Lion King is overdadig visueel feest

Het is nog maar net begonnen, de zon is in schitterend geel en oranje opgegaan – en daar zijn de giraffen. Steltlopers zijn het, met stelten aan hun armen en benen, en de lange nek met de kop van de giraffe bovenop hun hoofd. En daar, door het gangpad, verschijnt ook de olifant, duidelijk door vier mensen in zijn binnenste voortbewogen. Er achteraan huppelt een klein olifantje, waar gewoon een klein meisje met haar hoofd doorheen steekt. Lui met lange hengels laten vogels rondvliegen, en anderen dragen gazellen mee op hun hoofd en aan hun armen. Alsof mens en dier elkaars verlengstukken zijn, en alsof dat nooit anders is geweest. Wat een wonderbaarlijk mooi openingsbeeld is dit.

The Lion King, de nieuwe musical in het Circustheater in Scheveningen die gisteren in première ging, is het feest van de theaterfantasie. De opera- en avant-garderegisseur Julie Taymor, die van het Disney-bedrijf de opdracht kreeg een theaterversie te maken van de succesvolle animatiefilm, heeft haar eerste commerciële musical ontworpen als een demonstratie van wat er met ambachtelijke technieken te bereiken valt. Een aaneenschakeling van oooh's en aaah's is het resultaat.

De maskers worden bovenop het hoofd gedragen, zodat de gezichten van de spelers zichtbaar blijven. Soms fungeren ze tegelijkertijd als poppenspeler, soms lopen ze als een schaduw achter hun marionet aan, en soms maakt de belichting hen tot silhouetten – het gaat maar door, en bijna elke scène is opnieuw een ongelooflijk schouwspel. Van de Tinguely-achtige wielconstructie die een horde antilopen aanvuurt, tot en met het gras in de savanne dat een eigen leven blijkt te leiden. Of de waterval, die zich ogenschijnlijk in één handomdraai ontrolt en bovendien vol krokodillen zit.

Al ruim zes jaar lang trekt The Lion King op Broadway volle zalen. Hier zou de show op zijn minst twee jaar lang moeten doorspelen om de miljoeneninvestering van het theaterbedrijf van Joop van den Ende terug te verdienen. Dit zou wel eens de duurste musicalproductie kunnen zijn die in Nederland ooit werd opgevoerd. In elk geval zijn er bij voorbaat al 200.000 kaartjes verkocht.

In opdracht van Disney is een getrouwe kopie van de oerversie gemaakt, waarin hooguit hier en daar iets Nederlands opduikt. Een flardje Waarheen waarvoor bijvoorbeeld, als grapje, en een paar accenten die eveneens van Nederlandse herkomst zijn: de hyena's spreken met Surinaamse tongval en het potsenmakersduo (zwijn en stokstaartje) redekavelt in schilderachtig Vlaams. En als de toekan vreest dat het rijk van koning leeuw ten onder gaat, zingt hij: ,,Dan zoek ik wel een baantje op het dak van een hotel.''

Veel meer is er trouwens van de vertaling van Martine Bijl niet verstaanbaar – althans niet als er gezongen wordt. De dialogen klinken speels en naturel, maar voor de Nederlandstalige zangteksten ontbreekt het de meeste spelers aan dictie en expressie. Wellicht wreekt zich hier de afwezigheid van een Nederlandse tekstregie. Tot de uitzonderingen behoren Laus Steenbeeke als de hofnar met toekan, en Hein van der Heijden als vileine oom. Zij spelen en zingen met ware komediantenpassie. De rest blinkt uit in katachtige souplesse, ten koste van de woorden.

Misschien kwam het ook daardoor dat al dit visuele vertoon me op den duur toch niet meer op het puntje van mijn stoel bracht. Maar wezenlijker is, denk ik, het feit dat The Lion King in de theaterversie bijkans twee keer zo lang is als de film. Want waar gaat het nou helemaal over? Over een leeuwenkoning die door zijn boze broer om het leven wordt gebracht (jazeker, dit is Hamlet in het dierenrijk) en diens leeuwenzoon Simba wegjaagt – tot het welpje is opgegroeid, de geest van zijn vader hoort en de slechte oom van zijn troon verjaagt. Dat is alles.

Op een handvol behendige popsongs van Elton John en Tim Rice na, die geraffineerd werden vermengd met de Afrikaanse ritmes van Lebo M. Zodat er niet alleen muzikanten in de orkestbak zitten, maar ook percussionisten met timbalen en tamtams in de loges aan weerszijden van het toneel. Dat geeft de show een opzwepende klank.

Maar intussen vroeg ik me steeds vaker af of Simba niet een beetje kon opschieten, bij het redden van zijn rijk. Zo spannend is het nou ook weer niet, om wéér langdurig bij zo'n prachtig tableau vivant stil te staan, en wéér te denken: wat is dit bijzonder, wat is dit betoverend.

The Lion King, door Joop van den Ende Theaterproducties. Decor: Richard Hudson. Orkest o.l.v. Maurice Luttikhuis. Regie: Julie Taymor. Gezien: 4/4 in Circustheater, Scheveningen. Inl. (0900) 3005000, www.thelionking.nl