Open dag bij de `energieverslinders'

De open dagen van de tuinbouw trokken dit weekeinde 200.000 bezoekers. `Hoe krijg ik mijn orchidee weer in bloei?'

Eindelijk ziet de familie Boelsma eens een kas van binnen. ,,We reden er zo vaak langs.'' Met twee kinderen en oma heeft het Amstelveense gezin al zes kassen bekeken. Hun zoontje is te moe om te vertellen wat het mooist was. Hij heeft genoeg bloemen gezien, nu is het tijd voor de poffertjes en clowns.

Voor de 27ste keer vond dit weekeinde `Kom in de Kas' plaats, de jaarlijkse open dagen van de Nederlandse glastuinbouw, waar zo'n 90.000 mensen werken die een omzet genereren van bijna 5 miljard euro. In heel Nederland openden rond de 250 kassen hun deuren. Telers van bloemen, groenten en kamerplanten lieten een publiek van vooral ouderen en gezinnen zien hoe het telen in zijn werk gaat. Ook grepen veel kwekers de kans een kijkje te nemen bij hun collega's. Volgens de organisatie trokken de twee dagen bijna 200.000 bezoekers.

,,Tuinbouw: hoe ziet ú het?'' stond op de T-shirts van de telers. `Kom in de kas' stond dit jaar in het teken van de dialoog tussen tuinders en maatschappij. Volgens Jos Könst, kweker van het plantje Hypoestes en de kamerorchidee Phalaenopsis, is het beeld van de tuinbouw niet positief. ,,We staan als energieverslinders te boek'', vertelde hij. Ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en `lichtvervuiling' – de nachtelijke verlichting van de kassen – dragen bij aan een negatief imago.

Door te laten zien wat in de kassen gebeurt, proberen de telers dit beeld bij te stellen. Zo vertellen ze bezoekers dat de sector tegenwoordig zuinig met energie omgaat, door isolatie van kassen en door zelf energie op te wekken, met een hoger rendement dan energiebedrijven.

Niet dat veel bezoekers hiernaar vragen. Volgens Könst zijn vooral collega's geïnteresseerd in het energiebeleid, consumenten stellen vragen over de planten. Orchideeënkweker Antoine Hoogenboom beaamt dit. De vraag die hem het vaakst is gesteld: hoe krijg ik mijn orchidee voor de tweede keer in bloei?

Consumenten zien een orchidee als een mooie, maar dure plant. ,,Hier kunnen ze zien waarom ze zo duur zijn'', vertelt Hoogenboom. Het kweken van een orchidee kost achttien maanden. Hoogenboom heeft in Amstelveen een kas van bijna vijf voetbalvelden en is een van de grootste orchideeënkwekers van Nederland. Hij krijgt de tropische planten als klein stekje van een laboratorium. `Huisdametjes', zegt Hoogenboom, verspenen ze in machinaal met speciale grond gevulde bloempotten, met aarde én schors. Ze hebben een temperatuur nodig van 28 graden Celsius om goed te groeien. De temperatuur, lichtintensiteit en luchtvochtigheid worden automatisch geregeld. Als de zon te fel schijnt, zorgen sensoren ervoor dat er vanzelf witte schermen voor het dak van de kas schuiven.

Driekwart van de planten verkoopt Hoogenboom voordat ze in bloei staan aan andere kwekers. De rest moet na veertien maanden gaan bloeien. Daarvoor worden ze overgeplaatst naar een koelere kas met meer licht, waardoor de orchideeën ontregeld raken. Hoogenboom: ,,Ze denken dan: ik moet overleven, ik moet me voortplanten, ik ga bloemen maken''. Na nog eens zes maanden staat de orchidee in bloei en is de plant klaar voor verkoop aan de consument. Tussen de 5 en 10 procent van de stekjes haalt deze eindstreep niet.

In het deel van de kas waar vandaag de meeste bezoekers rondkijken, staan de orchideeën klaar om aan exporteurs verkocht te worden. Veel bijzondere kleuren, want Hoogenboom ontwikkelt ook nieuwe soorten. Voor een orchidee met twee bloeitakken krijgt Hoogenboom 6 tot 7 euro.

Veel bezoekers aan de open dagen laten de kans op een orchidee voor iets meer dan de kostprijs niet liggen. De familie Boelsma neemt een lichtroze Phalaenopsis mee naar huis.