Formule 1-feestje in de woestijn

Michael Schumacher deed gisteren in Bahrein in de eerste Formule 1-race op arabische bodem sinds 1958 hetzelfde als Stirling Moss 46 jaar geleden in Marokko: hij leidde van begin tot eind.

Lang was uitgezien in Bahrein, een archipel van 33 eilanden en eilandjes, naar `4-4-04'. `Alle ogen gericht op F1 woestijndebuut', kopte de Gulf Daily News eind vorige week als een van de twee Engelstalige kranten op het eiland op zijn voorpagina. Ook de Bahrein Tribune en de Arabische Akbar Al Khaleej en Al Ayam stonden bol van het grootste sportevenement ooit in het Midden-Oosten. Vanzelfsprekend waren er gisteren veel Bahreini op de tribunes, maar ook inwoners uit Saoedi-Arabië en Koeweit. Veel van hen waren met de auto naar het Bahrein International Circuit gekomen, over de 25 kilometer lange verbindingsweg van dammen en bruggen tussen Bahrein en het vasteland.

Na afloop van het raceweekend waren bijna alle betrokkenen lyrisch over hun arabische avontuur: zeventien van de twintig wagens hadden de finish gehaald en het weer was met temperaturen van iets boven de dertig graden fantastisch. Na de vorige race, in het vochtige Maleisië, vonden de coureurs het in Bahrein (vochtigheidsgraad 34) een verademing. Dat de `gridgirls' meer kleren moesten dragen dan gebruikelijk bij races en dat de champagne op het podium wegens de strenge islamitische wetgeving was vervangen door een mousserende fruitdrank zonder alcohol (Warrd), kon weinigen deren. Volgend jaar komen de coureurs graag terug voor hun uitstapje in de woestijn.

De Formule 1-race gisteren in Bahrein – vlakbij de hoofdstad Manama – was de eerste in het Midden-Oosten. Bahrein is na Marokko en Maleisië het derde islamitische land waar geraced wordt. In Casablanca werd op 19 oktober 1958 de Grote Prijs van Marokko gereden. In de elfde en laatste race van het seizoen werd daar de strijd om de wereldtitel beslist. De Engelsman Stirling Moss won, in een Vanwall. Reden voor vreugde was er niet, omdat zijn team- en landgenoot Stuart Lewis-Evans in de race spinde en tegen een boom knalde: een week later overleed hij in Engeland aan de gevolgen van zijn verwondingen. Saillant detail: de manager van Evans was (land- en leeftijdgenoot) Bernie Ecclestone, de Formule 1-baas die zijn show op vier wielen dit jaar naar nieuwe territoria leidt: het Midden-Oosten en China (in september).

Dankzij een tweede plaats in Casablanca won de Brit Mike Hawthorn destijds de wereldtitel, in een Ferrari Dino 246. Met één punt voorsprong op Moss (42-41). Het was ook een mooi succes voor Ferrari, dat het jaar ervoor, in 1957, niet één race had gewonnen. In Casablanca was teamgenoot Phil Hill, die in tweede positie lag achter Moss, van het gaspedaal gegaan voor Hawthorn, zodat die net genoeg punten haalde om de wereldtitel veilig te stellen. Ook toen bestonden stalorders al. Het was in het jaar dat Graham Hill (Lotus-Climax) zijn debuut in de Formule 1 beleefde, en Nederland voor een deel van dat seizoen was vertegenwoordigd met zijn eerste Formule 1-coureur, graaf Carel Godin de Beaufort (Porsche). Drie maanden later, in januari 1959, zou de man die in Marokko de eerste Engelse wereldkampioen in de Formule 1 was geworden dodelijk verongelukken, 29 jaar oud. Een wedstrijdje op de openbare weg in zijn Jaguar, tegen de Mercedes van de Schotse renstalbaas Rob Walker, werd Hawthorn fataal.

Geraced werd er al langer op arabisch grondgebied. In Frans Marokko in de jaren twintig bijvoorbeeld, met toerwagens. In 1934 werd in Casablanca een Grand Prix gehouden, gewonnen door de Monegask Louis Chiron, in een Alfa Romeo. Maar ook in Tripoli, de hoofdstad van Libië, het land dat toen nog een protectoraat van Italië was, en in Tunis, waar onder meer de Alfa Romeo's van Enzo Ferrari aan de start verschenen. Dat was allemaal nog voordat in 1950 het wereldkampioenschap voor Formule 1-wagens werd geboren.

