Onberekenbaarheid voedt angst

Veel Spanjaarden vinden dat hun land de zure vruchten plukt van de chaos die is ontstaan na de lichtzinnige interventie onder leiding van de Verenigde Staten in Irak.

Het nieuws dat de hogesnelheidslijn naar Sevilla was ondermijnd met explosieven was nog maar net verwerkt, of Madrid kon zich al weer opmaken voor de volgende ronde in de niet aflatende stroom terreurberichten. Zaterdagochtend hadden speciale troepen van de politie via het mobiele telefoonverkeer de etage gelokaliseerd waar zich de harde kern bevond van de terreurcel achter de aanslagen in de hoofdstad. Aan het einde van de middag begon een vuurgevecht en even na negenen bliezen vijf aanwezige verdachten zich op met een deel van de springstof die klaarlag om nog meer aanslagen te plegen. Het geweld van de ontploffing was zó groot, dat aanvankelijk niet duidelijk was of er drie, vier of vijf terroristen zichzelf hadden opgeblazen.

Met meer dan veertig jaar ervaring met en achthonderd doden als gevolg van de Baskische terreurbeweging ETA is Spanje geen land dat zich snel van de wijs laat brengen door terroristisch geweld. Maar de 191 doden bij de aanslagen van vorige maand in Madrid en de nietsontziende gevolgen van zelfmoordterreur doen het ETA-geweld verbleken. Veelzeggend was het feit dat een succesvolle politieactie in Frankrijk, waarbij drie kopstukken van de ETA werden gevangen genomen en een omvangrijk wapenarsenaal werd ontdekt, bijna geheel werd weggedrukt door het nieuws van de collectieve zelfvernietiging van Serhane ben Abdelmajid Fakhet en zijn bendegenoten.

Deze vorm van terreur is voor Spanje nieuw en onberekenbaar. Van ETA-terroristen kent men het doel, dat op min of meer rationale wijze wordt nagestreefd. De Baskische terroristen blazen zichzelf niet op – ongelukjes van jonge en onervaren nieuwkomers daargelaten. De organisatie heeft een piramidale structuur en hangt niet als los zand aan elkaar, zoals de nieuwe vijand. Kortom: niet alle terroristen zijn hetzelfde.

Deze conclusie staat haaks op het centrale leerstuk dat de scheidende conservatieve premier Aznar tot de dag van zijn laatste interview met verve verkondigde: alle terreur, waar ook ter ook wereld, is hetzelfde. In de luwte van de overgang naar de nieuwe socialistische regering, die over anderhalve week officieel wordt geïnstalleerd, is er nog niet gedebatteerd over de politieke implicaties van het antiterreurbeleid. Maar de komende regering legt vooral de nadruk op een grotere inspanning voor de politie- en inlichtingendiensten.

De actie die vandaag plaatshad in Parijs tegen vermeende radicale terreurcellen is daar mogelijk een voorbeeld van. Want de afgelopen weken werd duidelijk dat de afzonderlijke onderzoeken in Spanje, Frankrijk, Groot-Brittannië en Marokko nooit zijn gekoppeld. Zo kon het gebeuren dat dezelfde namen herhaaldelijk opdoken zonder dat tot nader onderzoek werd overgegaan. Een zaak die ook voor Nederland niet onbelangrijk is, nu de meerderheid van de verdachten in de Spaanse terreurcel afkomstig is uit gebieden waar ook veel Nederlandse immigranten vandaan komen.

Dat het uitgerekend gisteren tot een gewapend treffen kwam met de Spaanse troepen in Irak, waarbij ongeveer twintig shi'ieten om het leven kwamen, maakte de beleidskwestie niet minder actueel. Spanje zit helemaal niet in Irak om het terrorisme te bestrijden, zoals Aznar altijd heeft gezegd, aldus het commentaar vandaag in het dagblad El Mundo. Integendeel: de chaos die is ontstaan na de interventie door de VS heeft het land juist veranderd in een referentiepunt voor de islamterreur en wij plukken daar nu de zure vruchten van in de vorm van aanhoudende bedreigingen, zo vat de krant een breed gedeeld ongenoegen samen.

Een van de zaken die de nieuwe regering te wachten staat is de mogelijke opbloei van wantrouwen tegen de Marokkaanse gemeenschap nu het merendeel van de veronderstelde daders van de aanslagen uit dit land afkomstig blijkt. De organisatie van Marokkaanse arbeidsimmigranten, Atime, heeft zijn leden al opgeroepen om zelf naar de politie te stappen om vreemd gedrag van landgenoten aan te geven. In het geval van de aanvoerder van de terreurcel in Madrid, de Tunesiër Sarhane ben Abdelmajid Fakhet lijken de eerste berichten er op te wijzen dat hij al vorig jaar aan zijn omgeving liet weten terreuracties te willen plegen in Madrid. Vrienden zouden zich toen al van hem hebben afgewend omdat hij steeds radicaler werd.