Huilend of brakend de zaal uit

Hoe reageren de overlevenden van de genocide in Rwanda op een Belgisch toneelstuk over het bloedbad? Theatergroep Groupov gaat op toernee.

,,Sinds vaststaat dat we het stuk in Rwanda gaan opvoeren, spookt constant de vraag door mijn hoofd: `Hoe zal het Rwandese volk hierop reageren'. We zijn niet echt bang, maar toch onzeker over het mogelijke effect op de Rwandezen.''

De Franse regisseur Jaques Delcuvellerie staat op het punt met de Luikse theatergroep Groupov naar Kigali te vertrekken om er de voorstelling Rwanda 94, te spelen over de genocide die het leven heeft gekost aan naar schatting 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's. Groupov speelt het stuk in een mengeling van Frans en plaatselijk talen. Het publiek zal bestaan uit slachtoffers, daders, nabestaanden en getuigen van het bloedbad. Dit gebeurt tijdens de plechtigheden rond de tienjarige herdenking van de zwartste episode uit de Rwandese geschiedenis.

Het stuk stelt de handelwijze van de Verenigde Naties, de Franse en Belgische regering en de kerk tijdens de genocide ter discussie. De grens tussen feiten en fictie is vaak vaag. Met aangrijpende muziek, harde filmbeelden en confronterende getuigenissen en toneelscènes werden sinds de officiële première in maart 2000 duizenden kijkers met hun neus op de harde feiten gedrukt. Het stuk kreeg verschillende toneelprijzen.

Het is bijzonder om een zo groots spektakel in het Centraal-Afrikaanse land zelf ten tonele te brengen. ,,De kosten om twaalf ton decormateriaal te verschepen en 56 mensen naar Rwanda te laten reizen zijn voor ons niet te dragen zonder subsidies'', zegt Françoise Fiocchi die de technische aspecten van de reis regelt. De Belgische overheid draagt het grootste gedeelte van de kostprijs (800.000 euro). Ook het Nederlandse Prins Claus Fonds levert financiële steun.

Vlak voor een deel van de bezetting naar Rwanda vertrekt, wordt de laatste hand gelegd aan het slotgedeelte van de zes uur durende voorstelling. Op een zolderkamer in Luik repeteren de Rwandese en Belgische muzikanten en acteurs het laatste bedrijf, Cantate de Bisesero. Begeleid door muziek van Garret List en Jean-Marie Muyango brengen vijf mensen het gruwelijke relaas van het verzet in Bisesero. Naar schatting 50.000 Tutsi-vluchtelingen vochten er drie maanden lang dagelijks tegen het Hutu-geweld. Uiteindelijk bleven er 900 over.

,,De niet aflatende moorden op de heuvels van Bisesero in april, mei en juni 1994 hebben een unieke plaats in de geschiedenis van de genocide'', leest actrice Carole Karemera. De toeschouwer krijgt een droog, bijna gevoelloos verslag van de feiten. Het statische tafereel op het toneel staat in schril contrast met de gruwelijke videobeelden van de gebeurtenissen op de achtergrond. Terwijl de namen van de slachtoffers van het verzet in Bisesero worden voorgelezen, valt het doek.

Groupov zal Rwanda 94 zeven keer opvoeren in Rwanda. Twee keer in Butare en vier keer in Kigali. De laatste voorstelling, op 18 april, is een openluchtvoorstelling op de heuvels van Bisesero. Willen de Rwandezen eigenlijk wel geconfronteerd worden met dat pijnlijke verleden?

,,Toen Rwanda 94 vorm begon te krijgen, dacht niemand eraan het stuk in Rwanda op te voeren. Marie-France (Collard) en ik maakten de voorstelling om de mensen in het westen te confronteren met wat in die periode in dat kleine Centraal-Afrikaanse land is gebeurd'', zegt regisseur Delcuvellerie. ,,Tijdens onze jarenlange tournee over de hele wereld merkten we dat het stuk dikwijls zeer heftige reacties opriep'', zegt Delcuvellerie. ,,Het is meer dan eens gebeurd dat mensen huilend of zelfs brakend de zaal uitliepen. Het waren met name Rwandese toeschouwers die ons aanraadden om het stuk in Rwanda zelf te spelen. Voor de mensen in Rwanda is het belangrijk om te weten dat er ergens in de westerse wereld mensen zijn die om hen geven.''

De gedachte om met het stuk naar hun vaderland te trekken, speelde al langer bij de Rwandese acteurs en muzikanten van Groupov. ,,Niet alle Rwandezen weten hoe de genocide kon ontstaan'', zegt Masamba Intore, een van de Rwandese acteurs. ,,Iedereen heeft met eigen ogen kunnen zien wat er gebeurd is. Maar weinigen zijn op de hoogte van de internationale politieke achtergronden. De geschiedenis in Rwanda werd jarenlang verdraaid door de Belgische kolonisatoren, de scholen, de universiteiten, de verschillende regeringen. Telkens werden andere mensen opgezadeld met valse gevoelens van trots of schaamte. Ik hoop dat ons stuk de Rwandezen iets dichter bij de waarheid kan brengen.''

De sfeer tijdens de repetitie is uitgelaten. De acteurs nemen de repetities ernstig, maar het naderend vertrek naar Rwanda speelt duidelijk door hun hoofd. ,,We weten niet wat ons te wachten staat'', zegt Masamba. ,,Voor mezelf is het nog steeds niet gemakkelijk om terug te keren naar mijn vaderland. Vijf maanden geleden was ik nog in Rwanda, maar ik mijd mijn eigen dorp. Ik vind het moeilijk om geconfronteerd te worden met mensen van wie ik weet dat ze moordenaars zijn of om graven te zien van mensen die ik heb gekend heb. Mijn zus, net als ik Tutsi, is door haar man, ook een Tutsi, vermoord. Zijn kinderen hebben gezien hoe hun papa hun mama doodde.''

Alle Rwandezen hebben zulke verschrikkingen meegemaakt. Volgens Masamba is het juist daarom belangrijk dat ze het stuk te zien krijgen. ,,Ze zullen zich minder alleen voelen. De Rwandezen die ik gesproken heb, kijken er echt naar uit. Ze willen weten hoe de westerlingen denken over het verleden van Rwanda. Het blijft tenslotte altijd hun vaderland.''