Held van de have-nots

De groot-ayatollahs van Irak misprijzen hem als een parvenu, die bovendien hun zorgvuldig opgebouwde campagne voor shi'itische dominantie in het toekomstige vrije Irak in gevaar brengt. In de shi'itische hiërarchie klim je omhoog door via geleerde publicaties gezag te winnen onder de andere geestelijken. Het gezag van Muqtada Sadr (30) berust alleen op de verheven status van zijn vader, de in opdracht van Saddam Hussein vermoorde groot-ayatollah Mohammed Sadiq al-Sadr, en vervolgens op zijn eigen compromisloos anti-Amerikaanse preken die heel goed vallen bij de Iraakse have-nots. Zijn leger van de Mahdi (de verdwenen twaalfde imam van de shi'ieten) dat gisteren in verscheidene steden de strijd aanbond met Amerikaanse en Spaanse troepen, is samengesteld uit straatvechters uit die onderklasse die niets bezitten dan hun bereidheid hun leven voor hem te geven onder de vlag van zijn vader.

Muqtada Sadr deed terwijl de Amerikaanse oorlog in Irak nog aan de gang was, voor het eerst van zich spreken bij de moord op de liberale geestelijke Abdel-Majid al-Khoei in een heiligdom in Najaf. Khoei, telg van een invloedrijke en welgestelde ayatollah-familie, was door de Amerikanen en Britten uit ballingschap naar Irak teruggebracht om te helpen de shi'itische meerderheid op een pro-westerse koers te zetten, maar werd door medewerkers van Muqtada vermoord. De arrestatie van een van die daders, zaterdag was de aanleiding tot de zware onlusten van gisteren in verscheidene Iraakse steden, waarbij tientallen Irakezen en ook acht Amerikaanse militairen werden gedood.

Na de moord op Khoei probeerde Muqtada Sadr groot-ayatollah Ali Sistani, de allergezaghebbendste van de huidige Iraakse groot-ayatollahs, te intimideren tot vertrek uit Irak. Diens aanhangers verhinderden dat echter. Sistani is zoals meer geestelijken in Irak van Iraanse afkomst – zoals veel geestelijken in Iran van Iraakse afkomst zijn. Sistani is ook een geestelijke die zich wel bekommert om de politiek omdat die nu eenmaal het welzijn van de gelovigen raakt, maar geen directe rol in de politiek opeist. De Sadrs zijn echte Irakezen, zij het met een Libanees element; Muqtada en veel andere Sadrs zijn aanhangers van de revolutionaire school die een hoofdrol in de politiek claimt.

De nederlaag tegen groot-ayatollah Sistani bracht Muqtada Sadr absoluut niet van zijn stuk. Zijn aanhangers namen in heel Irak moskeeën over, en met georganiseerd welzijnswerk wonnen zij snel massale aanhang. Zoals in de grote shi'itische sloppenwijk van Bagdad die van Saddam City in Sadr City werd herdoopt.

Zelf verketterde hij de Amerikanen en bij implicatie de andere ayatollahs die min of meer met hen meewerken, vanuit zijn moskee in Kufa, bij Najaf. De Amerikanen, die zijn preken en de groeiende activiteit van zijn militie in de aanloop naar de machtsoverdracht op 30 juni beu waren, verboden vorige week zijn weekblad Al-Hawza wegens opruiende taal. ,,Ik en mijn volgelingen van de gelovigen zijn onder de aanval gekomen van de bezetters, het imperialisme en de benoemden [de Iraakse autoriteiten]'', reageerde Muqtada Sadr vrijdag in zijn preek in Kufa. ,,Wees in de hoogste staat van paraatheid en tref hen waar u hen tegenkomt.''