Hollanders en Chinezen vooralsnog ver uit elkaar

Kruisbestuiving, ontmoeting, dialoog. Sinds de wereldmuziek in het begin van de jaren '80 de jazzwereld binnensloop leest men in programmaboekjes de holle clichés. Alleen daarom al is Het Ming Principe een verademing. De naam van dit zevenkoppige gezelschap verraadt meteen dat we hier te maken hebben met iets Chinees. De woordassociatie met `mengen' wordt bijna automatisch gemaakt zonder dat die vanzelfsprekendheid nog eens moet worden uitgesproken. En Ming is meer. Het Chinese karakter bestaat uit twee delen die afzonderlijk `zon' en `maan' betekenen. Muzikaal staan die uitersten voor de kracht, actieve houding, directheid en dynamiek van het westen en de Chinese traditie, die zachter, contemplatiever en afstandelijker is. Het Ming Principe stelt akkoorden tegenover decoratieve omcirkelingen, improvisatie tegenover bladmuziek.

In de woorden van bandleider en bassist Tjitze Vogel gaan de drie Nederlandse improvisators op zoek naar de Chinees in zichzelf. Hun vier Aziatische tegenvoeters laten op hun beurt hun traditionele, aan miniatuurtjes opgehangen werkwijze los om te experimenteren met vrij spel. De basis voor de interactie zijn vooral Chinese volksliedjes en een enkele danssuite, een methode die zich in de jazz met zijn tot evergreens omgeturnde musicalwijsjes lang en breed heeft bewezen. Het resultaat was van wisselende kwaliteit.

Het best uit de verf kwamen de stukken met een beperkt aantal instrumenten. Zo versmolten de saxofoon van Paul Weiling en de sprookjesachtige klankclusters van Bei Tangs sheng tot een ingetogen duet. En Xia Hua lanceerde zijn pipa vol vuur boven de stuwende ritmesectie in een featurestuk voor de Chinese luit.

Maar zodra het aankwam op ensemblespel deed de kloof tussen de twee muziektradities zich licht ongemakkelijk voelen. De westerse improvisators moesten hun aandrang om voluit te gaan zichtbaar intomen en dan nog raakten de schuchtere Chinezen af en toe ondergesneeuwd. Hun bijdrage bleef vaak steken in het toevoegen van een exotisch tintje aan het klankenpalet, waardoor de nuances van hun breekbare geluid verloren raakten. Het swingen ging hen ook niet altijd even makkelijk af. Het geklaag van de Chinese viool sleepte achter Vogels walking bass aan en wrong langs de ritmes die Ignas te Wiel uit zijn cajon tikte. Alsof er met man en macht een vierkant blokje in een rond gat werd gepast.

Daarmee is dit experiment niet mislukt. Het Ming Principe opent een potentieel interessante weg voor de muziekculturele alchemie die tot nu toe vooral gekleurd is door mengvormen met West-Afrikaanse, Caraïbische en Arabische inbreng. Het verbinden van zeer verschillende componenten vergt alleen meer tijd. Het valt ook niet mee om zon en maan tegelijkertijd te laten schijnen.

Concert: Het Ming Principe. Gehoord: 4/4 SJU Jazzpodium, Utrecht. Herh: 24/4 Theater Rondeel, Wijk bij Duurstede.