Heimwee naar Europa

Er wordt veel geschreven, zeker de laatste jaren, over wat `Europa' is. Europa is dan zoiets als samenwerking en geen grenzen, een economische eenheid en een concurrentiepositie, een parlement en bibliotheken vol nieuwe regels die de smaak van kaas verknallen. Maar dat verklaart helemaal niet waarom je je soms zo Europees voelt, waarom Europa iets betekent, niet alleen sinds de EU maar al zo lang daarvoor.

In de lezing die George Steiner eind november voor het Nexus-instituut hield en die nu onder de titel `De idee Europa' is uitgegeven, probeert hij na te gaan wat Europa kan zijn. Hij komt met allerlei heel eenvoudige dingen aan: met de koffiehuizen en cafés waarin mensen lang kunnen zitten en met elkaar praten, met de overzichtelijkheid van het landschap die mensen uit ruimere werelddelen wel eens het gevoel geeft in een poppenhuis beland te zijn – en omgekeerd kun je ook zelf, als je eens in zo'n niet-Europees landschap verzeild raakt je totaal verloren voelen. In de Rocky Mountains snakte ik naar de Alpen – niet omdat die als bergen zoveel dwergachtiger zijn, want dat is helemaal niet zo, maar omdat je daar aldoor sporen van mensen en voorbeelden van de menselijke maat ziet: een weitje met een schuur, gestapelde houtblokken, een dorp, een pad langs een hut.

In de Rocky Mountains niets van dat al: bergen achter bergen achter bergen, natuur zonder een spoortje cultuur. Angstaanjagend, geschiedenisloos en zelfs gewoon `ongezellig' vond ik het en voelde me buitengewoon en enigszins beschaamd Europees.

Behalve de cafés en het landschap is er de geschiedenis en dan noemt Steiner niet de slag bij Waterloo of Habsburgse hofintriges maar het feit dat in alle Europese steden de grote mannen en vrouwen aanwezig zijn in straatnamen, gedenkbordjes, bushaltes, etc.: geleerden, wetenschappers, denkers, schrijvers, van de Bilderdijkstraat tot de rue Voltaire, van boten die Homerus heten tot de Schillerstrasse, en als je geluk hebt staat er ook nog kort bij wie deze persoon ook weer was en wat zijn of haar (aanzienlijk meer zijn dan haar) belangrijkste verdiensten waren. Zoals Steiner het schrijft lijkt het bijna of je vanzelf kopje onder geduwd wordt in de cultuurgeschiedenis, als Obelix in de ketel met toverdrank. Dan is er onze dubbele en onverenigbare afstamming van enerzijds filosofisch Athene, anderzijds gelovig Jeruzalem, en ten slotte is er de angst voor en de verwachting van de ondergang.

Een mooie Europa-schets. Nu de kleuren nog, de smaken en geuren en gedachten. Alles in Steiners Europa-idee ademt geschiedenis, de geschiedenis van het voelen en denken in de cafés, de geschiedenis van de menselijke ontwikkeling in het landschap, van de ideeën en kunst in de straatnamen, van de gedachtenwereld in Athene en Jeruzalem en van de angst in het immer dreigende onheil.

Hoe kom je daar dichterbij. Geschiedenis, welke dan ook, is altijd zo ongrijpbaar. Ik was laatst in Groningen en we stonden met iemand met archeologische belangstelling op een wierde. Die wierde was zo'n 2400 jaar oud. 2400 jaar geleden hadden in dat landschap van, toen, kreken en slenken en geregeld oprukkende zee, mensen al heuvels opgeworpen om op te wonen. Op de wierde stonden huizen, waaronder een middeleeuwse pastorie. Zo, zo knik je dan, middeleeuws, nou, nou. Ja, zei de man met verstand van zaken, toen Columbus uitvoer woonden er al mensen in dit huis. Dat was een effectieve mededeling, want toen pas ging dat middeleeuwse iets betekenen. Mensen, geschiedenis, geen jaartal. Ineens spraken die dikke muren gestapeld van rossige kloostermoppen over handen van mensen die ze gestapeld hadden, over feesten in de smalle hoge zaal van het huis, ineens keken de ramen uit op een heel andere wereld, zonder tractors, auto's, elektriciteit, maar met toch al die Grieks-joodse erfenis, wat die dan ook betekend mag hebben voor de dorpspastoor daar in Groningen.

Jammer dat er niet ergens nog een stapeltje brieven was van de bewoners van toen. Niets zo goed om de tijd zowel te voelen als te vergeten als brieven uit allang verdwenen tijden, of helemaal niet zo lang verdwenen tijden, waarin mensen zich uitspreken over hun persoonlijke drijfveren. In sombere momenten denk ik wel eens dat heel dat gevoel dat er zoiets zou zijn als verlangens en idealen en ondoorgrondelijkheid van het eigen wezen verdwenen is nu de brief verdwijnt, maar dat is natuurlijk onzin.

Dat komt misschien meer doordat je zo zelden een brief krijgt zoals de jonge Vincent van Gogh in het jaar dat hij begint met serieus te schilderen, aan zijn broer Theo schreef – maar wie is er ook zo'n briefschrijver als Van Gogh? In de bedoelde brief schrijft Vincent dat hij voelt dat hij ergens goed voor is, maar nog niet weet waarvoor: ,,Een vogel in een kooi in het voorjaar weet heel goed dat er iets is waarvoor hij zou kunnen dienen; hij voelt heel goed dat er iets te doen valt, maar hij kan het niet. Wat is het?'' Het is verbluffend zoals hij over zichzelf schrijft als over iemand die weliswaar niet weet wat hij gaat worden of wat en wie hij zal blijken te zijn, maar die zoekt, en moet zoeken. Het is de ziel, schrijft hij, die altijd, altijd zoekende is. Heerlijk dat de psychopraat nog niet bestond zodat er geen taal klaar ligt waarin hij direct de aller-algemeenste verklaringen van toepassing op hem persoonlijk kan verklaren. Dit denkende zoekende schrijven, dat is het mooiste wat er is.

Is dat ook Europa? Natuurlijk is aarzelen en zoeken en weten dat men iets wil en moet maar niet weten wat, niet iets speciaal Europees. Maar wie bijvoorbeeld het laatste nummer van het tijdschrift uitgegeven door datzelfde Nexus zou lezen, een nummer vol brieven uit allerlei tijden, van de eerste eeuw voor Christus tot laat in de twintigste eeuw, krijgt ook zo'n Europees gevoel. Alsof je een identiteit aangereikt krijgt die je toch ook al had: al die overwegingen, gedachten, verlangens, ideeën hebben allemaal bijgedragen aan de wereld zoals hij nu is en aan ons zoals we zijn, hoe verschillend ook.

Je leest brieven van de reuzen op wier schouders wij staan en van mensen die zijn zoals wij, of zoals wij zouden moeten willen zijn. Ach Europa, soms kun je er enorm van houden. Naar verlangen zelfs, ook al woon je erin, zoals men heimwee naar het heden kan hebben.