De race van oktober '58 in Marokko was onderdeel van een poging om van de Formule 1 een mondiale sport te maken, net zoals Ecclestone sinds enkele jaren zijn heil zoekt (ver) buiten Europa, waar de regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van tabaksreclame, zijn sport in een steeds strakker keurslijf perst. Een jaar eerder was de aanzet gegeven in Casablanca, met een Formule 1-race in een Afrikaans en arabisch land die niet meetelde voor het wereldkampioenschap. Winnaar: Jean Behra, in een Maserati. Buiten Europa stonden toen slechts races in Indianapolis (VS) en Buenos Aires (Argentinië) op de Formule 1-kalender. De Grand Prix in Casablanca, op het Ain-Diab-circuit, was de eerste Formule 1-race in een Afrikaans en islamitisch land die meetelde voor het WK, en tevens de laatste. Aantrekkelijk voor de Europese teams was dat Marokko naast de deur lag. Over belangstelling hadden ze op het circuit aan de Atlantische Oceaan niet te klagen: er kwamen 100.000 mensen op af.

In Bahrein waren gisteren ook 100.000 toeschouwers. Uit vrees voor een terroristische aanslag op het grootste sportevenement in het Midden-Oosten waren strenge veiligheidsmaatregelen genomen. Bahrein geldt als een van de meest liberale landen in de regio en is de basis van de Amerikaanse vijfde vloot. Om het feest niet te verstoren, hadden de oppositiepartijen beloofd de race niet aan te grijpen voor demonstraties tegen de regering, die wordt geleid door een oom van de koning.

Het is nog maar anderhalf jaar geleden dat Ecclestone in het Golfstaatje een meerjarencontract sloot, in september 2002. Twee maanden later begonnen de werkzaamheden, in het bijzijn van de Britse prins Andrew, die gisteren ook op de tribune zat. Net als de Portugezen en de Perzen hebben de Engelsen een verleden in Bahrein (letterlijke betekenis: twee zeeën, een verwijzing naar de zoetwaterbronnen in de zoute zee). Het land was anderhalve eeuw een protectoraat van Groot-Brittannië. In 1971 werd het onafhankelijk.

Herman Tilke ontwierp het circuit dat nu de standaard vormt voor nieuwe banen in de Formule 1, tegen een kostprijs van 150 miljoen dollar: 5,4 kilometer lang, vijftien meter breed, twaalf bochten, 36 garageboxen en een hoofdtribune die een architectonische verwijzing is naar een arabische tent. De Duitse circuitbouwer, die kantoor houdt in Aken en een paar jaar geleden het ultramoderne Formule 1-circuit in het eveneens islamitische Maleisië bouwde, had voor de verwezenlijking van de baan de keus uit drie lokaties. Hij liet zijn oog vallen op een rotsachtig, glooiend terrein bij de enige universiteit in het land, ongeveer 25 kilometer ten zuiden van Manama (letterlijke betekenis: de plaats waar je de nacht doorbrengt). Vlakbij de plek waar in 1932 voor het eerst olie werd gevonden. De eerste ja-knikker en het Oliemuseum naast het circuit herinneren aan de welvaart die `het zwarte goud' de Bahreini bracht. Meer dan de buurlanden is Bahrein tegenwoordig actief in de financiële wereld, met name het bankwezen, en minder in de olie.

Ongeveer drieduizend gecontroleerde explosies waren nodig om te kunnen beginnen met de bouw van het complex in de woestijn. Ongeveer 2.400 werknemers maakten er lange dagen, vooral gastarbeiders uit India, Pakistan en Bangladesh. De kroonprins, die gisteren de belangrijkste trofee aan Michael Schumacher overhandigde, leidde het project dat de status van `nationaal belang' had. De koning, sjeik Hamad bin Isa al-Khalifa, opende het circuit vorige maand. Mogelijke negatieve effecten van zand op de baan werden ondervangen door een grote hoeveelheid uit Wales afkomstig graniet met het asfalt te vermalen, waardoor een hoge mate van grip werd gegarandeerd, en door een lijmlaag op het zand naast de baan te leggen. De teams troffen specifieke maatregelen, zoals het gebruik van zeer fijnmazige luchtfilters, om schade door zand aan de motoren te beperken. En uit respect voor de plaatselijke bevolking was het personeel van de teams vooraf uitgebreid voorgelicht over de lokale zeden en gebruiken.

De koning kreeg met Michael Schumacher een gedroomde winnaar. De monarch had de Duitser een lijfwacht en een limousine ter beschikking gesteld en hem zelfs uitgenodigd om in een van zijn paleizen te verblijven. Dat laatste wees de zesvoudig wereldkampioen vriendelijk van de hand.