Spaanse lessen

Het lijkt erop dat een harde kern van daders, verantwoordelijk voor de treinaanslagen in Spanje, dood of opgepakt is. De Spaanse politie en de geheime dienst hebben er na 11 maart geen gras over laten groeien. Afgelopen zaterdagavond bliezen zes vermeende terroristen zichzelf op in hun appartement in een Madrileense buitenwijk nadat de politie hun woning had omsingeld. Eén van hen, een 35-jarige Tunesiër, zou de drijvende kracht achter de terreur van 11/3 zijn geweest. Een twintigtal mensen zit vast, veelal moslimfundamentalisten van wie de meesten van Noord-Afrikaanse afkomst zijn. Spanje's demissionaire minister van Binnenlandse Zaken, Acebes, zei dat het onderzoek zich nu richt op degenen die bij de actie zijn ontkomen en op de internationale banden die de terroristen mogelijk onderhielden.

Dat laatste is van groot belang voor de rest van Europa. Het heeft er alle schijn van dat de aanslagen in Madrid ook Londen, Berlijn of Amsterdam hadden kunnen treffen. Gericht onderzoek en samenwerking van politie en veiligheidsdiensten kunnen bepaalde patronen blootleggen: wie zijn de terreurplegers, bij welke organisatie zijn ze aangesloten, waar komen ze vandaan, hoe gaan ze te werk, wat zijn de belangrijkste wapens en gebruikte technieken, waar komt het geld vandaan, wie zijn de leiders? De lering die uit de Spaanse casus kan worden getrokken gaat de hele Europese Unie aan. De pasbenoemde coördinator voor terreurbestrijding in de EU, de Nederlander Gijs de Vries, wacht titanenarbeid. Aan hem de taak om de vele Europese plannen op het gebied van justitiële en politionele samenwerking om te zetten in daden. De Spaanse aanpak toont aan dat terreurbestrijding vooral een kwestie is van dóén. Dat was uiteraard al langer bekend, maar wat Europa ontbeerde was een gevoel van urgentie. Sinds 11 maart mag worden verondersteld dat dit aanwezig is. Van het momentum dat erdoor is ontstaan zal De Vries gebruik moeten maken.

Het is veelzeggend dat vanmorgen gespecialiseerde Franse politie-eenheden in twee voorsteden van Parijs vijftien mensen arresteerden die ervan worden verdacht banden te hebben met een Al-Qaeda-achtig bondgenootschap dat zichzelf de `Groep van Marokkaanse Moslimstrijders' noemt. Tien dagen geleden werden in België eveneens personen aangehouden die lid zouden zijn van deze zogeheten `Afghaanse Marokkanen'. De Spaanse minister Acebes zei vorige week dat die groepering de hoofdverdachte van de treinaanslagen is. West-Europa zou wel eens hun werkterrein kunnen zijn, en hun belangrijkste wapen de combinatie heilige oorlog (jihad) en emigratie naar doelwitlanden. Grenzen zijn makkelijk te nemen hindernissen; de argeloosheid onder de bevolking is groot.

Na 11 maart is wel gesteld dat het 2-0 staat in de strijd Al-Qaeda versus het westen. Dit gesimplificeerde scorebord behoeft thans een correctie. Met geduld en precisie en vooral vastberadenheid om plannen snel om te zetten in actie is het mogelijk terreur te bestrijden. Dat daarvoor een prijs dient te worden betaald staat wel vast. Burgers en politici zullen minder naïef moeten zijn. Privacy, een kostbaar goed, zal door controles in toenemende mate onder druk komen te staan. Paspoorten, identiteitskaarten en visa worden weer geëiste documenten. De nietsvermoedende treinreiziger die uit Amsterdam in Parijs op Gare du Nord aankomt dient zich als het zo uitkomt te legitimeren. Het leven gaat door, maar de accenten verschuiven. Van protagonist van de open grenzen tot bewaker van het eigen territorium: dat is het nieuwe Europa.