Wesemann is de beste pokeraar

In de Ronde van Vlaanderen gingen de Belgen en de Nederlanders ten onder aan blufpoker en patstellingen. De Duitser Steffen Wesemann werd de verrassende winnaar.

`Wielrennen is wachten', luidde het motto van de klassiekerkoning Jan Raas. In de finale moet je engelengeduld opbrengen en de medevluchters zo lang mogelijk in onzekerheid laten. Pas wanneer zij het demarreren moe zijn, mag jij voor je eigen kansen rijden. De wielerlogica van Raas is vooral van toepassing op renners met een sterk eindschot, zoals Steffen Wesemann van T-Mobile. Hij behaalde gisteren zijn eerste wereldbekerzege in zijn elfjarige profloopbaan.

Wesemann toonde zich in de slotfase van de Ronde van Vlaanderen een prachtige pokeraar. De 33-jarige Duitser bewees eens temeer het belang van ervaring in eendaagse wedstrijden. Jongere coureurs missen vaak het geduld of de leepheid om hun tegenstanders uit de tent te lokken. Wesemann was zelf zo'n sportman die door onzekerheid of wisselvalligheid telkens naast de hoofdprijs greep. Het is aannemelijk dat hij de komende tijd meer klassiekers gaat winnen, misschien wel volgende week Parijs-Roubaix, waar hij al een keer tweede werd. Hij heeft afgerekend met het predikaat van `eeuwige verliezer'.

Wesemann overleefde halverwege het parcours een valpartij, die hem een zere knie bezorgde. Hij bleek in de slotfase de beste klimmer op de Muur van Geraardsbergen, waar het Belgische supertrio Johan Museeuw, Peter van Petegem en Frank Vandenbroucke zijn favorietenrol niet kon waarmaken. Ook de Nederlander Michael Boogerd en de Italiaan Paolo Bettini misten de kracht op de traditionele scherprechter. Bovenop de Kapelmuur keek Wesemann verbaasd om zich heen. Hij had met zijn tempoversnelling een ravage aangericht en waande zich zonder de teleurstellende toppers kansrijk in de eindsprint. Zijn zelfvertrouwen was nog nooit zo groot geweest. In de nabijheid van Museeuw en Van Petegem had hij zich altijd een kleine jongen gevoeld, vertelde hij na afloop.

De finale was een schoolvoorbeeld van blufpoker en patstellingen, twee ingrediënten die de wielersport zo fascinerend én ondoorgrondelijk maken. Na de beklimming van de Muur, in de laatste dertien kilometer, werd Wesemann vergezeld door twee Belgische vrienden: Leif Hoste en Dave Bruylandts. Zij rijden nu voor verschillende ploegen, maar hebben in het verleden hotelkamers gedeeld. De honderdduizenden Belgische toeschouwers hadden hun hoop op hen gevestigd, op de dag dat hun landgenoot Briek Schotte op 84-jarige leeftijd overleed. Met haastig ontvouwen spandoeken uitten ze hun medeleven met de familie van de tweevoudige winnaar van de Ronde van Vlaanderen.

Ze zagen langs de kant hoe Hoste zich in de rug gedekt wist door zijn Nederlandse ploeggenoot Leon van Bon, die in de achtervolgende groep zijn benen stil hield. Daar probeerde Erik Dekker tevergeefs een gat van acht seconden dicht te rijden. De Raborenner had geen hulp en zat gevangen, want aan zijn wiel deed de Duitser Andreas Klier ook geen trap te veel. Hij is ploeggenoot van Wesemann, die gesteund door Bruylandts de voorsprong gestaag uitbreidde. Dekker, door een defect oordopje aanvankelijk niet op de hoogte van de kopgroep vóór hem, reed een verloren race en klaagde na afloop over het gebrek aan medewerking van zijn landgenoot Van Bon. ,,Leon had vandaag de kans de Ronde van Vlaanderen te winnen'', refereerde Dekker aan de sterke eindsprint van de Lottorenner.

De tactiek van Hoste en Van Bon deed inderdaad lachwekkend aan. De ploeggenoten knepen op verschillende posities allebei in de remmen. Hoste, doodmoe van een hele dag kopwerk, had valse hoop dat hij de sprint van de rappe en frisse Wesemann zou kunnen winnen. Van Bon gokte tegen beter weten in op een toevalstreffer van Hoste. ,,Vertellen jullie maar wat ik dan had moeten doen'', reageerde de stoïcijnse Nederlander na afloop op de kritische journalisten. Van Bon had net als Dekker harder kunnen trappen, maar dan was hun medevluchter Klier `lachende derde' geweest in de achtervolgende groep. Deze wielerlogica heeft Van Bon wel vaker toegepast. Hij neemt het motto van leermeester Raas – wielrennen is wachten – heel letterlijk. Hij wacht net zo lang, tot zijn kansen verkeken zijn. Raas sloeg vaak op het juiste moment toe. Hij won twee keer de Ronde van Vlaanderen en nog een hele waslijst.

Wesemann toonde zich een betere leerling van de Zeeuwse rekenmeester. De Duitser pareerde in de laatste kilometer een vluchtpoging van Bruylandts zonder een trap te veel te doen. Met speels gemak won Wesemann vervolgens de sprint à trois. Hij had gegokt op het saamhorigheidsgevoel van Hoste, die zijn al even sociale ploeggenoot Van Bon immers niet mocht teleurstellen. Dus maakte Hoste de demarrage van Bruylandts ongedaan en had Wesemann in het kielzog van de twee Belgen de zege voor het grijpen.

Daarmee toonde de geboren Oost-Duitser eindelijk de kwaliteiten die wielerkenners hem toedichten. Woordvoerder Olaf Ludwig van T-Mobile heeft hem vaak in de fout zien gaan, vertelde de voormalige staatsamateur uit de DDR na afloop. Volgens Ludwig, in de jaren tachtig wereldkampioen én olympisch kampioen, zat Wesemann zichzelf in de weg. Hij was ook niet serieus met het wielervak bezig en reed bij voorkeur rondjes in zijn sportwagens. Wesemann woont nu in Zwitserland, waar hardrijden bijna een doodzonde is. Op de Duitse Autobahn kon hij zich in zijn Porsche naar hartelust uitleven.

Wesemann, vijfvoudig winnaar van de Vredeskoers, rijdt al elf jaar jaar in dienst van Telekom, dat afgelopen winter is omgedoopt in T-Mobile. Zijn Belgische ploegleider en vertrouwenspersoon Walter Godefroot – zelf twee keer winnaar in de Ronde van Vlaanderen – had hem goede raad gegeven: `rustig meerijden en dan alles geven op de Muur'. Wesemann deed wat hem werd opgedragen en trad in de voetsporen van Rudi Altig, die in 1964 als eerste en tot gisteren enige Duitser had gezegevierd op de Vlaamse kasseien.