-)chemisch en energiegebied. Vanmorgen sprak hij samen met vertegenwoordigers van Shell, Philips, Akzo, Unilever en Fortis met premier Balkenende over zakendoen in China.

Verwacht Schulte Nordholt dat de opheffing van het wapenembargo positieve effecten heeft voor de positie van zijn bedrijf in China? ,,Nee, eigenlijk niet. Wij zijn daarvoor veel te klein. De situatie is nu ook heel anders dan twintig jaar geleden. Toen Nederland begin jaren tachtig tot woede van China besloot om onderzeeboten aan Taiwan te leveren, stelde de Chinese overheid meteen een zwarte lijst op: met Nederlandse bedrijven mochten geen zaken meer worden gedaan. Dat kon toen nog, want vrijwel alle internationale Chinese handel was staatshandel. Nu is er een veel groter deel van de bedrijven geprivatiseerd, en de invloed van de politiek op de kleinere internationale bedrijven is daarmee navenant afgenomen. Wij hebben vrijwel nooit met staatsbemoeienis te maken.''

Voor multinationals speelt de politiek nog wel degelijk een rol. Grote contracten, zoals die voor de aanleg van een hogesnelheidslijn tussen Peking en Shanghai, worden nog steeds eerder op politieke dan op puur economische gronden gegund. Zo gaat het gerucht dat China de opdracht tot de bouw van de supersnelle treinverbinding aan Frankrijk wil gunnen, omdat dat land zich de laatste tijd bijzonder ijverig heeft ingezet voor de opheffing van het EU-wapenembargo.

,,Als er echt iets aan de hand is, bijvoorbeeld als Amerika antidumpingmaatregelen neemt tegen China, dan reageert China door geselecteerde Amerikaanse bedrijven te straffen. Die krijgen dan een tijd lang gewoon geen orders'', aldus Schulte Nordholt.

Ook Hofung heeft in het verleden weleens te maken gehad met een boycot tegen zijn bedrijf. ,,In 1997, toen minister Van Mierlo zich in EU-verband sterk maakte voor een mensenrechten-motie, kregen wij van een zakenpartner diep in het achterland van China te horen dat ze niet met ons in zee mochten zolang we ons als Nederlands bedrijf presenteerden. We hebben dat project toen als niet-Nederlands opgetuigd, want onze partner was een multinationale, en daarna kregen we de opdracht toch.''

Schulte Nordholt is het met premier Balkenende eens dat de mensenrechten in China de laatste jaren zijn verbeterd, en hij gelooft dat nauwere economische banden van buitenlandse bedrijven met China hoe dan ook goed zijn voor de mensenrechten in China. ,,Neem nou de mensen die bij mij werken. Ze mogen over een heleboel zaken meepraten, en ze hebben bij ons een grote vrijheid van meningsuiting. Ze verdienen ook meer. Dat was allemaal heel anders toen ze nog voor Chinese staatsbedrijven werkten'', licht Schulte Nordholt zijn standpunt toe.