Ouwe reus

De kist staat voor in de aula. Toots Thielemans blaast een deuntje terwijl de genodigden binnenschuiven. Ik ga zitten op de vierde rij. Twee plekken voor me zie ik een blonde paardenstaart op een strak shirt hangen. Dat is Mitch, ik herken hem van achteren. Mitch is hier om de laatste eer aan zijn opa te bewijzen. Zijn `ouwe reus' is éénennegentig jaar geworden.

Mitch is een geboren Feyenoordfan. Wat hij overdag in de haven verdient op de steiger, verdwijnt voor een deel in en rond De Kuip. Ik ken Mitch uit de tijd dat hij nog een onvervalste hooligan was. Hij zong hard mee met de oude hit van het Cocktail Trio – `We hebben een ongeluk gehad met 't otootje, wahwah, met 't otootje, wahwah, met 't otootje' – op de dag dat Patrick Kluivert na een ongeluk met dodelijke afloop het stadion betrad. Ook niet vies van een sisgeluidje en woedende vuisten naar die `akelige De Boertjes'. Zo'n jongen dus. Niets was te dol, alles had hij over voor zijn club van Zuid, zelfs een stadionverbod.

Maar goed, kleine jongens worden groot en krijgen lieve meisjes. En zo'n lief meisje houdt vanmiddag de hand van Mitch vast in de aula.

Ik mag Mitch wel. Hij heeft een paar reusachtige schouders en een mooie brede kop op een groot lijf. Het fijne, een tikje lijzige Rotterdams valt lekker uit zijn mond en hij kiest instinctief zijn eigen weg. Daar staat hij, de tough guy van de familie, naast de kist van zijn opa. God, dit valt hem echt zwaar. Ik zie het. Mitch begint. Over die ouwe reus, die hem leerde fietsen bij het zomerhuisje in 't Gors. Die hem in datzelfde huisje, als hij weer eens straallazarus in de nacht binnenviel, zijn grote bed aanbood om lekker uit te kunnen slapen. Afgelopen week lag Mitch ook weer bij opa op bed, nu in het verzorgingshuis. Hij kon niet van de ouwe reus afblijven, hij streelde en gaf dikke pakkerds, vol op de mond.

Opa was een Feyenoorder, dat gaat vanzelf als je een Crooswijker bent. Mitch' vader was vorige zondag naar de thuiswedstrijd van Feyenoord tegen Roda JC geweest. Hij kwam 's avonds aan het bed zitten van zijn schoonvader. De ouwe reus deed de ogen open en vroeg: `En? Gewonnen? 3-0. Mooi.' En opa zakte weer weg.

Het einde van de speech komt in zicht. Mitch hapt naar adem, merkt zelf dat zijn stem trilt. Hij heeft zoveel moois meegemaakt met zijn opa, die je nam zoals je was. Echt, zoveel mooie dingen meegemaakt. Jezus! Hij vertelt over de laatste dagen. Mitch had aan het bed gestaan en samen met zijn opa het hele `Hand in Hand Kameraden' gezongen. Hij stokt. De hele aula schiet vol. Mitch geeft de kist een zoen en loopt terug naar zijn vriendin.

Ik stuur een dikke traan met mijn wijsvinger langs mijn neus. Man, hou je in, denk ik. Je bent hier om de familie te steunen in het verdriet, ga je een potje mee zitten janken. Je kent die ouwe reus maar een klein beetje, een goeie kerel, ja natuurlijk. En bij Mitch kom je toch ook niet over de vloer. Maar ja, er zijn van die liedjes die Rotterdammers voor eeuwig met elkaar verbinden.

Zondag speelt Feyenoord thuis tegen Ajax. Mitch zal wel weer op de tribune staan, achter het doel. Lekker die klote-Ajaxfans aanpakken. Uitschelden. Teringhomo's uit dat impotente 020. En zingen. Wie niet springt die is een jood. Jennen. De neuzen tegen de kakkerlakken. Ach, Mitch, je gaat je gang. Ik denk dat je het Hand in Hand nooit meer zonder de gedachte aan de ouwe reus zult zingen.

Met een snik in de stem klinkt een clublied het mooist.